Christine Lagarde Alex Wong/Getty Images

De wereldeconomie in 2018

STANFORD – Alle belangrijke macro-economische indicatoren – de groei, de werkloosheid en de inflatie – duiden erop dat 2017 het beste jaar van de Amerikaanse economie in een decennium is geweest. En de wereldeconomie kent brede, gesynchroniseerde groei – meer dan wie dan ook had verwacht. De vraag is nu of deze sterke prestaties in 2018 zullen aanhouden.

The Year Ahead 2018

The world’s leading thinkers and policymakers examine what’s come apart in the past year, and anticipate what will define the year ahead.

Order now

Het antwoord zal uiteraard afhangen van het monetaire, begrotings-, handels- en aanverwante beleid in de Verenigde Staten en de rest van de wereld. En toch is het moeilijk te voorspellen welke beleidsvoorstellen er in 2018 zullen komen bovendrijven. Er zijn relatief nieuwe staatshoofden in de VS, Frankrijk en Groot-Brittannië; de Duitse leiders hebben na de algemene verkiezingen in september nog geen regeringscoalitie gevormd; en de Amerikaanse Federal Reserve (kortweg: de Fed) heeft een nieuwe voorzitter, wiens aanstelling nog bevestigd moet worden. Bovendien maken grote veranderingen in belangrijke ontwikkelingseconomieën als Argentinië, Saoedi-Arabië en Brazilië het toekomstperspectief nog ondoorzichtiger.

Toch moeten we er maar het beste van hopen. In de eerste en belangrijkste plaats moeten we hopen dat de gesynchroniseerde mondiale groei in 2018 op een niveau van krap 4% zal blijven, zoals het Internationale Monetaire Fonds in oktober heeft voorspeld. Groei leidt niet alleen tot hogere inkomens, maar maakt ook kwellende problemen zoals oninbare bankleningen en begrotingstekorten beheersbaarder. Zoals de vroegere Amerikaanse president John F. Kennedy op beroemde wijze heeft gezegd in een toespraak van oktober 1963, waarin hij zijn voorgestelde belastingverlagingen voor bedrijven en individuen propageerde: “Een rijzend tij tilt alle boten op.”

Op mijn beurt voorspel ik eveneens dat het mondiale herstel zal aanhouden, zij het op een iets lager niveau van rond de 3,5%. De twee meest voor de hand liggende risico's om in de gaten te houden zijn Europa, waar de conjuncturele opleving kan vastlopen, en het olierijke Midden-Oosten, waar de spanningen opnieuw tot uitbarsting kunnen komen.

In de tweede plaats moeten we hopen dat de Fed, onder de ferme leiding van zijn nieuwe voorzitter, Jerome “Jay” Powell, de normalisering van het monetair beleid zal voortzetten of zelfs zal versnellen, door het belangrijkste rentetarief te verhogen en door zijn opgeblazen balans af te slanken. En we moeten hopen dat de economische omstandigheden de andere centrale banken, met name de Europese Centrale Bank, in staat zullen stellen dat voorbeeld te volgen.

Op dit front voorspel ik dat de grote centrale banken het monetair beleid geleidelijker zullen aanpassen dan noodzakelijk is. Het grootste risico hierbij is dat de markten kunnen proberen de Fed onder zijn nieuwe leiderschap op de proef te stellen, bijvoorbeeld als de inflatie sneller stijgt dan verwacht.

In de derde plaats moeten we hopen dat het Republikeinse belastingpakket zijn belofte zal waarmaken van hogere investeringen, productie, productiviteit en lonen in het komende decennium. Op dit punt voorspel ik dat de belastingwet zal worden aangenomen en dat de investeringen in de VS de komende paar jaar relatief hoger zullen zijn dan wanneer er niets was ondernomen.

Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de vraag of de investeringen zullen toenemen ten opzichte van het huidige ondermaatse niveau zal afhangen van veel andere factoren dan de hoogte van de ondernemingsbelasting. Toch mag van het belastingpakket nog steeds worden verwacht dat het de productie, productiviteit en lonen zal laten stijgen. De vraag is niet of, maar wanneer.

Als de volledige effecten van de wetgeving zich niet zullen openbaren vóór de verkiezingen van 2018 of 2020, kan de vertraging politieke gevolgen blijken te hebben. Het grootste gevaar is dat de voordelen op zich zullen laten wachten, en dat de belangrijkste onderdelen zullen worden teruggedraaid zodra de Democraten weer aan de macht zijn.

