3

Europa moet proberen een verloren decennium te voorkomen

BRUSSEL – De stemming op de Europese financiële markten is omgeslagen. Op dit moment is de mogelijkheid van een Grieks vertrek uit de eurozone van tafel. Als de rente op Spaanse en Italiaanse staatsobligaties als richtsnoer mag dienen, gokken de obligatiehouders niet langer op het uiteenvallen van de eurozone. De Europese aandelenkoersen zijn zelfs gestegen in de week na de onbesliste Italiaanse parlementsverkiezingen.

Beleggers geloven blijkbaar dat de Europese leiders precies genoeg zullen doen om hun monetaire unie bijeen te houden. Maar tegelijkertijd is het onwaarschijnlijk dat de Europese economie het patroon zal volgen van de crises op de opkomende markten en als een feniks uit de as zal herrijzen. Het meest waarschijnlijke scenario lijkt eerder een decennium met trage of helemaal geen groei, zoals dat de afgelopen tien jaar in Japan het geval was.

Het eerste obstakel voor een 'feniks-achtig mirakel' is dat de regeringen blijven bezuinigen. Ja, er wordt gefluisterd dat het tempo van de begrotingsaanpassingen kan worden vertraagd; Frankrijk heeft al meer tijd gekregen om zijn begrotingstekort aan te zuiveren. Maar dit heeft veel weg van wat er in Japan is gebeurd, waar de begrotingskraan afwisselend open en dicht is gedraaid. De Japanse consumenten wisten dat de verhogingen van de overheidsuitgaven van tijdelijke aard waren, zodat ze hun bestedingspatroon niet wijzigden en het beleid geen effect had.

De Europese Centrale Bank weigert op haar beurt ook maar iets te doen om de groei aan te jagen. Net als de Bank of Japan in de jaren negentig interpreteert zij haar mandaat zeer eng. Zij houdt zich verre van de mondiale valuta-oorlogen. Maar nu de Bank of Japan net als de Amerikaanse Federal Reserve en de Bank of England haar monetair beleid zal gaan versoepelen, zal er sprake zijn van een opwaartse druk op de euro. En een sterke euro is het laatste dat een zwak Europa nodig heeft.