48

Een nieuwe blik op Robin Hood

MADRID – De internationale ontwikkelingshulp is gebaseerd op het Robin Hood-principe: neem van de rijken en geef aan de armen. Nationale ontwikkelingsorganisaties, multilaterale organisaties, en Ngo’s maken met dit idee in het achterhoofd momenteel meer dan 135 miljard dollar over van rijke naar arme landen.

Een formelere term voor het Robin Hood-principe is ‘kosmopolitisch prioritarisme,’ een ethische regel die zegt dat we over iedereen ter wereld op dezelfde manier moeten denken, ongeacht waar men leeft, en hulp moeten concentreren waar die het meeste helpt. Zij die minder hebben, hebben prioriteit boven degenen die meer hebben. Deze filosofie dirigeert de steun voor economische ontwikkeling, medische hulp, en humanitaire noodhulp impliciet of expliciet.

Op het eerste gezicht lijkt kosmopolitisch prioritarisme zinnig. Mensen in arme landen hebben behoeften die nijpender zijn, en de prijsniveaus in arme landen zijn veel lager, zodat een dollar of euro twee of drie maal meer doet dan thuis. Geld in eigen land uitgeven is niet alleen duurder, maar het gaat ook naar degenen die al beter af zijn (relatief tenminste, beoordeeld naar mondiale normen), en doet dus minder goed.

Ik heb vele jaren nagedacht over de mondiale armoede en geprobeerd deze te meten, en deze leidraad heeft mij over het algemeen altijd de juiste geleken. Maar momenteel wordt ik hier steeds minder zeker van. Zowel de feiten als ethiek werpen problemen op.