40

We zijn in oorlog

PARIJS – De Parijzenaren wisten na de terroristische aanslagen in januari op het satirische tijdschrift Charlie Hebdo en op een koosjere supermarkt dat er barbarij op de loer lag, en dat deze opnieuw toe zou slaan. Maar het is één ding om iets te weten en erop te anticiperen; om echter met de grimmige werkelijkheid geconfronteerd te worden is van een geheel andere orde. Vrijdagavond sloeg de werkelijkheid ons in alle hevigheid om de oren. We zijn in oorlog. Het zou verkeerd zijn – en zelfs gevaarlijk – dit niet toe te geven. En deze te winnen zal helderheid, eenheid en vastberadenheid van ons vergen.

Een heldere analyse is waar we nu het meeste behoefte aan hebben. We kennen onze vijand nauwelijks, behalve de intensiteit van zijn haat en de diepten van zijn wreedheid. Om zijn strategie te doorzien moeten we hem herkennen voor wat hij is: een intelligente – en op zijn geheel eigen manier rationele – tegenstander. We hebben hem veel te lang veracht en onderschat, en het is van levensbelang dat we nu van koers veranderen.

De afgelopen weken heeft de terreurstrategie van de Islamitische Staat dood en verderf gezaaid op de straten van Ankara, Beirut, en Parijs, en ook in het luchtruim boven de Sinaï. De identiteit van de slachtoffers laat geen twijfel over de boodschap. ‘Koerden, Russen, Libanese sjiieten, Fransen; jullie vallen ons aan, dus we zullen jullie doden.’

De timing van de aanvallen is net zo onthullend als de nationaliteit van de doelwitten. Hoe meer de Islamitische Staat in het veld verslagen wordt en de controle verliest over gebied in Syrië en Irak, hoe meer hij verleid wordt om de oorlog te externaliseren om verdere interventie af te schrikken. De gesynchroniseerde aanslagen in Parijs bijvoorbeeld vielen samen met het verlies door IS van de Iraakse stad Sinjar.