Skip to main content

Cookies and Privacy

We use cookies to improve your experience on our website. To find out more, read our updated Cookie policy, Privacy policy and Terms & Conditions

delong214_siraanamwongGettyImages_dollarballoonneedle siraanamwong/Getty Images

We moeten ophouden met het overdrijven van het inflatiegevaar

BERKELEY – In het licht van de huidige macro-economische omstandigheden in de Verenigde Staten moest ik terugdenken aan september 2014. Die maand dook het Amerikaanse werkloosheidscijfer onder de 6%, en een brede reeks commentatoren verzekerde ons dat de inflatie spoedig zou gaan stijgen, zoals voorspeld door de zogenoemde Phillips curve. De consequentie van dit betoog was uiteraard dat de US Federal Reserve (de Fed, het federale stelsel van Amerikaanse centrale banken) een begin zou moeten maken met het snel normaliseren van het monetair beleid, het laten krimpen van de monetaire basis en het terugbrengen van de rente naar een “normale” marge.

Vandaag de dag is de Amerikaanse werkloosheid 2,5 procentpunten lager dan toen ons allemaal werd verzekerd dat de economie het “natuurlijke” werkloosheidspercentage had bereikt. Toen ik in de jaren negentig universitair docent was, was de vuistregel dat een werkloosheid die zo laag was zou leiden tot een stijging van de inflatie met 1,3 procentpunt per jaar. Als de inflatie dit jaar 2% bedroeg, zou die volgend jaar dus 3,3% zijn, en als de werkloosheid op hetzelfde peil zou blijven, zou de inflatie het jaar daarop 4,6% bedragen, en weer een jaar later 5,9%.

Maar de oude vuistregel is niet langer van toepassing. Het inflatiecijfer in de VS zal de komende paar jaar op ongeveer 2% per jaar blijven, en onze keuzes voor het monetair beleid zouden dat feit moeten weerspiegelen.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de conventionele wijsheid onder economen in de jaren negentig gerechtvaardigd was. Tussen 1957 en 1988 reageerde de inflatie voorspelbaar op schommelingen van de werkloosheid. De helling van de eenvoudigste Phillips curve, als rekening wordt gehouden met adaptieve verwachtingen, was -0.54: ieder procentpunt daling van de werkloosheid onder de vermeende natuurlijke werkloosheid zou zich vertalen in een inflatiestijging van 0,54 procentpunt in het jaar daarop.

De geschatte negatieve helling van de Phillips curve – dat cijfer van -0.54 – tussen eind jaren vijftig en eind jaren tachtig werd grotendeels aan zes belangrijke observaties ontleend. In 1966, 1973 en 1974 steeg de inflatie in een context van betrekkelijk lage werkloosheid. Vervolgens daalde de inflatie in 1975, 1981 en 1982 te midden van omstandigheden van betrekkelijk hoge werkloosheid.

Maar sinds 1988 is de helling van de eenvoudigste Phillips curve effectief nul geweest, met een veronderstelde “regressie-coëfficiënt” van slechts -0.03. Zelfs nu de werkloosheid ver beneden het niveau ligt dat economen voorheen als de natuurlijke werkloosheid zagen, is de inflatie niet gestegen. Ook is de inflatie niet gedaald toen de werkloosheid ruimschoots hoger lag dan het niveau dat volgens economen natuurlijk was, tussen 2009 en 2014, en evenmin is er destijds sprake geweest van deflatie.

Subscribe now
ps subscription image no tote bag no discount

Subscribe now

Subscribe today and get unlimited access to OnPoint, the Big Picture, the PS archive of more than 14,000 commentaries, and our annual magazine, for less than $2 a week.

SUBSCRIBE

Hoewel de afgelopen dertig jaar geen analogieën hebben opgeleverd voor de datapoints van de jaren vijftig tot en met de jaren tachtig, zijn er velen die nog steeds geloven dat monetaire beleidsmakers zich moeten blijven richten op het risico van een snel stijgende inflatie, hetgeen impliceert dat de inflatie een grotere dreiging vertegenwoordigt dan een mogelijke recessie. Drie zeer slimme economen – Peter Hooper, Frederic S. Mishkin en Amir Sufi – hebben bijvoorbeeld onlangs een paper uitgegeven, waarin wordt geopperd dat de Phillips curve in Amerika “alleen maar in winterslaap” is, en dat schattingen waaruit een bijna platte curve blijkt over de afgelopen dertig jaar onbetrouwbaar zijn, als gevolg van de “endogeniteit van het monetaire beleid en het gebrek aan variatie van het werkloosheidsgat.”

Ik begrijp niet hoe zij tot deze conclusie zijn gekomen. De computer vertelt ons immers dat de schattingen voor de periode van 1988 tot 2018 waarschijnlijk zo'n drie keer nauwkeuriger zijn dan de schattingen voor de periode van 1957 tot 1987. En bovendien is de periode die in standaardspecificaties van de Phillips curve wordt gevangen te kort om een substantieel monetair beleidsantwoord mogelijk te maken.

Ja, een inflatie-uitbraak kan een gevaar zijn. Maar de eenzijdige nadruk op dat risico is het product van een ander tijdperk. Die komt uit een tijd dat opeenvolgende Amerikaanse regeringen (die van Lyndon Johnson en Richard Nixon) wanhopig op zoek waren naar een aanhoudende hoogconjunctuur en de voorzitter van de Fed (Arthur Burns) de presidentiële eisen maar al te graag wilde inwilligen. Destijds was een kartel dat de belangrijkste grondstof (olie) van de wereldeconomie controleerde in staat om enorme, negatieve aanbodschokken te veroorzaken.

Als al deze omstandigheden nog van kracht zouden zijn, zouden we ons terecht zorgen maken over de terugkeer van de inflatie uit de jaren zeventig. Maar dat is niet zo.

De tijd is voorbij dat we nog langer kunnen ontkennen wat de data ons vertellen. Totdat de structuur van de economie en de overheersende economische beleidsmix verandert, is er weinig gevaar dat de VS de komende vijf jaar geconfronteerd zullen worden met buitensporige inflatie. De monetaire beleidsmakers zouden er goed aan doen hun aandacht ondertussen op andere problemen te richten.

Vertaling: Menno Grootveld

https://prosyn.org/rdSmuf5nl;
  1. haass107_JUNG YEON-JEAFP via Getty Images_northkoreanuclearmissile Jung Yeon-Je/AFP via Getty Images

    The Coming Nuclear Crises

    Richard N. Haass

    We are entering a new and dangerous period in which nuclear competition or even use of nuclear weapons could again become the greatest threat to global stability. Less certain is whether today’s leaders are up to meeting this emerging challenge.

    0