17

The Post-Crisis Crises

NEW YORK – In de schaduw van de eurocrisis en de 'fiscal cliff' in Amerika is het niet zo moeilijk de langetermijnproblemen van de wereldeconomie te negeren. Maar terwijl we ons op onze onmiddellijke zorgen concentreren, blijven die andere problemen bestaan, zodat we er uiteindelijk spijt van zullen krijgen dat we ze over het hoofd hebben gezien.

Het meest serieuze probleem is de opwarming van de aarde. Hoewel de zwakke prestaties van de wereldeconomie hebben geleid tot een corresponderende vertraging van de stijging van de koolstofdioxide-uitstoot, betekent dit slechts een kort uitstel. En we zijn al ver achterop geraakt: omdat we zo traag hebben gerageerd op de klimaatverandering, zullen voor het bereiken van de beoogde limiet van twee graden Celsius voor de stijging van de mondiale temperatuur deze eeuw scherpe reducties van de emissies nodig zijn.

Sommigen opperen dat we, gezien de vertraging van de economische groei, de maatregelen tegen de opwarming van de aarde beter op een lager pitje kunnen zetten. Maar het tegendeel is waar: als we de wereldeconomie zouden voorbereiden op de klimaatverandering zouden we juist bijdragen aan het herstel van de vraag en de groei.

Tegelijkertijd noopt het tempo van de technologische vooruitgang en de globalisering tot snelle structurele aanpassingen in zowel de ontwikkelde als de opkomende landen. Zulke aanpassingen kunnen traumatisch zijn, en markten gaan er vaak niet goed mee om.

Net zoals de Grote Depressie voor een deel het gevolg was van de moeilijkheden bij de overgang van een landelijke, agrarische economie naar een stedelijke, industriële, komen de huidige problemen voor een deel voort uit de noodzaak om van een industriële economie over te stappen op een diensteneconomie. Er moeten nieuwe bedrijven worden opgericht, en moderne financiële markten zijn beter in het bevorderen van speculatie en exploitatie dan in het verstrekken van de noodzakelijke middelen voor nieuwe ondernemingen, vooral in het midden- en kleinbedrijf.

Bovendien vergt deze overgang investeringen in menselijk kapitaal die individuen zich vaak niet kunnen veroorloven. Tot de diensten die mensen willen, behoren de gezondheidszorg en het onderwijs, twee sectoren waarin de overheid van nature een belangrijke rol speelt (ten gevolge van inherente onvolkomenheden van de markten op dit terrein en de zorgen over de beschikbaarheid van voldoende aandelenkapitaal).

Vóór de crises van 2008 werd veel gesproken over mondiale onevenwichtigheden en de noodzaak dat landen met een handelsoverschot, zoals Duitsland en China, hun consumptie zouden verhogen. Die problemen zijn niet verdwenen; het onvermogen van Duitsland om het chronische overschot op zijn betalingsbalans aan te pakken is zelfs een van de oorzaken van de eurocrisis. Het overschot van China is, als percentage van het bruto binnenlands product, gedaald, maar de langetermijngevolgen daarvan moeten zich nog openbaren.

Het handelstekort van de Verenigde Staten zal niet verdwijnen zonder een stijging van de binnenlandse besparingen en een fundamentelere verandering van de mondiale monetaire structuur. Het eerste zou de groeivertraging van het land verscherpen, en geen van beide veranderingen is momenteel ophanden. Als China zijn consumptie verhoogt, zal het land niet per se méér goederen uit de VS importeren. Het is zelfs waarschijnlijker dat vooral de consumptie van niet-verhandelbare goederen – zoals gezondheidszorg en onderwijs – zal stijgen, wat zal leiden tot diepgaande verstoringen van de mondiale aanbodketen, vooral in landen die als onderdelenleverancier hebben gefungeerd voor de Chinese industriële export.

Tenslotte is er een wereldwijde ongelijkheidscrisis. Het probleem is niet alleen dat de topinkomensgroepen een groter deel van de economische koek krijgen, maar ook dat degenen die tot de middengroepen behoren niet delen in de economische groei, terwijl in veel landen de armoede toeneemt. In de VS is het verhaal van de gelijke kansen ontmaskerd als een mythe.

Hoewel de Grote Recessie deze trends heeft verscherpt, waren ze allang voor het begin van de crisis aan de oppervlakte getreden. Ik en vele anderen hebben betoogd, dat de toenemende ongelijkheid een van de redenen is van de economische groeivertraging, en deels een gevolg is van de diepgaande, aanhoudende structurele veranderingen binnen de wereldeconomie.

Een economisch en politiek systeem dat voor de meeste burgers niets oplevert, is op de langere termijn niet houdbaar. Uiteindelijk zal het vertrouwen in de democratie en de markteconomie afbrokkelen, en zal de legitimiteit van bestaande instellingen en regelingen in twijfel worden getrokken.

Het goede nieuws is dat de kloof tussen de opkomende en de geavanceerde landen de afgelopen drie decennia enorm is geslonken. Niettemin zijn nog steeds honderden miljoenen mensen gevangen in armoede, en is er slechts weinig vooruitgang geboekt bij het terugdringen van de kloof tussen de minst ontwikkelde landen en de rest.

Op dit punt hebben oneerlijke handelsovereenkomsten – inclusief het voortbestaan van niet te rechtvaardigen landbouwsubsidies, die de prijzen drukken waarvan het inkomen van veel van de allerarmsten afhankelijk is – een rol gespeeld. De ontwikkelde landen zijn hun belofte van Doha van november 2001 niet nagekomen om een handelsregime in te stellen dat de ontwikkeling zou bevorderen, evenmin als hun belofte op de G8-top van Gleneagles in 2005 om veel meer hulp te bieden aan de armste landen.

De markt zal op zichzelf geen van deze problemen oplossen. De opwarming van de aarde is bij uitstek een probleem van de “publieke goederen.” Om de structurele overgang te bewerkstelligen die de wereld nodig heeft, moeten overheden een actievere rol gaan spelen – in een tijd dat de oproep tot bezuinigingen zowel in Europa als in de VS toeneemt.

Bij onze worsteling met de kortetermijnproblemen moeten we ons afvragen of we niet reageren op manieren die onze langetermijnproblemen verergeren. Het pad dat is uitgezet door de haviken van de overheidstekorten en de pleitbezorgers van bezuinigingen verzwakt de economie van vandaag en ondermijnt de vooruitzichten voor de toekomst. De ironie is dat, nu de ontoereikende vraag de belangrijkste bron van de huidige mondiale zwakte is, er een alternatief bestaat: investeer in de toekomst, op manieren die ons helpen zowel de problemen van de opwarming van de aarde, de mondiale ongelijkheid en de armoede aan te pakken, als de noodzaak van structurele veranderingen.

Vertaling: Menno Grootveld