Hoe de oorlog tegen terreur te winnen

39

LIMA – Het is nu veertien jaar geleden dat president George W. Bush de ‘global war on terror’ afkondigde. Nu, 1,6 biljoen dollar en honderd-en-één dode terroristenhoofdmannen verder, van Osama bin Laden tot ‘Jihadi John’, is het Westen nog net zo kwetsbaar, als niet kwetsbaarder, voor extremisten die schijnbaar naar willekeur strijders kunnen rekruteren en elke Westerse hoofdstad kunnen treffen. Is het uitzicht op een overwinning echt groter geworden nu nog een president – François Hollande – terreur de oorlog heeft verklaard (net zoals andere Europese leiders hebben gedaan)? Ik heb zo mijn twijfels.

Het is de hoogste tijd om in overweging te nemen dat de kracht van onze tegenstanders op zijn minst gedeeltelijk voortkomt uit sentimenten die vergelijkbaar zijn met die de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog en de Franse revolutie aanwakkerden: frustratie over en vervreemding van het heersende systeem. Gewone mensen raakten er in de Britse Amerikaanse koloniën voor 1776 en door heel Frankrijk in de jaren voor 1789 van overtuigd dat hun levens, bezittingen, en nering al te lang onderwerp waren geweest van plundering door arbitraire heersers. Deze zelfde vervreemding wordt tegenwoordig gevoeld in het Midden-Oosten en Noord-Afrika.

De Arabische Lente begon tenslotte toen een arme Tunesische ondernemer, Mohammed Bouazizi, zichzelf in december 2010 in brand stak als protest tegen de meedogenloze onteigening van zijn zaak. Hij pleegde zelfmoord – zoals zijn broer Salem mij in een interview voor de Amerikaanse televisie vertelde – voor ‘het recht van de armen om te kopen en verkopen.’

Binnen zestig dagen na de dood van Bouazizi deed zijn boodschap de hele Arabische wereld ontbranden. Nog drieënzestig kleine ondernemers in het grote Midden-Oosten herhaalden zijn zelfverbranding, wat er voor zorgde dat honderden miljoenen Arabieren de straat opgingen en vier regeringen omver wierpen. De kracht van hun woede destabiliseert nog steeds de gehele regio.