11

Angst en exodus

BRUSSEL – De tragische exodus van mensen uit het door oorlog verscheurde Syrië en omringende landen vergt het uiterste van de rede en sympathie van de wereld. Sinds 2011 zijn er ongeveer 4 miljoen mensen uit Syrië gevlucht, en er zijn nog vele miljoenen ontheemd in eigen land. De buren van Syrië (Jordanië, Libanon en Turkije) bieden momenteel onderdak aan het overgrote merendeel van de naar het buitenland gevluchte Syriërs. Maar alnaargelang de crisis zich verdiepte zijn er ook honderdduizenden richting Europa vertrokken, waarbij de meesten de extreem gevaarlijke route over zee nemen.

De aard en schaal van deze exodus hebben alle eerdere wettelijke en politieke aannames over migratie naar de prullenbak verwezen. In het verleden was het belangrijkste motief voor migratie economisch van aard. Het debat dat migratie teweegbracht ging tussen liberalen, die het principe van vrij verkeer van arbeid hooghielden, en zij die beperkingen wilden op migratie tussen landen om banen, cultuur, en/of politieke cohesie te beschermen.

Toen de wereldkaart werd ingekleurd met natiestaten en de lege vlakken opgevuld met mensen won restrictie het van het vrije verkeer. Na de Eerste Wereldoorlog raakte immigratiebeperking in zwang, en alle landen ontwikkelden hun eigen bevolkingspolitiek.

Maar er is er altijd al nog een andere, veel kleinere groep asielzoekers geweest;  personen die gedwongen worden hun thuisland te ontvluchten door vervolging, vaak op religieuze of etnische gronden. Het Vluchtelingenverdrag van de Verenigde Naties uit 1951 erkent het recht op asiel voor zij die niet in staat zijn om terug te keren naar hun geboorteland vanwege een ‘gegronde’ angst voor vervolging.