In de vierde plaats moeten we hopen dat de overheden in de hele wereld de op de loer liggende crisis zullen gaan aanpakken op het terrein van de kosten van de pensioenen en de gezondheidszorg, die al decennia lang stijgen. Naarmate de sociale voorzieningen duurder worden, gaan ze ten koste van overheidsuitgaven aan zaken als defensie, terwijl ze tot nog meer druk leiden om hogere, groei-onderdrukkende belastingen op te leggen.

Vooral Europa moet ervoor waken zelfgenoegzaam te worden door de conjuncturele opleving. Veel lidstaten van de Europese Unie moeten nog steeds hun staatsschuld omlaag brengen, en de eurozone moet de crisis rond de “zombie-banken” oplossen. Daarenboven zijn structurele arbeidsmarkthervormingen zoals de Franse president Emmanuel Macron die nastreeft zeer welkom.

Helaas ben ik bang dat de vooruitgang op het gebied van de structurele hervormingen op z'n best sporadisch zal zijn. Het gevaar is dat de trage groei niet zal leiden tot voldoende loonstijgingen en banencreatie om de tikkende tijdbom van de hoge jeugdwerkloosheid in veel landen te demonteren. Een ander risico is dat de hervormingspogingen tot een politieke reactie kunnen leiden die schadelijk is voor de langetermijninvesteringen.

In de vijfde plaats moeten we hopen dat de eurozone een valutacrisis kan vermijden. Dit zal grotendeels afhangen van de vraag of de Duitse bondskanselier Angela Merkel een coalitieregering kan vormen en de politieke stabiliteit in Europa's grootste economie kan herstellen.

In de zesde plaats moeten we hopen dat de EU en Groot-Brittannië het eens kunnen worden over een redelijke Brexit-deal die de behoorlijk stevige handelsbetrekkingen in stand weet te houden. Het grootste risico hier is dat plaatselijke handelsreducties uitzaai-effecten vertonen en grotere schade veroorzaken.

En buiten Europa moeten we hopen dat de onderhandelingen tussen de VS, Canada en Mexico over het Noord-Amerikaanse Vrijhandelsverdrag (NAFTA) zullen uitmonden in een overeenkomst die de continentale handel zal blijven faciliteren. Voor de handel in het algemeen is het grootste risico dat de regering-Trump een handelsdispuut met alleen maar verliezers zal aanzwengelen, dankzij haar begrijpelijke ijver om de Amerikaanse industrie-arbeiders te helpen.

In de zevende plaats moeten we hopen dat nieuw beleid dat zich richt op de informatie- en communicatietechnologie (ICT) het juiste evenwicht zal weten te vinden tussen de wedijverende en legitieme wensen van alle belanghebbenden. Aan de ene kant zijn er redenen om ons zorgen te maken over de concentratie van marktmacht bij bepaalde internetbedrijven, vooral als het gaat om online-inhoud en distributie, en over de gevolgen van nieuwe technologieën voor de persoonlijke privacy, de rechtshandhaving en de nationale veiligheid. Aan de andere kant kunnen nieuwe technologische ontwikkelingen enorme economische voordelen opleveren.

Het is makkelijk je een scenario voor te stellen van te veel of te weinig toezicht. Het is ook makkelijk je een grootschalige publieke reactie voor te stellen tegen de grote technologiebedrijven, vooral als slechte zelfregulering of een weigering om samen te werken met de justitiële autoriteiten tot een vreselijke gebeurtenis leiden.

Op dit punt voorspel ik dat het bereiken van een toereikend beleidsevenwicht jaren zal kosten. Als een of andere toekomstige gebeurtenis een gevoelige snaar raakt, kan de stemming onder het publiek dramatisch veranderen. Uiteindelijk verwacht ik echter dat de concurrentie en innovatie de komende regulering zullen overleven.

Tenslotte, en in de allereerste plaats, moeten we hopen dat het terrorisme overal zal worden ingedamd, dat conflicten verdwijnen, dat democratie en kapitalisme weer aan momentum zullen winnen, en dat een beschaafdere en eerlijker dialoog zal terugkeren in het publieke domein. Mocht dat in 2018 allemaal gebeuren, dan zal het inderdaad een heel goed jaar zijn.

Vertaling: Menno Grootveld

http://prosyn.org/DyGitOQ/nl;