42

Bij het tachtigjarig bestaan van Keynes' Algemene Theorie

LONDEN – In 1935 schreef John Maynard Keynes aan George Bernard Shaw: “Ik geloof dat ik een boek over economische theorie aan het schrijven ben dat – naar ik veronderstel niet meteen, maar in de loop van de komende tien jaar – de manier waarop de wereld over haar economische problemen nadenkt grotendeels zal veranderen.” En inderdaad heeft Keynes' magnum opus, The General Theory of Employment, Interest and Money (Algemene Theorie van de Werkgelegenheid, Rente en Geld), verschenen in februari 1936, de economie en de economische beleidsvorming grondig getransformeerd. Is de theorie van Keynes tachtig jaar later nog steeds overeind gebleven?

Twee elementen van de erfenis van Keynes lijken veiliggesteld. In de eerste plaats heeft Keynes de macro-economie uitgevonden – de theorie van de productie als één geheel. Hij heeft zijn theorie 'algemeen' genoemd om haar te onderscheiden van de pre-Keynesiaanse theorie, die uitging van een uniek productieniveau – dat van volledige werkgelegenheid.

Door te laten zien hoe economieën vast kunnen blijven zitten in een 'onderbezettings'-evenwicht heeft Keynes het centrale idee van de orthodoxe economie van zijn tijd ter discussie gesteld: dat de markten voor alle handelswaren, inclusief de arbeidsmarkten, gelijktijdig door de prijzen worden vereffend. En dit impliceerde tevens een nieuwe dimensie voor de beleidsvorming: overheden moeten misschien wel tekorten toestaan om volledige werkgelegenheid overeind te kunnen houden.

De vergelijkingen die ten grondslag liggen aan de 'algemene theorie' van Keynes bevolken nog steeds de economische leerboeken en geven het macro-economisch beleid vorm. Zelfs degenen die beweren dat markteconomieën de neiging hebben volledige werkgelegenheid te bewerkstelligen, zien zich gedwongen hun zaak te bepleiten binnen het door Keynes geschapen kader. Centrale bankiers passen de rente aan om een evenwicht veilig te stellen tussen de totale vraag en het totale aanbod, omdat het – dankzij Keynes – bekend is dat dit evenwicht wellicht niet automatisch tot stand komt.