2

De schaal van filantropie

MIDLAND, TEXAS – Sinds ik mijn non-profit organisatie begonnen ben, ben ik met andere ogen naar andere non-profit organisaties gaan kijken. Er zijn er veel meer dan ik me ooit gerealiseerd heb. Als investeerder in startende bedrijfjes had ik normaal nooit iets met ze te maken. Nu maak ik me er zorgen over dat ze zeer inefficiënt zijn.

Omdat ik in veel kleine plaatsen kom behoren veel van de zaken die ik zie (de meeste zelfs lijkt het) toe aan grote ketens, met contracten voor massa-aankopen, standaard trainingsprocedures, constante kwaliteit en, naar ik aanneem, winstgevendheid. Non-profits daarentegen zijn vaak klein en worden vaak bestuurd door mensen met passie maar weinig expertise of managementvaardigheden. Ze profiteren eerder van toewijding dan efficiency, wat eervol is maar moeilijk te meten.

Chicago Pollution

Climate Change in the Trumpocene Age

Bo Lidegaard argues that the US president-elect’s ability to derail global progress toward a green economy is more limited than many believe.

Dit is een uitdaging voor de algemene propositie van de zelfhulp, en ook voor mijn eigen nieuwe onderneming: het Health Initiative Coordinating Council (HICCup) dat vijf gemeenschappen zal adviseren die strijden om de HICCup prijs voor de grootste verbetering in gezondheid (niet de gezondheidszorg), gemeten naar 5 maatstaven, in de afgelopen vijf jaar.

Het laatste dat we willen of kunnen is de boel besturen. Toch moeten we uitzoeken hoe we de juiste steun kunnen bieden om gemeenschappen te helpen om zaken zelf te regelen, net zoals een bedrijf een franchise of dealer zou kunnen steunen. Het eigenaarschap is plaatselijk. Ons uiteindelijke doel is om in de toekomst modellen en inspiratie te bieden aan andere en grotere gemeenschappen.

Waar ik mij het meeste zorgen over maak is dat het slechts hebben van een programma voor diabetes, thuiszorg, of een witte-fietsenplan niet genoeg is. Er zijn goede programma’s en  onsuccesvolle programma’s, net zoals er slechte restaurants, vliegtuigmaatschappijen en oliebedrijven zijn. Het management maakt verschil, een verschil dat uiteindelijk neerkomt op goed leiderschap en de optimale werkmethoden.

Maar dat kunnen de meeste non-profit programma’s niet bereiken. Ze zijn geen onderdeel van een grotere organisatie die haar werknemers traint, standaarden instelt en ondersteuning biedt bij alles, van zaken in de markt zetten tot aankopen.

Ja, er zijn er nu ‘sociale ondernemers’. Maar zijn er te vinden en te ondersteunen die groot genoeg zijn? Non-profit organisaties hebben geen makkelijke manier om uit te breiden, fondsen te werven, of hun krachten te bundelen. Er zijn enige nieuwe business modellen (zoals de z.g. social impact bonds) en er zijn zeker bedrijven die sociale programma’s verkopen aan betalende klanten zoals overheden, net zo als er liefdadigheidsinstellingen zijn die outsourcen. Maar de non-profit wereld is, in tegenstelling tot de winstgevende sector, niet fluïde en efficiënt en non-profits hebben geen stimulans om te fuseren, vooral als sommige mensen daarvoor hun zetel in de directie of andere leidende posities zouden moeten opgeven.

Ook al geldt dat ook voor vele winstgevende bedrijven, toch wint de markt het van de voorkeuren van hun leiders. Als klanten of aandeelhouders weglopen, huurt de directie nieuwe managers of verkoopt het bedrijf aan iemand die het beter kan leiden.

Het probleem met non-profits is dat ze weinig stimulansen hebben om efficiënter te worden. Eisen tot openbaar maken van de cijfers helpen, maar ze zijn geen partij voor de discipline van de markt. In het geval van winstgevende goederen en services zijn klanten en betalers de zelfde mensen; ze controleren de kwaliteit dus zelf. En de aandeelhouders controleren (in essentie) het gebruik van hulpbronnen om die kwaliteit te leveren (grofweg gemeten als winstgevendheid).

