PATRICIA DE MELO MOREIRA/AFP/Getty Images

Big Tech is een groot probleem

CAMBRIDGE – Zijn de technologiereuzen – Amazon, Apple, Facebook, Google en Microsoft – te groot, te rijk en te machtig geworden om ooit nog door toezichthouders en politici ter verantwoording geroepen te kunnen worden? De internationale beleggersgemeenschap lijkt dat te denken, als we de torenhoge waarderingen van technologiebedrijven althans als leidraad mogen zien. Maar hoewel dit wellicht goed nieuws is voor de technologie-oligarchen, is het allerminst duidelijk of het ook goed is voor de economie als geheel.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de technologiesector de afgelopen decennia een bron van economische trots en vreugde voor de Verenigde Staten is geweest, en een schijnbaar onuitputtelijke bron van innovatie. De snelheid en kracht van de zoekmachine van Google, die ons met een muisklik toegang biedt tot een buitengewone hoeveelheid kennis, zijn adembenemend. Internet-telefonie maakt het mogelijk dat vrienden, familieleden en collega's over de hele wereld face-to-face met elkaar praten, tegen zeer bescheiden kosten.

Toch blijft ondanks al deze innovatie het tempo van de productiviteitsgroei in de bredere economie futloos. Veel economen beschrijven de huidige situatie als een “tweede Solow-moment,” verwijzend naar de volgende opmerking van de legendarische MIT-econoom Robert Solow uit 1987: “Je kunt het computertijdperk overal zien, behalve in de productiviteitsstatistieken.”

Er zijn vele redenen voor de trage productiviteitsgroei, niet in de laatste plaats een decennium van lage investeringen in de nasleep van de mondiale financiële crisis van 2008. Toch moet je je zorgen maken dat de vijf grote technologiebedrijven zó dominant, zó winstgevend en zó alomvattend zijn geworden dat het heel lastig is voor startups om ze uit te dagen, waardoor de innovatie wordt gesmoord. Zeker, ooit hebben upstarts als Facebook en Google Myspace en Yahoo weten te vermorzelen. Maar dat was vóórdat de waarderingen van technologiebedrijven door het plafond gingen, waardoor gevestigde spelers nu een enorm financieringsvoordeel hebben.

Dankzij hun diepe zakken kunnen de Big Tech-bedrijven iedere nieuwe firma die hun kernwinsten bedreigt, hoe indirect ook, oppeuzelen of van de markt verdringen. Uiteraard kan een onverschrokken jonge ondernemer nog steeds zijn neus optrekken voor een bedrijfsovername, maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Niet veel mensen zijn moedig (of dwaas) genoeg om vandaag de dag miljarden dollars af te wijzen, in de hoop later nog veel méér te gaan verdienen. En er is altijd het risico dat de technologiereuzen hun grote legers programmeurs zullen gebruiken om een vrijwel identiek product te ontwikkelen en hun enorme juridische middelen zullen inzetten om dat te verdedigen.

De Big Tech-firma's kunnen betogen dat al het kapitaal dat zij in nieuwe producten en diensten steken de innovatie bevordert. Het vermoeden bestaat echter dat het in veel gevallen hun bedoeling is de potentiële concurrentie in de kiem te smoren. Het is opmerkelijk dat het grootste deel van de omzet van Big Tech nog steeds afkomstig is van hun kernproducten – zoals de Apple iPhone, Microsoft Office en de zoekmachine van Google. In de praktijk is het dus net zo waarschijnlijk dat ontwrichtende nieuwe technologieën zullen worden begraven als dat ze zullen worden gekoesterd.

Subscribe now

Exclusive explainers, thematic deep dives, interviews with world leaders, and our Year Ahead magazine. Choose an On Point experience that’s right for you.

Learn More

Het is waar dat er ook successen zijn. De opmerkelijke Britse kunstmatige intelligentie-firma DeepMind, door Google in 2014 voor $400 mln gekocht, lijkt nog steeds forse terreinwinst te boeken. DeepMind is beroemd, omdat het een programma heeft ontwikkeld dat de wereldkampioen Go wist te verslaan, een veelbetekenend moment dat het Chinese leger er naar verluidt toe heeft aangezet een alomvattende inspanning te leveren om de leiding te pakken op het gebied van kunstmatige intelligentie. Maar in grote lijnen lijkt DeepMind de uitzondering te zijn die de regel bevestigt.

Het probleem voor de toezichthouders is dat standaard-maatregelen die monopolies moeten tegengaan niet van toepassing zijn in een wereld waarin de kosten voor consumenten (vooral op het gebied van data en privacy) niet bepaald transparant zijn. Maar dat is een armzalig excuus voor het niet ter discussie stellen van betrekkelijk voor de hand liggende anti-concurrentiepraktijken, zoals toen Facebook Instagram kocht (met zijn snel groeiende sociale netwerk), of toen Google zijn concurrent op het terrein van het maken van kaarten, Waze, opkocht.

Wellicht de meest noodzakelijke interventie is het verzwakken van de greep van Big Tech op onze persoonlijke data, waardoor Google en Facebook in staat zijn gerichte reclame-instrumenten te ontwikkelen die de hele marketingsector ondermijnen. De Europese toezichthouders hebben laten zien hoe dat wellicht kan, terwijl de Amerikaanse toezichthouders op hun handen blijven zitten. De nieuwe General Data Protection Regulation (GDPR) van de Europese Unie eist nu van bedrijven dat ze hun consumenten – zij het alleen die binnen de EU- in staat stellen hun data af te schermen.

In hun belangrijke recente boek Radical Markets gaan de economen Glen Weyl en Eric Posner nog een stap verder en betogen ze dat Big Tech voor jouw data zou moeten betalen, in plaats van dat ze die voor eigen gebruik claimen. Hoewel de praktische haalbaarheid hiervan nog niet vaststaat, moeten individuele consumenten beslist het recht hebben om te weten welke data van hen worden verzameld en hoe die worden gebruikt.

Het Amerikaanse Congres en de toezichthouders moeten Big Tech uiteraard ook op andere terreinen aan banden leggen. Het Congres geeft internetfirma's momenteel bijvoorbeeld zo goed als vrij baan om fake news te verspreiden. Als de Big Tech-platforms niet aan de standaarden worden gehouden die ook van toepassing zijn op print, radio en televisie zullen diepgaande reportages en het checken van feiten tot het verleden gaan behoren. Dat is slecht voor de democratie en voor de economie.

Toezichthouders en politici in het land van oorsprong van Big Tech moeten wakker worden. De voorspoed van de VS is altijd afhankelijk geweest van hun vermogen om economische groei aan te wenden voor door de technologie gedreven innovatie. Maar op dit moment maakt Big Tech net zozeer deel uit van het probleem als van de oplossing.

Vertaling: Menno Grootveld

http://prosyn.org/04u7Olw/nl;

Handpicked to read next

Cookies and Privacy

We use cookies to improve your experience on our website. To find out more, read our updated cookie policy and privacy policy.