1

De onrechtvaardigheden van zika

SOUTHAMPTON – Uitbraken van besmettelijke ziekten in de ontwikkelingslanden zijn vanuit het perspectief van de gezondheidszorg al erg genoeg. Maar ze hebben ook nog eens ernstige gevolgen voor de sociale gerechtigheid, omdat ze reeds lang bestaande mensenrechtencrises verscherpen, ook door toch al zwakke publieke voorzieningen te ondermijnen en bestaande ongelijkheden te verdiepen.

Net als de ebola-uitbraak in West-Afrika in 2014 heeft de zika-uitbraak in Midden- en Zuid-Amerika in 2015 kwetsbare sociale groepen het hardst getroffen – vrouwen en kinderen, etnische minderheden en de armen. Evenals de gele koorts, dengue en andere ziekten wordt zika overgebracht door de Aedes aegypti steekmug. Maar Zika – ongebruikelijk voor een door een steekmug overgebracht virus – kan ook seksueel worden overgedragen. En nog ongebruikelijker is dat de ziekte in verband wordt gebracht met neurologische en ontwikkelingsstoornissen bij babies: microcefalie en het syndroom van Guillain-Barré. Voor het overige zijn de symptomen dikwijls relatief mild.

Dit betekent dat – voor de ruim 1,5 miljoen mensen die sinds de uitbraak door zika zijn getroffen – de gevolgen het zorgwekkendst waren voor vrouwen in de kinderbarende leeftijd, met name voor vrouwen die al zwanger waren. Tussen 2016 en 2017 is een totaal van 11.059 zika-gevallen bij zwangere vrouwen bevestigd, waardoor 10.867 gevallen van microcefalie en andere aangeboren stoornissen van de centrale zenuwstelsels van hun baby's werden veroorzaakt. Vijfenzestig procent van deze baby's werd ter wereld gebracht door arme vrouwen en vrouwen van kleur uit noordoost-Brazilië.

De zika-crisis is duidelijk niet gender-neutraal. Bij het aanpakken van de gevolgen op middellange tot lange termijn is een focus op vrouwen – vooral arme vrouwen – hard nodig. Dat betekent niet nóg meer media-aandacht voor de misvormingen die in verband worden gebracht met microcefalie, of zelfs maar voor de problemen waarmee de moeders worden geconfronteerd. En het betekent beslist niet méér inspanningen om het gedrag van vrouwen te controleren.

Om besmetting te vermijden is vrouwen geadviseerd een muggenafweermiddel te gebruiken, stilstaand water rond hun huizen te verwijderen, lange mouwen te dragen, en – indien mogelijk – condooms te gebruiken en seks te vermijden. Het Amerikaanse Center for Disease Control and Prevention heeft zwangere vrouwen geadviseerd niet naar de getroffen landen te reizen. Het meest extreem is de oproep van gezondheidszorgfunctionarissen in El Salvador en Colombia om tot het jaar 2018 niet zwanger te worden.

Dergelijke aanbevelingen, hoe goed bedoeld ze ook mogen zijn, worden getekend door fundamentele zwaktes. Om te beginnen benadrukken ze kortetermijnfactoren, terwijl ze de ziekte loskoppelen van de sociale en structurele factoren die op de langere termijn bepalend zijn voor de gezondheid, waaronder publieke infrastructuur zoals stromend water, goede sanitaire voorzieningen en toegang tot zorg.

Ze leggen de verantwoordelijkheid voor het voorkomen van ziekten en zwangerschappen ook in de eerste plaats bij vrouwen, terwijl ze het gebrek aan controle niet onderkennen dat veel vrouwen hebben als het gaat om hun lichaam en zwangerschap. Veel gebieden die door zika zijn getroffen kennen hoge percentages seksueel geweld en tienerzwangerschappen, een tekort aan seksuele opvoeding, en ontoereikende toegang tot voorbehoedmiddelen. Om deze redenen is ruim 50% van de zwangerschappen in Latijns-Amerika onbedoeld.

