6

We moeten Corbynomics serieus nemen

LONDEN – De noodzaak van bezuinigingen is in Groot-Brittannië zo'n standaardonderdeel van de conventionele wijsheid geworden, dat iedereen in het publieke leven die het waagt om dit in twijfel te trekken wordt afgedaan als een gevaarlijke linkse rakker. Jeremy Corbyn, de huidige favoriet om de nieuwe leider van de Britse Labour Party te worden, is het jongste slachtoffer van dit koor van minachting. Sommige van zijn standpunten zijn onverdedigbaar. Maar zijn opmerkingen over het economisch beleid zijn niet dwaas en verdienen het beter te worden onderzocht.

Corbyn heeft twee alternatieven voorgesteld voor het huidige Britse bezuinigingsbeleid: een Nationale Investeringsbank, die van geld moet worden voorzien door belastingvoordelen voor de particuliere sector af te schaffen; en iets wat hij 'people’s quantitative easing' ('kwantitatieve versoepeling voor het volk') noemt – in een notendop: een infrastructuurprogramma dat de regering financiert door geld te lenen van de Bank of England.

Het eerste idee is extreem noch nieuw. Er zijn al een Europese Investeringsbank, een Scandinavische Investeringsbank, en nog veel meer van dat soort banken, die allemaal van geld worden voorzien door staten of groepen staten, met als doel de financiering van speciale projecten, door op de kapitaalmarkten te lenen. De noodzaak van dit soort instellingen vloeit voort uit wat de grote socialistische theoreticus Adam Smith de verantwoordelijkheid van de staat heeft genoemd voor het 'in het leven roepen en houden' van  'publieke werken en instellingen' die, hoewel ze zeer profijtelijk zijn voor de samenleving, particuliere ondernemingen  geen winst opleveren.

Met andere woorden: de staat moet altijd een investeringsfunctie hebben. Het delegeren van die functie naar een speciale instelling kan voordelen hebben voor  de presentatie van de openbare rekeningen.