2

Waarom een flexibelere yuan er nog steeds toe doet

CAMBRIDGE – Een van de meest opmerkelijke macro-economische ontwikkelingen van de afgelopen jaren is de scherpe daling van het overschot op de Chinese betalingsbalans. Het Internationale Monetaire Fonds (IMF) voorspelt nu een overschot in 2012 van slechts 2,3% van het bruto binnenlands product (bbp). Vóór de crisis werd in 2007 nog een record bereikt van 10,1%. De inkrimping is grotendeels het gevolg van een daling van het overschot op de Chinese handelsbalans – dwz, de meerwaarde van de Chinese export ten opzichte van de Chinese import.

De afname van het overschot was een verrassing voor veel deskundigen en beleidsanalisten, die de aanhoudende enorme handelsoverschotten van China als het overtuigende bewijs beschouwden dat overheidsingrijpen de Chinese munt (de yuan) steevast ver beneden zijn 'eigenlijke' waarde had gehouden. Betekent de daling van het Chinese overschot nu dat deze conventionele wijsheid niet klopt? Moeten de Verenigde Staten, het IMF en andere spelers ophouden China ertoe te bewegen een flexibeler regime in te voeren voor de wisselkoers van de yuan?

Het korte antwoord luidt 'nee.' De Chinese economie wordt nog steeds geplaagd door enorme onevenwichtigheden, en een stap in de richting van een flexibeler wisselkoersregime zou kunnen dienen als veiligheidsklep en schokbreker.

Toch heeft de wisselkoers veel te veel als bliksemafleider gefungeerd voor de zorgen over de toenemende betrokkenheid van China bij de wereldeconomie. Het verband tussen de wisselkoers en het Chinese prijsvoordeel op de wereldmarkten wordt sterk overdreven. Tegelijkertijd is de wisselkoers geenszins het meest urgente probleem waarmee China vandaag de dag wordt geconfronteerd.