6

Het schrikbeeld van de olieprijs

NEW YORK – De fragiele wereldeconomie van vandaag de dag wordt met een groot aantal risico's geconfronteerd: het risico dat de crisis in de eurozone weer oplaait; het risico van een erger dan verwachte groeivertraging in China; en het risico dat het economische herstel in de Verenigde Staten (opnieuw) inzakt. Maar geen enkel risico vormt een grotere bedreiging dan een verdere forse stijging van de olieprijzen.

De prijs van een vat ruwe Brent-olie, die in 2011 nog duidelijk onder de $ 100 lag, bereikte onlangs een nieuwe piek op $ 125. Ondertussen nadert de benzineprijs in de VS de $ 4 per gallon, voor het consumentenvertrouwen de pijngrens, terwijl de prijs aan de pomp tijdens het zomerse hoogseizoen zelfs nog verder op zal lopen.

Angst verklaart deze prijsstijgingen, in weerwil van het ruime olieaanbod, een gedaalde vraag in de VS en Europa als gevolg van het verminderde autogebruik in de afgelopen jaren en een zwakke tot negatieve bbp-groei in de VS en de eurozone. Simpel gezegd heeft de toenemende bezorgdheid over een militair conflict tussen Israël en Iran voor een “angstpremie” gezorgd.

De laatste drie wereldwijde recessies (vóór 2008) werden allemaal veroorzaakt door een geopolitieke schok in het Midden-Oosten die tot een forse stijging van de olieprijzen leidde. De Jom Kipoeroorlog van 1973 tussen Israël en de Arabische staten leidde in 1974-1975 tot wereldwijde stagflatie (recessie en inflatie). De Iraanse revolutie in 1979 had in 1980-1982 wereldwijde stagflatie tot gevolg. En de invasie van Koeweit door Irak in de zomer van 1990 leidde tot de wereldwijde recessie van 1990-1991.

De recente wereldwijde recessie was weliswaar het gevolg van een financiële crisis, maar ook die recessie werd in 2008 verergerd door sterk stijgende olieprijzen. In juli van dat jaar bereikte de prijs per vat de $ 145, waardoor niet alleen olie-importerende ontwikkelde economieën, maar ook opkomende markten op het randje van een recessie terechtkwamen.

Weliswaar is de kans nog steeds klein dat de dreiging van Israël om de nucleaire installaties van Iran aan te vallen ook daadwerkelijk tot een regelrecht militair conflict leidt, maar de risico’s nemen wel toe. De Israëlische premier Binyamin Netanyahu bracht onlangs een bezoek aan de VS en toen bleek dat ‘het lontje’ van de Israëli veel korter is dan van de Amerikanen. Niet alleen is de huidige woordenstrijd aan het escaleren, maar ook de heimelijke oorlog die Israël en de VS naar verluidt met Iran voeren (onder meer via het ombrengen van nucleaire wetenschappers en het gebruik van cyberwapens om nucleaire faciliteiten te beschadigen).

Iran staat met zijn rug tegen de muur nu het land steeds harder door de sancties getroffen wordt (met name de recente restricties van SWIFT en centrale banken plus het besluit van Europa om geen Iraanse olie meer te importeren). Het zou hierop kunnen reageren door de spanningen in de Golf op te voeren. Uiteindelijk kan Iran met gemak een paar schepen tot zinken brengen om daarmee de Straat van Hormuz te blokkeren. Of het kan besluiten om zijn handlangers in de regio ‘niet langer in bedwang te houden’, zoals de pro-Iraanse sjiieten in Irak, Bahrein, Koeweit en Saudi-Arabië, samen met de Hezbollah in Libanon en de Hamas en de islamitische Jihad in Gaza.

Recente aanvallen op Israëlische ambassades in de wereld lijken een Iraanse reactie te zijn op de heimelijke oorlog die tegen het land gevoerd wordt en op de aangescherpte sancties die de gevolgen van het economische mismanagement van het regime nog erger maken. Ook kan de recente escalatie van de grensgevechten tussen Israël en Palestijnse militante strijders uit Gaza een voorbode vormen.

Wel zouden de komende paar weken de spanningen wat kunnen afnemen. Dan gaan de VS, Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, China en Rusland weer een nieuwe ronde van pogingen ondernemen om te voorkomen dat Iran nucleaire wapens ontwikkelt of de capaciteit heeft om deze te produceren. Mocht deze poging echter mislukken, wat waarschijnlijk is, dan kan niet uitgesloten worden dat Israël en de Verenigde Staten tegen de zomer besluiten dat er vroeg of laat toch geweld ingezet moet worden om Iran te stoppen.

Terwijl Israël en de VS op sommige punten nog van mening verschillen – Israël wil nog dit jaar toeslaan, terwijl de regering van president Obama zich verzet tegen militaire actie vóór de verkiezingen in november – komen deze twee kampen wel nader tot elkaar wat betreft doelen en plannen. Wat daarbij het belangrijkste is, is dat de VS een containmentpolitiek nu duidelijk verwerpt (een nucleair Iran accepteren en een afschrikkingsstrategie gebruiken). Mochten de sancties en onderhandelingen dus niet overtuigend werken, dan moet de VS (een land dat volgens Obama niet ‘bluft’) dus militaire actie tegen Iran gaan ondernemen. De VS leveren inmiddels al bunkerkrakerbommen en tankvliegtuigen aan Israël, terwijl de twee gewapende machten ook hun gemeenschappelijke militaire oefeningen opvoeren voor het geval dat een aanval noodzakelijk en onvermijdelijk wordt.

Mochten de oorlogstrompetten deze zomer luider gaan schallen, dan kan de olieprijs oplopen op een wijze die zeer waarschijnlijk tot een Amerikaanse en wereldwijde groeivertraging zal leiden, en mogelijk zelfs tot een regelrechte recessie als er een militair conflict uitbreekt en de olieprijs de pan uitrijst.

Bovendien nemen de bredere geopolitieke spanningen in het Midden-Oosten niet af. Integendeel, die kunnen zelfs nog heviger worden. Naast grote onzekerheid over de gang van zaken in Egypte en Libië staat Syrië nu op de rand van een burgeroorlog, terwijl radicale krachten de overhand krijgen in Jemen en daarmee de veiligheid in Saudi-Arabië ondermijnen. Ook houdt de bezorgdheid aan over oplopende politieke spanningen in Bahrein en in de olierijke oostelijke provincie van Saudi-Arabië, en mogelijk zelfs in Koeweit en Jordanië. Dit zijn allemaal gebieden waar aanzienlijke sjiitische bevolkingsgroepen of andere opstandige groeperingen wonen.

Nu de Verenigde Staten zich uit Irak hebben teruggetrokken, vormen de oplopende spanningen aldaar tussen sjiieten, soennieten en Koerdische fracties geen goed voorteken. Is het land wel in staat om de olieproductie snel op te voeren? En dan is daar ook nog het aanhoudende Israëlisch-Palestijnse conflict, evenals spanningen tussen Israël en Turkije, plus brandhaarden in de wijdere omgeving, met name in Afghanistan en Pakistan.

De olieprijs staat al duidelijk boven de $ 100 per vat, in weerwil van een zwakke economische groei in de ontwikkelde landen en veel opkomende markten. De angstpremie kan de prijzen nog aanzienlijk opdrijven, zelfs als er uiteindelijk geen militair conflict uitbreekt. Mocht dat echter wel het geval zijn, dan kan dat een wereldwijde recessie tot gevolg hebben.

Vertaling: Willemien Rijsdijk