qian12_Ezra ShawGetty Images_tokyoolympics Ezra Shaw/Getty Images

Goed en slecht Olympisch nationalisme

CHICAGO – De Olympische Spelen van 2020 in Tokio zijn niet alleen met een jaar uitgesteld, maar ook omstreden. Volgens een recente enquête vond 78 procent van de Japanse burgers dat de Spelen moesten worden afgelast wegens bezorgdheid over de pandemie. Sindsdien hebben de Japanse media de schijnwerpers gericht op het feit dat niet alle bezoekende atleten (waaronder honderd uit de Verenigde Staten) zijn ingeënt tegen COVID-19.

Bovenop deze ongekende bezorgdheid over de volksgezondheid komen nog de eeuwige politieke kwesties, zoals de veelgehoorde klacht dat de Olympische Spelen nationalisme of chauvinisme in de hand werken. Elk evenement levert een krachtmeting op over het verwachte aantal medailles tussen grote kanshebbers als de VS, China, Japan, Groot-Brittannië en Rusland (dat aan de Spelen van Tokio deelneemt als het ʻRussisch Olympisch Comité,ʼ na de verbanning wegens doping van dat land).

Politieke regimes over de hele wereld erkennen dat sport de nationale identiteit kan versterken en dat in het bijzonder de Olympische Spelen status kunnen verlenen op het wereldtoneel. Regeringen gebruiken de Spelen al langer om hun burgers te vertellen: ʻWe hebben het gemaakt.ʼ In 1936 profiteerde Hitler optimaal van de Olympische Spelen in Berlijn, dat in 1931 was uitgekozen om de Spelen te organiseren, twee jaar voordat de nationaal-socialisten aan de macht kwamen. In 1964 gebruikten de Japanners de Olympische Spelen in Tokio als teken van hun volledige rehabilitatie na de Tweede Wereldoorlog. En in de jaren tachtig werden de Olympische Spelen een twistappel van de Koude Oorlog, toen de VS de Spelen van Moskou in 1980 boycotten en de Sovjets de Spelen van Los Angeles in 1984.

We hope you're enjoying Project Syndicate.

To continue reading, subscribe now.

Subscribe

or

Register for FREE to access two premium articles per month.

Register

https://prosyn.org/5of2xK2nl