37

De verschillende kleuren populisme

LONDEN – De beslissende zege van Emmanuel Macron op Marine Le Pen in de Franse presidentsverkiezingen was een grote overwinning voor liberaal Europa. Maar dit was nog maar één slag, niet de hele oorlog. Het idee dat één op de drie Franse burgers op het Front National van Le Pen zou stemmen was nog maar een paar jaar geleden ondenkbaar.

Commentatoren hebben op de golf van demagogische politiek die Europa (en grote delen van de rest van de wereld) overspoelt het label ‘populisme’ geplakt. Maar wat hebben deze bewegingen naast de schreeuwerige stijl die gemeengoed is onder populisten nog meer gemeen? Tenslotte zijn Podemos uit Spanje en het Griekse Syriza links. Het Franse Front National, de Partij Voor de Vrijheid in Nederland, en het Duitse Alternative für Deutschland zijn rechts. Beppe Grillo, leider van de Italiaanse vijfsterrenbeweging, zegt dat zijn partij noch rechts noch links is.

En toch schermen ze allemaal met dezelfde algemene thema’s: economisch nationalisme, sociale zekerheid, anti-Europeanisme, antimondialisme, en vijandigheid, niet alleen tegen het politieke establishment maar tegen de politiek an sich.

Om te begrijpen wat dit kan betekenen voor de evolutie van de Europese politiek moet men naar de geschiedenis van het fascisme kijken. Benito Mussolini, in 1919 de stichter van het Italiaanse fascisme, begon als revolutionaire socialist. In Duitsland was het woord Nazi, zoals bekend verondersteld mag worden, een afkorting van de Nationaal Socialistische Duitse Arbeiderspartij.

In beginsel was het fascisme een nationalistische antikapitalistische beweging. Later beperkte het zijn aanvallen tot het liberale kapitalisme en dan vooral ‘de internationale financiële wereld.’ En dit ging al snel over in antisemitisme en wat de Duitse sociaaldemocraat August Bebel in beroemd geworden woorden het ‘socialisme der dwazen’ noemde. Het Europese fascisme stortte met de nederlaag van Duitsland in 1945 ineen, maar minder agressieve vormen leefden elders voort, zoals in Argentinië met het Peronisme.

De maatschappelijke basis van het fascisme in het interbellum rechtvaardigde de classificatie als rechtse beweging. Toentertijd steunde de arbeidsklasse meestal linkse partijen. De enige politieke ruimte die nog over was voor het fascisme was de kleine bourgeoisie: middenstanders, kleine luiden, en lage ambtenaren.

Vandaag de dag is de maatschappelijke basis van de linkse politiek verdwenen. De klassieke arbeidersklasse bestaat niet meer: sociale democratische partijen en vakbonden zijn schaduwen van zichzelf geworden. Dit betekent dat populisten op links onvermijdelijk veroordeeld zijn te concurreren met zogenoemde rechtse populisten om de steun van exact dezelfde groepen die zich in het interbellum tot het fascisme wendden: jonge werkloze mannen en de ‘kleine man’ die zich bedreigd voelt door de ‘oligarchie’ van bankiers, mondiale aanvoerlijnen, corrupte politici, bureaucraten van de Europese Unie in ivoren torens, en ‘zakkenvullers’ in alle gedaanten. De hedendaagse populisten, van welke politie kleur dan ook, mikken niet alleen op dezelfde potentiele supporters, maar ook op dezelfde vijanden.

Hoeveel ruimte bestaat er voor de verdere groei van het populisme en welke kleur –  socialistisch of fascistisch – zal de meeste stemmen trekken?

Het algemene antwoord op het eerste deel van de vraag werd gegeven door voormalig Amerikaans president Bill Clinton in zijn verkiezingscampagne van 1992: ‘its the economy, stupid’. De EU is van de grote economische wereldcentra de traagste geweest om zich te herstellen van de recessie van na 2008. In Frankrijk bedraagt de werkloosheid 10%. De jeugdwerkloosheid ligt rond de 24% en in Italië op 34% – wat een vruchtbare voedingsbodem biedt voor zowel extreemlinks als -rechts.

