17

De economie van onze kinderen

TOKIO – De crisis is niet goed geweest voor de beroepsgroep der economen. De Britse koningin Elizabeth II mag dan misschien te veel hebben verwacht toen zij de beroemde uitspraak deed waarin zij zich afvroeg waarom economen de ramp niet hadden voorzien, toch heerst er een wijdverbreid gevoel dat veel van hun onderzoek irrelevant is gebleken. Erger nog, veel adviezen van economen bleken van weinig nut voor beleidsmakers die probeerden de financieel-economische schade te beperken.

Zullen toekomstige generaties het beter doen? Een van de interessantere zaken waarmee ik me tijdens het recente World Economic Forum in Davos heb beziggehouden, was een collectieve poging ons een beeld te vormen van de inhoud van een economisch lesboek anno 2033. Er is geen gebrek aan ideeën en onderwerpen, zo betoogden de deelnemers, die door de bestaande lesboeken worden genegeerd, maar over twintig jaar waarschijnlijk een prominentere rol zullen spelen.

Economen die werkzaam zijn op de grens tussen de economie en de psychologie meenden bijvoorbeeld dat er meer aandacht zou moeten komen voor 'behavioral finance,' waarin menselijke fouten opgeld doen in de verklaring voor het falen van de zogenoemde hypothese van de 'efficiënte markten.' Economische historici betoogden intussen dat toekomstige lesboeken waarschijnlijk de analyse van de recente ervaringen zouden inbedden in het geschiedkundige verhaal van de langere termijn. Dat zou de aspirant-economen in staat moeten stellen de evolutie van economische instellingen serieuzer te nemen.

Ontwikkelingseconomen zeiden op hun beurt dat er veel meer aandacht zou worden besteed aan willekeurige trials en veldexperimenten. Beoefenaars van de toegepaste econometrie wezen op het toenemende belang van 'grote data' en op de waarschijnlijkheid dat grote hoeveelheden gegevens ons begrip van de economische besluitvormingsprocessen in 2033 aanmerkelijk zullen doen groeien.