Paul Faith - PA Images/PA Images via Getty Images

De volgende fase van de vrouwenemancipatie?

LONDEN – Op 6 februari 2018 was het een eeuw geleden dat de Representation of the People Act werd ingevoerd, die (sommige) vrouwen in Groot-Brittannië voor het eerst kiesrecht gaf – een beloning voor het werk dat vrouwen hadden gedaan tijdens de Eerste Wereldoorlog. Ter ere van deze historische gebeurtenis zullen beelden van twee leiders in de strijd voor het vrouwenkiesrecht, Millicent Fawcett and Emmeline Pankhurst, worden opgericht in Britse steden.

De economische emancipatie van vrouwen moest wachten tot na de Tweede Wereldoorlog, toen een permanent tekort aan mannelijke arbeidskrachten – het gevolg van het Keynesiaanse beleid van volledige werkgelegenheid – steeds meer vrouwen uit het huishouden de fabrieken en winkels in trok. Deze tweede emancipatiegolf concentreerde zich op economische ongelijkheid, vooral de discriminatie op het gebied van werk en de ongelijkheid op het gebied van de beloning en de vermogensrechten.

Deze strijd is eveneens grotendeels beslecht. De discriminatie op het gebied van het erfrecht is al geruime tijd verdwenen, en gelijke betaling voor gelijk werk is in theorie aanvaard, hoewel een gendervooroordeel blijft bestaan (ook als het gaat om de selectie voor hoge posten). Carrie Gracie heeft bijvoorbeeld onlangs ontslag genomen als China-redacteur van de BBC, uit protest tegen de ongelijke beloning van mannelijke en vrouwelijke redacteuren, waardoor zes mannelijke topfunctionarissen zich gedwongen zagen akkoord te gaan met aanzienlijke loonsverlagingen.

Het is slechts een kwestie van tijd – van het overwinnen van gewoonten, vooroordelen en luiheid – voordat wat in beginsel is aanvaard ook praktijk wordt. Het interessantste overgebleven argument voor ongelijke behandeling heeft betrekking op activiteiten waarbij een premie wordt toegekend aan fysieke kwaliteiten, zoals in de sport. In traditionele samenlevingen voerden mannen strijd, omdat ze sterker, sneller en groter waren. Het is dus geen verrassing dat een van de laatst overgebleven bastions van ongelijke betaling vandaag de dag de competitiesport is, een geritualiseerde vorm van oorlogvoering.

In de meeste grote sporten bestaan afzonderlijke mannen- en vrouwenteams en -evenementen, met lagere prestatienormen voor vrouwen. Tenniswedstrijden bij de mannen bestaan bijvoorbeeld vaak uit vijf sets, tegen drie bij de vrouwen. De beste mannen kunnen de beste vrouwen verslaan omdat ze sterker zijn, de bal harder slaan en meer uithoudingsvermogen hebben. In de zwemsport is de langste race voor mannen 1500 meter, en voor vrouwen 800 meter. Eén sport waarin vrouwen op gelijke voet wedijveren met mannen is de ruitersport – niet alleen het paardenrennen, maar ook de dressuur, het schoonspringen en eventing.

De vraag is of de betaling gelijk moet zijn op terreinen waarop de prestaties “van nature” ongelijk zijn. Bij tennis is het principe van gelijke betaling voor ongelijke prestaties aanvaard voor grandslamtoernooien, maar niet bij veel andere wedstrijden. Elders blijft de genderkloof indrukwekkend, vooral in de voetbalsport. De aanvoerder van het Britse team van vrouwelijke beroepsvoetballers, Steph Houghton, verdient slechts £65,000 per jaar, terwijl Neymar, 's werelds duurste mannelijke voetballer, bijna 500 maal zo veel ontvangt. En terwijl de speelsters in de Britse super league een jaarlijks loon verdienen van maximaal £35,000, krijgen de mannelijke spelers van Chelsea gemiddeld een verbijsterende £4,5 mln.

What do you think?

Help us improve On Point by taking this short survey.

Take survey

Eén argument dat dikwijls wordt aangevoerd voor het gelijktrekken van betalingen is dat sportvrouwen net zo hard hun best doen om resultaten te behalen als sportmannen. Dit grijpt terug op de oude arbeidswaardetheorie, die inhield dat alle waarde wordt gecreëerd door arbeid. Maar het verband tussen arbeidsuren en marktprijzen is in de praktijk vrijwel non-existent, wat de reden is dat economen een andere verklaring nodig hadden voor de marktprijzen.

Vandaag de dag zeggen economen dat prijzen (inclusief lonen en salarissen) worden bepaald door de consumentenvraag. Wat iets kost hangt niet af van de hoeveelheid tijd en inspanning die in de productie ervan is gestoken, maar van wat het waard is voor de koper. Mannelijke voetballers krijgen beter betaald dan vrouwelijke spelers, omdat hun diensten meer in trek zijn. Als de vrouwelijke voetbalteams hun spelers net zoveel zouden gaan betalen als de mannelijke teams, zouden ze failliet gaan. Werkloosheid is de prijs die moet worden betaald voor het vasthouden aan lonen die boven het marktniveau liggen.

Marktprijzen, zo houden economen staande, drukken niet de morele waarde, maar de martktwaarde uit. Als we door de markten bepaalde beloningen willen gelijkstellen met “rechtvaardige” beloningen, moeten we de markten afschaffen – de socialistische oplossing – of de individuele voorkeuren zien te veranderen.

Eén argument luidt dat vrouwen in de sport dezelfde marktprijs zouden kunnen krijgen als mannen, als structurele gendervooroordelen, zoals de grotere media-aandacht en de ruimere sponsoring van mannensporten, uit de weg zouden worden geruimd. Hoewel de marktwaarde misschien wordt bepaald door de consumentenvraag, zoals de economische theorie stelt, zijn deze voorkeuren op zichzelf het gevolg van sociaal gestructureerde gendervooroordelen. Bij ontstentenis van deze vooroordelen zou de vraag naar vrouwensporten – gemeten aan de hand van de bezoekersaantallen bij wedstrijden, de kijkcijfers, enzovoort – gelijkstaan aan de vraag naar mannensporten.

Dit argument is gebaseerd op de veronderstelling – die tot ver buiten de sport reikt – dat echte gendergelijkheid pas zal worden bereikt als de vorming van smaak en gewoonten niet langer onderworpen is aan genderstereotypes. Jongens zouden dan niet langer vanzelfsprekend speelgoedgeweertjes krijgen, en meisjes niet langer poppen.

Dit klinkt redelijk genoeg, totdat je inziet hoe ver radicale feministes bereid zijn te gaan om smaken en voorkeuren om te vormen. De taal wordt systematisch gezuiverd van “gendervooroordelen.” Universitaire studies in de geesteswetenschappen en sociale wetenschappen worden onderworpen aan impliciete of expliciete vormen van gendercensuur. Gender zelf wordt steeds meer gezien als “sociaal geconstrueerd”; en kinderen moeten daarom worden aangemoedigd hun eigen gender te kiezen.

Voor mij betekent dit dat het jongste offensief tegen mannen het spoor bijster is geraakt. Maar als een 78-jarige witte man zou ik dat ook moeten denken, nietwaar?

Vertaling: Menno Grootveld

http://prosyn.org/jjWwuSv/nl;

Handpicked to read next