Alhoewel Macron bepaald geen obsessieve financiële havik is wil hij het Franse begrotingstekort terugbrengen van 3,4% naar 3% van het bbp, in overeenstemming met het plafond gezet door het Stabiliteits- en Groeipact van de EU. Er staan 120.000 ambtenarenbanen op de tocht. Toch wil hij eveneens de economie aanmoedigen met een stimuleringspakket van 50 miljard euro en wil hij de verzorgingsstaat uitbreiden.

Om deze cirkel rond te maken heeft Macron groei nodig en hij vertrouwt op hervormingen aan de aanbodkant om deze af te leveren. Hij is van plan om de bedrijfsbelastingen terug te brengen van 33% naar 25% en om financiële investeringen vrij te stellen van vermogensbelasting. Als een uitgesproken criticus van protectionisme zal hij zich inzetten voor het Comprehensive Economic and Trade Agreement tussen de EU en Canada en het Transatlantic Trade and Investment Partnership met de Verenigde Staten. Zijn steun voor de El Khomri-wet, die het makkelijker maakt om arbeiders te ontslaan, en zijn oppositie tegen de 35-urige werkweek tonen zijn verlangen om de ‘flexibiliteit’ van de Franse arbeidsmarkt te vergroten.

Ondanks uitspraken over de ‘groene economie’ en een roep om een investeringsprogramma op Europese schaal is de agenda van Macron grotendeels neoliberaal. In wezen hoopt Macron dat zijn agenda wanneer geïmplementeerd op EU-niveau niet alleen de Franse economie zal optillen, maar alle Europese schepen.

In werkelijkheid bestaat de kans dat zulke hervormingen alle schepen zullen doen zinken, wat de populisten hun kans zal geven. Maar welke kleur populisten zal die kans in dat geval grijpen?

Econoom Dani Rodrik zet de aantrekkingskracht van populisme in perspectief. Hij betoogt dat democratie, nationale soevereiniteit, en mondiale economische integratie wederzijds onverenigbaar zijn; ten minste één moet opgeofferd worden. Omdat veel stemmers in Europa en de VS zich door de mondialisering benadeeld voelen heeft een populistische partij die de natie agressief voorop stelt al meteen een voorsprong tegenover zijn rivalen.

Vanuit dit perspectief gezien was Macron voor Le Pen de ideale kandidaat om tegen te verliezen. Hij belichaamt de kosmopolitische elite. Hij lijkt slap op gebied van immigratie. En aangenomen dat zijn nieuwe  partij er niet in slaagt om een meerderheid te halen in de verkiezingen voor de Nationale Assemblee van volgende maand zal zijn regering steun van de grote partijen nodig hebben. Het is zeer wel mogelijk dat persoonlijkheden uit het establishment zich de komende vijf jaar zullen verenigen rond beleid dat faalt, wat Le Pen het perfecte doelwit verschaft om zich in de presidentscampagne van 2022 op te richten.

Er bestaat in Frankrijk zeker ook steun voor een links programma. Zo’n 20% van de stemmers stemde in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen op de linkse populist Jean-Luc Mélenchon. In de tweede ronde was de twitter hashtag #NiPatronNiPatrie (noch baas noch vaderland) bijzonder verhelderend en weerspiegelde de onvrede van veel stemmers met de verkiezingskeuze tussen neoliberalisme en nationalisme. De taak van links is om de aandacht te vestigen op de waarlijk problematische aspecten van mondiale economische integratie – financialisering, de prioriteit van kapitaal boven arbeid, van crediteur boven debiteur, en van baas boven arbeider – zonder in een reactionaire politiek te vervallen.

Vertaling Melle Trap