Er is geen makkelijke manier om de kwaliteit en effectiviteit van een non-profit organisatie te controleren, vooral degenen die zich hebben toegelegd op veranderingen op de lange termijn (in de zin van investeringen) in plaats van op het dagelijks aanbieden van voorzieningen. Bij HICCup zoeken we naar plekken en mensen die al besloten hebben iets te gaan doen en hulp nodig hebben om verder te komen. Maar zelfs waar zo’n ‘sociale context’ bestaat reflecteert de verspreiding van onafhankelijke inspanningen vaak eerder individuele passie dan een breed gefundeerde capaciteit.

Dus hoe kan men de interacterende capaciteiten opbouwen die armoede, onwetendheid en slechte gezondheid aanpakken terwijl teveel overtolligheid vermeden wordt?

De vraag is niet hoe je een keten gaarkeukens creëert, maar hoe je het leiderschap ontwikkelt dat intrinsieke stimulansen creëert voor het personeel. Neem bijvoorbeeld Susan Burden bij Beach Cities Health District (BCHD) in Californië. Oorspronkelijk was ze administrator bij een winstgevend ziekenhuis en ze kwam bij BCHD toen er weinig geld was en ze een gebouw hadden dat was overgebleven na de verkoop van een non-profit ziekenhuis aan een winstgevende zorgaanbieder.

Met energie en enthousiasme veranderde Burden deze zaak in een bloeiende gezondheids- (geen gezondheidszorg-) instelling die drie steden bestrijkt en zo’n 300.000 mensen aan de westelijke rand van Los Angeles. De BCHD heeft zo’n 70 werknemers en zo’n 700 vrijwilligers. Buitenstaanders hebben tastbare verbeteringen in de gezondheid van bewoners gemeten.

De programma’s van de BCHD zijn niet nieuw: programma’s om naar school te lopen voor kinderen, gezonde menu’s (door het Blue Zones Project van de stad) voor plaatselijke restaurants, sociale steun voor ouderen, fitness groepjes, vaccinatieprogramma’s etc. Maar de energie waarmee mensen betrokken worden is uniek.

Ik vind de mogelijkheid om software te gebruiken om aangepaste gemeenschapsvoorzieningen aan te bieden tegen weinig extra kosten een prikkelend idee. Maar hetgene dat we tekort komen zijn getrainde mensen. Hoeveel hebben we nodig om trainers te trainen en degenen die de trainers trainen? Hoe goed kan je mensen trainen? Online cursussen kunnen misschien werken voor het leren van technische zaken, maar is er een manier om de training van alle mensen die er nodig zijn om de gezondheid te onderhouden, ten minste gedeeltelijk, te automatiseren?

Ik investeer bijvoorbeeld in Omada Health, een winstgevende diabetes managementservice. Eén enkele consulent runt tien groepen van elk tien mensen, gedeeltelijk online, gedeeltelijk in persoon (hiervoor wordt gewoonlijk betaald door gezondheidsverzekeraars of werkgevers, die er voordeel van hebben als mensen zonder diabetes gezond worden of de ziekte niet ontwikkelen). De uitdaging voor Omada is niet het curriculum; het is het trainen van mensen om goede consulenten te worden.

Terwijl ik verwacht nog veel meer te leren terwijl ik aan HICCup werk, ben ik er al zeker van dat het grootste probleem zal worden om mensen te zoeken om in elke gemeenschap de uitdagingen aan te gaan. Wat is de optimale balans tussen inkomsten en de menselijke maat?

Fake news or real views Learn More

De belofte van grootschaligheid is goed voor non-profit organisaties, en niet alleen in termen van kosten, maar ook voor de optimale werkmethoden en kwaliteitscontrole. Toch ligt de echte waarde in het opleiden van mensen om zelf iets te kunnen bieden op een plaatselijke schaal; beter met de macht aan zichzelf dan gecontroleerd, creatief in plaats van door herhaling geoefend en werken door ervoor te kiezen in plaats van door wanhoop.

Vertaling: M. Trap