4

The Night-Watchman State’s Last Shift

HONG KONG – Te vaak worden de staat en de markt in discussies over hun onderlinge betrekkingen voorgesteld als tegengestelde krachten, die verwikkeld zijn in een strijd die niets zal opleveren. Maar deze simplistische benadering zorgt ervoor dat een constructieve discussie als snel ten prooi valt aan de ideologische strijd tussen de pleitbezorgers van het staats- en het marktkapitalisme.

Een bruikbaarder visie zou de staat en de markt zien als twee zijden van één en dezelfde munt, bij elkaar gehouden door de infrastructuur van de eigendomsrechten. De staat heeft op drie belangrijke manieren met de markt – het terrein van de particuliere, vrijwillige uitwisseling van eigendomsrechten – te maken.

In de eerste plaats beïnvloedt de staat de particuliere sector via de belastingheffing en de overheidsbestedingen. In de tweede plaats beheert hij de infrastructuur van de eigendomsrechten, waartoe alle instellingen behoren die nodig zijn om de eigendomsrechten af te bakenen, uit te wisselen, te verfijnen en te beschermen (via het afdwingen van de wet en contracten). Tot deze instellingen behoort de rechterlijke macht, die niet alleen als arbiter optreedt in geschillen over eigendomsrechten, maar zich ook bezighoudt met administratief wanbeheer en geschillen tussen de particuliere en de publieke sector. Tenslotte concurreert de staat met de particuliere sector via staatsbedrijven en nutsinstellingen.

Gezien het feit dat een effectieve infrastructuur van de eigendomsrechten de ordelijkheid en stabiliteit van de markt waarborgt, heeft de markt een sterke staat nodig om hier het beheer over te voeren. Dit betekent dat de vraag of een overheid 'groot' of 'klein' moet zijn, minder belangrijk is dan de vraag hoe goed zij de infrastructuur van de eigendomsrechten beheert – dwz, of de staat een marktorde van hoge kwaliteit kan garanderen.