Van kinderslavernij tot vrijheid

4

NEW DELHI – Het is een smet op de mensheid dat er nog slavernij bestaat – van kinderen zelfs. Niet alleen is de kinderslavernij hardnekkig, het aantal kindslaven, 5,5 miljoen, is de laatste 20 jaar constant gebleven. Ze worden gekocht en verkocht als beesten, soms voor minder dan een pakje sigaretten. Tel hier bij op 168 miljoen kinderarbeiders, 59 miljoen kinderen die niet naar school gaan, en jaarlijks 15 miljoen meisjes onder de 15 die gedwongen worden te trouwen, en de situatie is meer dan onacceptabel.

Achttien jaar geleden was de Global March Against Child Labour de speerpunt van een wereldwijde beweging om kinderarbeid en kinderslavernij onder de aandacht van wereldleiders te brengen. Dankzij de bijdragen van onschatbare waarde van mede-activisten, arbeiders, onderwijzers, en bedrijven, was de campagne een groot succes, die leidde tot de aanname van de Worst Forms of Child Labor Convention van de Internationale Arbeidsorganisatie.

Het is echter duidelijk dat er nog veel werk verzet moet worden. Daarom heeft de Global March Against Child Labour er zo hard aan gewerkt – waarbij ze 550.000 handtekeningen voor een petitie verzamelden – om wereldleiders ertoe te bewegen om stevige taal qua kinderslavernij op te nemen in de Sustainable Development Goals, die de mondiale ontwikkelingsinspanningen de komende 15 jaar zullen begeleiden. Een van de SDGs mikt erop om ‘gedwongen arbeid uit te roeien, moderne slavernij en mensenhandel te beëindigen, en het verbod op en de eliminatie van de ergste vormen van kinderarbeid veilig te stellen.’

Maar het is nu tijd om deze belofte (die een van de 169 doelen is) te ruggensteunen met georkestreerde actie; wanneer kinderarbeid, slavernij, mensenhandel, en geweld tegen kinderen tenslotte doorgaan, zullen we er niet in zijn geslaagd om het overkoepelende doel van de agenda, dat is om inclusieve en duurzame welvaart te bereiken, te behalen. En de verantwoordelijkheid hiervoor ligt niet alleen bij regeringen; ook bedrijven, het maatschappelijk middenveld, en individuele burgers moeten allemaal bijdragen, niet in het minst door hun leiders aan te zetten tot verandering.