40

Democratisering van de eurozone

ATHENE – Net zoals Macbeth neigen beleidsmakers ernaar nieuwe zonden te begaan om hun eerdere wangedrag te verdoezelen. En politieke systemen bewijzen zich door de snelheid waarmee ze eind weten te maken aan de seriële, elkaar wederzijds versterkende, politieke fouten van hun leiders. Naar deze maatstaf gemeten loopt de eurozone, bestaand uit 19 gevestigde democratieën, achter op de grootste niet-democratische economie van de wereld.

Na het begin van de recessie die volgde op de mondiale financiële crisis van 2008, besteedden de Chinese beleidsmakers zeven jaar aan het inwisselen van een teruglopende vraag naar ‘s lands netto-uitvoer voor een investeringszeepbel in eigen land, opgeblazen door agressieve landverkoop door lokale bestuurders. Toen de rekening hiervoor deze zomer werd gepresenteerd spendeerden de Chinese leiders 200 miljard dollar aan zuurverdiende buitenlandse reserves om koning Knoet de Grote na te spelen die probeert het aanrollende tij van een beurscrash tegen te houden.

Vergeleken met de Europese Unie echter is de poging van de Chinese overheid om zijn fouten te corrigeren – door uiteindelijk de rente en de beurskoersen toe te staan weg te glijden – een toonbeeld van snelheid en krachtdadigheid. Het mislukte Griekse ‘fiscale consolidatie- en hervormingsprogramma,’ en de manier waarop de Europese leiders zich er aan vast zijn blijven klampen ondanks vijf jaar lang aan bewijs dat het programma onmogelijk kan slagen is dan ook symptomatisch voor een breder Europees bestuursfalen dat diepe historische wortels heeft.

In de vroege jaren 90 sterkte de traumatische ineenstorting van het Europees Wisselkoersmechanisme de Europese leiders alleen maar in hun besluit het verder op te tuigen. Hoe meer aan het licht kwam dat het systeem onhoudbaar was, hoe hardnekkiger de ambtsbekleders er aan bleven vasthouden – en hoe optimistischer hun verhalen. Het Griekse ‘programma’ is slechts de zoveelste incarnatie van rooskleurig gebrachte Europese beleidsapathie.