5

Een nieuwe missie voor de Wereldbank

WASHINGTON, DC – De Groene Revolutie wordt gezien als een van de grootste successen in de geschiedenis van de economische ontwikkeling. In de jaren zestig en zeventig transformeerden de creatie en adoptie van graansoorten met hoge opbrengsten de Indiase economie en redden in vrijwel de hele ontwikkelingswereld miljarden mensen van uithongering.

Maar vandaag de dag is de toekomst van de organisatie die verantwoordelijk was voor de Groene Revolutie - een consortium van 15 onderzoekscentra over de hele wereld geheten de Consultative Group on International Agricultural Research (CGIAR) – in het geding. De Wereldbank, een van de grootste financiers, overweegt zijn geldelijke steun in te trekken.

 1972 Hoover Dam

Trump and the End of the West?

As the US president-elect fills his administration, the direction of American policy is coming into focus. Project Syndicate contributors interpret what’s on the horizon.

Deze beslissing alleen al is zorgwekkend genoeg. De missie van de CGIAR is mondiale voedselveiligheid, en basaal landbouwkundig onderzoek biedt potentieel groot economisch rendement voor ‘s werelds armen. Maar nog zorgelijker is het signaal dat de Wereldbank hiermee afgeeft, namelijk dat deze niet langer de ondergefinancierde mondiale publieke goederen zal ondersteunen die cruciaal zijn om de sociale, economische, en politieke vooruitgang van afgelopen eeuw in stand te houden.

De voorgestelde bezuinigingen bij CGIAR zijn onderdeel van de inspanningen van de Wereldbank om zijn administratieve budget met 400 miljoen dollar te verminderen; een belofte die in 2013 werd gedaan door de president van de organisatie, Jim Yong Kim. De Wereldbank geeft momenteel jaarlijks 50 miljoen dollar aan de CGIAR; dit zou met 20 miljoen dollar gekort worden, waarna het bedrag over een periode van een paar jaar misschien helemaal afgebouwd zal worden.

Op zichzelf staand is het geld waar het om gaat niet van overmatig belang voor beide organisaties. De getallen waar over gediscussieerd wordt zijn klein bier vergeleken met de 52 miljard dollar die in 2013 door de donoren van de Wereldbank werd toegezegd om de mondiale armoede te bestrijden en om landen met lage inkomens te helpen. Voor de CGIAR zouden de voorgestelde bezuinigingen, alhoewel pijnlijk, ook niet funest zijn; in 2013 spendeerde de groep aan zijn activiteiten 984 miljoen dollar.

Maar dat neemt niet weg dat de Wereldbank – de meest vooraanstaande mondiale ontwikkelingsorganisatie - hiermee in feite verklaart dat landbouwkundig onderzoek voor ontwikkeling geen prioriteit is. De financiering van de CGIAR is dan ook niet de enige die onder vuur ligt. De Wereldbank overweegt ook te snijden in zijn kleine maar katalyserende contributies aan het Global Development Network, dat onderzoekers in ontwikkelingslanden financiert. De steun voor het Extractive Industries Transparancy Initiative, die de openbaarmaking van deals over natuurlijke hulpbonnen bevordert in het belang van de strijd tegen corruptie, staat ook ter discussie, net zoals de fondsen voor het Special Program for Research and Training in Tropical Diseases. Deze en andere programma’s worden ondersteund door de Development Grants Facility van de Bank, die onderwerp is van mogelijke bezuinigingen op de administratieve begroting.

Het geld dat de Wereldbank spendeert aan de voorziening van aan ontwikkeling gerelateerde mondiale publieke gemeenschapsgoederen is nooit groot onderdeel van de totale uitgaven geweest. De ongeveer 200 miljoen dollar per jaar die de Bank besteedt aan het ondersteunen van CGIAR en andere begunstigden verbleekt in vergelijking tot de 35 miljard dollar in leningen waar deze in 2012 in voorzag. Maar de voorgestelde bezuinigingen zouden een onderdeel van de activiteiten van de Bank treffen dat juist uitgebreid moet worden, en niet beperkt.

Zeker, toen de Wereldbank werd opgericht was deze niet bedacht als aanbieder van toelagen aan instituties die zich met mondiale publieke goederen bezig houden. De primaire missie was – en is nog – om overheden leningen en technische ondersteuning aan te bieden. Maar het is vermeldenswaardig dat de relevantie van de Wereldbank voor de financiën van ontwikkelingslanden in de 21e eeuw tegenover staatsleningen, private investeringen, en geldzendingen door migranten ernstig is verminderd.

Omdat de leningen of garanties gebundeld zijn met expertise en advies heeft de Wereldbank nog steeds een goed product. Maar zoals ik al eerder heb betoogd zou het er nog een bij moeten hebben. Als ’s werelds eerste en enige volledig mondiale ontwikkelingsorganisatie is hij goed gepositioneerd – en heeft ook de verantwoordelijkheid – om het management van mondiale publieke goederen te helpen sponsoren, financieren, en mede de agenda te bepalen.

Het is nu tijd dat een of meer van de regeringen van de leden van de Wereldbank de handschoen opnemen. De snelle reactie van organisatie op de ebola-pandemie onlangs is een indrukwekkend voorbeeld van zijn capaciteit om mondiale problemen aan te pakken. Bovendien zal de internationale gemeenschap het dit jaar eens worden over de Sustainable Development Goals; doelen die zeer gediend zouden zijn met investeringen op gebieden als landbouwkundig onderzoek en ontwikkeling, inspanningen om land- en watergebruik te optimaliseren, en de bescherming van bossen.

Fake news or real views Learn More

De Verenigde Staten zouden samen met Duitsland, Groot-Brittannië, en China in staat moeten zijn om de Wereldbank in dezen een duidelijk mandaat te verlenen. De missie van de Bank uit de 20e eeuw – om landen te helpen hun ontwikkeling te financieren – zal de afzienbare toekomst van levensbelang blijven. Maar er is ook ruimte voor de Wereldbank om zijn focus op de 21e eeuw af te stemmen, met een grotere nadruk op een van de kernvereisten voor ontwikkeling: het voorzichtige beheer en de protectie van mondiale publieke goederen.

Vertaling Melle Trap