3

Het in evenwicht brengen van de staatsbalansen

MILAAN – Tot voor kort werd betrekkelijk weinig aandacht besteed aan de staatsbalansen. Het bepalen van de omvang daarvan en het rapporteren erover werden veronachtzaamd. Zelfs vandaag nog krijgen de staatsschulden wél een ruime hoeveelheid aandacht, terwijl dat veel minder geldt voor de bezittingen van staten.

In een vroeger tijdperk bezaten staten aanzienlijke industriële belangen. Dit model van de 'commanding heights' van de economie werd uiteindelijk verworpen omdat de prestaties ernstig tegenvielen, vooral als staatssectoren gevrijwaard waren van concurrentie (zoals de norm was). De efficiency liet te wensen over. Maar belangrijker nog, de dynamiek leed onder het feit dat er geen nieuwe bedrijven bijkwamen en geen oude verdwenen, een sleutelelement van innovatie, zodat de verliezen in de loop der tijd toenamen.

De tekortkomingen van het model leidden in veel geavanceerde en opkomende landen tot privatiseringen. In Europa werd dit gezien als een belangrijke stap in het integratieproces. De theorie, in Europa en elders, was dat staten geen onpartijdige eigenaren van industriële bezittingen konden zijn. Via regulering, publieke aanbestedingen en verborgen subsidies zouden ze hun eigen belangen voortrekken.

Staatseigendom is uiteraard niet de enige manier om de efficiency en de dynamiek te belemmeren. In een hele reeks landen, van Japan tot Italië, zorgt allerlei regelgeving ervoor dat bepaalde sectoren zijn afgeschermd voor concurrentie, met desastreuze gevolgen voor de productiviteit. Dit patroon is bijzonder uitgesproken in niet aan buitenlandse concurrentie blootstaande sectoren (die twee derde van de economie voor hun rekening nemen), waar de disciplinerende werking van buitenlandse concurrentie per definitie afwezig is. Maar zelfs op dit terrein zouden in het buitenland gevestigde concurrenten de prestaties kunnen bevorderen.