0

Het beveiligen van Japan

TOKYO – De tweede termijn van Shinzo Abe als Japans premier begon met een laser-achtige focus op economische revitalisatie. Dat beleid, dat bijna meteen bekend stond als ‘Abenomics’, bestaat uit wat wel de drie ‘pijlen’ zijn genoemd: doortastend monetair beleid, een expansieve fiscale houding en structurele hervormingen om particuliere investeringen te stimuleren. Het gastheerschap van de Olympische Spelen in Tokyo in 2020 heeft een vierde pijl aan de koker toegevoegd in de vorm van vergrote investeringen in infrastructuur en inkomsten uit toerisme in de jaren naar de spelen toe.

Zeker, na vijftien jaar van deflatie en recessie, blijft de revitalisatie van de Japanse economie verre van compleet. Desondanks worden de effecten van de hervormingen van Abe zichtbaar op gebieden zoals die van de equity prijzen en wisselkoersen.

Maar Abe heeft ook te maken met een veiligheidssituatie in Azië die net zo broos is als de Japanse economie was voordat zijn regering afgelopen december aantrad. Het is zo dat hij veel van dezelfde problemen het hoofd moet bieden als tijdens zijn eerste regeerperiode zeven jaar geleden. Zijn inspanningen toen stopten door zijn eigen aftreden en nu doet hij een tweede poging om een systeem voor nationale veiligheid op te zetten dat voldoet aan de behoeftes van Japan (en haar bondgenoten) in het Azië van de 21e eeuw.

In een toespraak voor een zitting van het Lagerhuis van de Japanse Diet op 25 oktober, benadrukte Abe dat, gegeven de huidige veiligheidssituatie in Azië, ‘het essentieel is om de commandofuncties om het nationale veiligheidsbeleid van de premier te implementeren te versterken’. Nu de gedeelde controle van het Hoger- en Lagerhuis van de Diet is opgelost, met Abe’s liberale partij in stevige controle over beide kamers, zal een wetsvoorstel om het toezicht op de nationale veiligheid te moderniseren er zeker doorkomen.