27

De Franse uitzonderingspositie

PARIJS – Meer dan ooit staat de Franse economie in het middelpunt van een mondiaal debat over de mate waarin we de grenzen van de staatsomvang en -controle in een kapitalistische democratie kunnen oprekken. Voor degenen aan de linkerkant van het politieke spectrum bieden de genereuze sociale voorzieningen en sterke vakbonden van Frankrijk een formule voor een veelomvattender verzorgingsstaat. Voor degenen ter rechterzijde biedt de veel te grote en opdringerige Franse overheid louter een blauwdruk voor achteruitgang. Op dit moment lijkt rechts gelijk te hebben.

Ooit economisch bijna de gelijke van Duitsland, is Frankrijk de afgelopen tien jaar achterop geraakt, met een bbp per hoofd van de bevolking dat nu ongeveer 10 procent lager ligt. Frankrijk wil politiek misschien in een te hoge gewichtsklasse boksen, maar schiet op economisch gebied ernstig tekort.

Als iemand voorstelt van de eurozone een overdrachtsunie te maken, zoals de Franse minister van Economische Zaken, Emmanuel Macron, onlangs heeft gedaan, is de veronderstelling dat Duitsland alle anderen wel op zijn schouders zal nemen. Maar waarom moet alleen Duitsland die verantwoordelijkheid dragen? De economie van Frankrijk is ruwweg driekwart zo groot als die van Duitsland. Het overtuigen van de Duitsers dat de Fransen bereid en in staat zijn hun deel te betalen zou ruimte kunnen maken voor een hoop noodzakelijke compromissen die tot nu toe onmogelijk leken.

Op dit moment voelen weinig mensen zich zeker over de economische toekomst van Frankrijk. Het goede nieuws is dat Frankrijk helemaal niet zo Frans is als het voorwendt te zijn. Ja, er is een 35-urige werkweek, maar bedrijven kunnen onderhandelen over de vastgestelde limiet door aan te bieden voor overwerk méér te betalen. De effectieve werkweek ligt daardoor voor de meeste werknemers wellicht dichter bij de 39 uur.