10

De echte fundamenten van de welvaart

TIRANA – Arme landen exporteren grondstoffen als cacao, ijzererts en ruwe diamanten. Rijke landen exporteren – dikwijls naar diezelfde arme landen – complexere producten als chocolade, auto's en juwelen. Als arme landen rijk willen worden, moeten ze ophouden hun grondstoffen te exporteren en zich erop richten daar waarde aan toe te voegen. Anders zullen rijke landen het leeuwendeel van de waarde en alle goede banen krijgen.

Arme landen kunnen het voorbeeld van Zuid-Afrika en Botswana volgen en hun natuurlijke rijkdommen gebruiken om industrialisering af te dwingen door de export van mineralen in ruwe vorm aan banden te leggen (een vorm van beleid die plaatselijk bekend staat als 'beneficiation'). Maar moeten ze dat ook doen?

Sommige ideeën zijn slechter dan slecht: ze leiden tot kwalijke gevolgen, omdat ze de wereld interpreteren op een manier die de nadruk legt op minder belangrijke zaken – bijvoorbeeld de verkrijgbaarheid van grondstoffen – en samenlevingen blind maken voor de veelbelovender mogelijkheden die elders zouden kunnen liggen.

Neem Finland, een Scandinavisch land dat veel bomen heeft, maar een relatief kleine bevolking. Een klassiek econoom zou betogen dat het land om deze reden hout zou moeten exporteren, wat Finland ook heeft gedaan. Een traditionele ontwikkelingseconoom zou daarentegen betogen dat het land geen hout zou moeten exporteren, maar zich zou moeten richten op het toevoegen van waarde door het hout in papier of meubels om te zetten – iets wat Finland eveneens doet. Maar alle hout-gerelateerde producten vertegenwoordigen nog geen 20% van de Finse export.