18

De nieuwe interventionisten

MÜNCHEN – De gevolgen van de Russische interventie in Syrië strekken zich uit tot ver buiten het Midden-Oosten. De militaire campagne van het Kremlin heeft de balans in de patstelling doen omslaan ten gunste van de regering, en de pogingen doen ontsporen om tot een politieke compromis te komen ter beëindiging van de oorlog. Zij luidt ook het begin in van een nieuw tijdperk in de geopolitiek, waarin grootschalige militaire interventies niet worden uitgevoerd door westerse coalities, maar door landen die handelen in hun beperkte eigenbelang, dikwijls in strijd met het internationaal recht.

Sinds het einde van de Koude Oorlog hebben in het debat over internationale militaire actie sterke, interventionistische westerse krachten tegenover zwakkere landen als Rusland en China gestaan. De leiders van laatstgenoemde landen betoogden telkens dat de nationale soevereiniteit heilig en onschendbaar is. De ontwikkelingen in Syrië duiden erop dat de bordjes inmiddels verhangen zijn. Terwijl het Westen steeds minder behoefte aan de dag heeft gelegd om tussenbeide te komen – vooral als het om grondtroepen gaat – bemoeien landen als Rusland, China, Iran en Saoedi-Arabië zich juist steeds nadrukkelijker met de zaken van hun buurlanden.

In de jaren negentig hebben westerse landen, na de genocides in Rwanda en op de Balkan, de doctrine van de zogenoemde 'humanitaire interventie' ontwikkeld. Deze “Responsibility to Protect” (“verantwoordelijkheid om te beschermen,” gemeenzaam bekend als “R2P”) stelde landen verantwoordelijk voor het welzijn van hun bevolking en dwong de internationale gemeenschap in te grijpen als regeringen er niet in slaagden burgers te beschermen tegen massale wreedheden – of als ze zelf hun burgers bedreigden. De doctrine gooide het traditionele concept van de nationale soevereiniteit overhoop, en in landen als Rusland en China werd zij al snel gezien als niet veel meer dan een vijgenblad voor door het Westen gesponsorde regimeverandering.

Daarom is het op zijn zachtst gezegd ironisch dat Rusland een concept hanteert dat vergelijkbaar is met R2P ter rechtvaardiging van zijn interventie in Syrië, zij het dat in dit geval de regering tegen haar burgers wordt beschermd in plaats van andersom. De Russische inspanningen zijn feitelijk een argument voor de terugkeer naar het tijdperk van de absolute soevereiniteit, waarin regeringen de enige verantwoordelijken zijn voor wat er binnen hun grenzen gebeurt.