2

Zal Colombia nu eindelijk vrede kennen?

BOGOTÁ – De raamwerkovereenkomst voor het einde van het gewapende conflict in Colombia, die onlangs werd bekendgemaakt door president Juan Manuel Santos, is een historische mijlpaal voor zijn land en voor heel Latijns-Amerika. Het is ook een triomf van de diplomatieke vindingrijkheid en onderhandelingsbekwaamheid.

De overeenkomst met de Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia, beter bekend als FARC, kwam na lange jaren van mislukte pogingen van eerdere Colombiaanse regeringen van alle politieke gezindten om tot een regeling te komen met de laatste en een van de meest weerzinwekkende guerrillabewegingen die in Latijns-Amerika actief is geweest. Nooit eerder had de FARC – een enorme machine van terreur, massamoord en drughandel – ingestemd met gesprekken over ontwapening, de sociale en politieke reïntegratie van zijn strijders, de rechten van de slachtoffers, een einde aan de productie van drugs, en deelname aan 'waarheidscommissies' om onderzoek te doen naar de misdaden die zijn gepleegd tijdens de halve eeuw die het conflict heeft geduurd. Maar nu dus wel.

Deze gigantische ommezwaai weerspiegelt de decimering van de FARC na jaren van strijd, de veerkracht van de Colombiaanse samenleving, en – misschien wel het belangrijkst – het briljante regionale beleid van Santos. Door de verzwakking van de zogenoemde Bolivariaanse As (Venezuela, Ecuador en Bolivia) moesten de FARC-guerrilla's het stellen zonder regionale steun.

Net als bij de vredesprocessen in het Midden-Oosten en Centraal-Amerika na het einde van de Koude Oorlog schiepen regionale veranderingen de omstandigheden voor het begin van het Colombiaanse vredesproces. Maar in het Midden-Oosten en Centraal-Amerika zorgden externe spelers – de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie – voor deze veranderingen; in het geval van het Colombiaanse vredesproces kwamen ze van binnenuit.