82

Wat houdt de wereldeconomie tegen?

NEW YORK – Zeven jaar nadat de wereldwijde financiële crisis in 2008 uitbrak, is de wereldeconomie ook in 2015 weer blijven doormodderen. Volgens het rapport van de Verenigde Naties World Economic Situation and Prospects 2016 is de gemiddelde groei in geavanceerde economieën sinds de crisis met meer dan 54% teruggelopen. Een geschatte 44 miljoen mensen zijn in deze landen werkloos, ongeveer 12 miljoen meer dan in 2007, terwijl de inflatie zijn laagste niveau sinds de crisis bereikt heeft.

Zorgelijker is nog dat de groeiratio’s van ontwikkelde landen ook nog eens wisselvalliger zijn geworden. Dit is verrassend, omdat ze als ontwikkelde economieën met volledig vrije vermogensrekeningen hadden moeten profiteren van de vrije stroom aan kapitaal en internationale risicodeling – en daarom weinig macro-economische schommelingen hadden moeten ervaren. Bovendien zouden sociale overdrachten, inclusief werkloosheidsuitkeringen, huishoudens in staat moeten hebben gesteld om hun consumptie te stabiliseren.

Maar het overheersende beleid in de periode na de crisis – fiscale ingraving en kwantitatieve versoepeling (Quantitative Easing of QE) door grote centrale banken – hebben weinig stimulans gegeven aan de gezinsconsumptie, investeringen, en groei. In tegendeel, ze hebben de zaken over het algemeen alleen maar verder verslechterd.

In de VS zorgde de kwantitatieve versoepeling niet voor een stijging van de consumptie en investeringen, gedeeltelijk omdat het grootste deel van de extra liquiditeit terugvloeide naar de schatkisten van de centrale banken in de vorm van overtollige reserves. De Financial Services Regulatory Relief Act uit 2006 die de Federal Reserve (Fed) autoriseerde om rente te betalen over de vereiste en overtollige reserves, ondermijnde zo het hoofddoel van QE.