Wat de zaken er nog erger op maakt, is dat abortus in de meest door zika getroffen Latijns-Amerikaanse landen illegaal is, of slechts in uitzonderlijke omstandigheden wordt toegestaan. In El Salvador, waar tussen december 2015 en januari 2016 bijvoorbeeld ruim zevenduizend gevallen van zika werden gerapporteerd, zijn abortussen onder alle omstandigheden illegaal. Als kan worden bewezen dat een vrouw zelf een miskraam heeft veroorzaakt, kan zij zelfs veroordeeld worden wegens moord.

De opstelling van de Verenigde Staten heeft ook niet geholpen. Vorig jaar vroeg de regering van president Barack Obama het Congres om $1,8 mrd aan noodfinanciering om landen te helpen zich voor te bereiden en te reageren op de zika-dreiging. Maar de abortuspolitiek is daar tussen gekomen, toen Republikeinse Congresleden, die een hoorzitting leidden over de zika-uitbraak, het ter beschikking stellen van financiering afhankelijk maakten van het anti-abortusbeleid in de ontvangende landen.

De problemen met de dominante benadering van het aan banden leggen van het zika-virus – waardoor vrouwen worden opgezadeld met te veel verantwoordelijkheid, maar te weinig macht krijgen – zijn niet aan iedereen voorbij gegaan. Vorig jaar hebben het Vluchtelingenagentschap van de Verenigde Naties en de Wereldgezondheidsorganisatie de noodzaak benadrukt om de mensenrechten centraal te stellen in de reactie op de zika-uitbraak.

Maar hoewel de erkenning op hoog niveau van de seksuele en voortplantingsrechten van vrouwen een stap in de goede richting is, is het nog lang niet genoeg. En voor het doen wat nodig is om deze rechten te beschermen, vooral onder arme en kwetsbare vrouwen in de ontwikkelingslanden, zal diepgaande en langdurige politieke toewijding vereist zijn.

Vooral nationale wetgeving zal moeten worden herzien, om ervoor te zorgen dat alle vrouwen – of ze nu zwanger zijn van een baby met microcefalie of niet – volledige autonomie hebben als het gaat om de voortplanting. Vrouwen moeten hun keuzes op dat gebied kunnen baseren op hun eigen fysieke en emotionele behoeften en verlangens, en niet op de morele oordelen van sterke spelers of op het risico van strafrechtelijke sancties.

Belangengroepen in Brazilië sturen bijvoorbeeld al aan op een dergelijke uitkomst, door rechtszaken aan het Hooggerechtshof voor te leggen om meer voortplantingsrechten voor vrouwen te bewerkstelligen, inclusief het recht op veilige en wettelijke abortussen. Deze zaken beroepen zich dikwijls op de Nationale Constitutie uit 1988, die het recht op abortus garandeert in geval van verkrachting, gevaar voor het leven van de moeder, en anencefalie, een andere afwijking bij jonge kinderen waarbij de hersenen en de schedel betrokken zijn.

Bij het nastreven van deze veranderingen moeten campagnes ook de verbanden erkennen en benadrukken tussen vrouwenrechten en de rechten van minder validen. Ze moeten gelijkheid bepleiten voor alle gemarginaliseerde groeperingen.

De gevolgen op middellange en lange termijn van zika moeten met dit in het achterhoofd worden aangepakt. Als een vrouw een kind ter wereld brengt met een aangeboren syndroom dat een gevolg is van het zika-virus, moet de reactie daarop zijn geworteld in de waardigheid, waarde en rechten van ieder individu. Het moet de processen erkennen die bepaalde individuen en groepen in de armoede gevangen houden, en hen hun fundamentele burgerrechten ontnemen. Dat is de reden dat campagnevoerders erop moeten staan dat de staat verantwoordelijk is voor het bieden van de juiste zorg en steunmaatregelen voor iedere vrouw en kind – maatregelen die in hun behoeften voorzien en hun rechten respecteren.

Vertaling: Menno Grootveld