5

Mitt Romney werd achterhaald door de feiten

NEW YORK – Er is vandaag de dag in de Verenigde Staten een soort strijd aan de gang tussen werkelijkheid en fantasie. De herverkiezing van president Barack Obama markeerde een triomf, beperkt maar onmiskenbaar, van de werkelijkheid.

De gebeurtenissen in de dagen die voorafgingen aan de verkiezingsdag boden een schril beeld van deze strijd. Onder de belangrijkste adjudanten van de Republikeinse uitdager Mitt Romney ontwikkelde zich een geloof dat hij op de drempel van de overwinning stond. Hun overtuiging was niet gestoeld op de opiniepeilingen. Niettemin werd het gevoel zo sterk dat de adjudanten Romney met “Mr. President” begonnen aan te spreken.

De wens dat dit bewaarheid zou worden gaf hen echter niet genoeg kracht om het ook daadwerkelijk te laten gebeuren. Dichter bij het presidentschap dan dit zou Romney niet komen, en hij wilde er blijkbaar van genieten zolang dat kon, ook al was het enigszins prematuur. Vervolgens weigerde de Romney-campagne op de verkiezingsavond, toen de televisiezenders de nederlaag van de Republikein in Ohio voorspelden en dientengevolge de herverkiezing van Obama, de uitslag te aanvaarden. Een heel ongemakkelijk uur ging voorbij voordat Romney de realiteit onder ogen zag en een minzame concessiespeech uitsprak.

Diezelfde minachting voor de realiteit is recentelijk niet slechts het kenmerk geweest van de Republikeinse campagne, maar van de hele Republikeinse partij. Toen het Bureau voor de Arbeidsstatistiek in oktober een rapport uitgaf waaruit bleek dat het nationale werkloosheidspercentage “in wezen onveranderd was gebleven op 7,9%,” probeerden Republikeinse functionarissen het zeer gerespecteerde Bureau in diskrediet te brengen. Toen de opiniepeilingen aangaven dat Romney achterop begon te raken bij president Barack Obama, probeerden ze de opiniepeilingen in diskrediet te brengen. En toen de onpartijdige Congressional Research Service (CRS) berichtte dat een Republikeins belastingplan de economische groei niet zou bevorderen, dwongen Republikeinse Senatoren het CRS om zijn rapport in te trekken.