3

Ondernemingsbestuur bij banken laat te wensen over

WASHINGTON, DC – De recente controverse over het ondernemingsbestuur bij JP Morgan Chase heeft een veel grotere kwestie aan het oog onttrokken. Ondanks de overwinning van Jamie Dimon, die zijn tweeledige rol als CEO en president-commissaris mocht behouden, was het belangrijkste onvermogen dat tentoon werd gespreid dat van de raad van commissarissen zelf – een probleem waarmee vrijwel alle megabanken van de wereld worstelen.

Bij JP Morgan Chase is dit zonneklaar. Het rapport van de recente onderzoekscommissie van de Amerikaanse Senaat, onder leiding van Carl Levin (Democraten) en John McCain (Republikeinen), naar het beruchte schandaal rond de Londense “Whale trades” is daar slechts één voorbeeld van. De firma wordt nu omgeven door een litanie van klachten en rechtszaken. Het is moeilijk in te zien hoe JP Morgan Chase snel aan zijn verleden zal kunnen ontsnappen.

Maar het probleem is veel breder: geen enkele mondiale megabank heeft een goed functionerend bestuur. De commissarissen praten de CEO's naar de mond, onderzoeken de managementbeslissingen niet nauwkeurig en willigen - een paar uitzonderingen daargelaten - salarisverzoeken automatisch in.

Er zijn drie belangrijke redenen dat de raden van commissarissen van de grote banken zich zo volgzaam gedragen. In de eerste en voornaamste plaats bestaat er geen 'markt' voor de controle op de grootste banken. Je kunt geen aanzienlijk belang opbouwen en dat gebruiken om raden van commissarissen onder druk te zetten – laat staan een vijandige overname te bewerkstelligen. Het Londense “Whale”-schandaal bewijst dat. De druk die op JP Morgan Chase werd uitgeoefend heeft geen enkele consequentie gehad, want niets van ook maar enig belang zal veranderen.