The mostly automated facility Richard Lautens/Toronto Star via Getty Images

Automatisering en het Amerikaanse leiderschap in de wereld

LONDEN – Niet zo lang geleden waren er twee concurrerende verklaringen voor de werkloosheid. De eerste was de Keynesiaanse theorie van de tekortschietende vraag, die inhoudt dat werknemers “onvrijwillig” werkloos raken als hun gemeenschap het geld mist om de goederen en diensten te kopen die zij produceren. De tweede was het inzicht dat vaak in verband wordt gebracht met de zogenoemde Chicago School, dat inhoudt dat werkloosheid een vrijwillige keuze is voor vrije tijd en niet voor werk tegen welk loon dan ook.

Nu maakt een derde verklaring opgang: de afname van de voltijds-arbeidsmogelijkheden en de daling van de reële lonen zijn allebei het gevolg van de automatisering. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het idee dat robots de banen van mensen afsnoepen een nieuwe variant is van het zeer oude idee van de technologische werkloosheid. Maar het is een variant die aandacht verdient, omdat het probleem niet kan worden opgelost met conventionele beleidsantwoorden.

Het “officiële” verhaal over de technologische vooruitgang beschouwt de steeds snellere veranderingen als onvermijdelijk. Volgens met allerlei afkortingen aangeduide instellingen, denktanks, task forces, et hoc genus omne, zullen automatisering en artificiële intelligentie (AI) spoedig een groot, maar onvoorspelbaar aantal menselijke arbeidsplaatsen elimineren of op z'n minst onherkenbaar veranderen.

Tegelijkertijd wordt het omarmen van nieuwe technologie noodzakelijk geacht voor het geopolitieke en competitieve succes van een land. Zo moeten ontwrichtingen van bestaande arbeidspatronen worden verwelkomd en “verzacht,” door het onderwijs en de sociale voorzieningen af te stemmen op de behoeften van een door automatisering gedreven banenmarkt.

Aldus The Work Ahead: Machines, