25

Wij moeten Europa leiden en niet in de steek laten

EDINBURGH – Kan Groot-Brittannië zich er ooit mee verzoenen deel uit te maken van Europa? Als recente Britse krantenkoppen over het referendum van 23 juni over de voortzetting van het lidmaatschap van de Europese Unie een leidraad vormen, lijkt het antwoord een klinkend “nee” te zijn.

Voorstanders van het verlaten van de EU hebben campagne gevoerd door angst te zaaien over uit de hand lopende immigratie en een stortvloed van vermeende gevaren – of die nu per boot of per bom worden bezorgd – voor de Britse manier van leven. Hun tegenstanders, die willen dat Groot-Brittannië deel blijft uitmaken van Europa, benadrukken een andere angst: het verlies van banen die afhankelijk zijn van de handel met Europa.

De voortdurende propaganda rond deze standpunten heeft conflicterende wereldbeelden aan het licht gebracht. De retoriek van de “Leave”-supporters roept de geest van Duinkerken uit 1940 op – een natie die op zichzelf is aangewezen, ondoordringbaar is voor binnenvallende vloten en legers, en altijd fel onafhankelijk is gebleven van Europa.

In theorie staat de “Remain”-campagne voor een ander Groot-Brittannië: naar buiten gericht, betrokken en internationaal ingesteld. Maar de Conservatieve Partij is op dit punt ernstig verdeeld, en veel van haar meest prominente woordvoerders zijn weggekwijnd onder het vuur van de vijandige Eurosceptische media. Als gevolg daarvan lijken ze dikwijls te pleiten voor een halfbakken relatie met Europa – voor een Groot-Brittannië dat half afstandelijk is in plaats van volledig betrokken. Een positief, principieel en progressief pleidooi vóór het Britse lidmaatschap van de Europese Unie moet nog worden gemaakt.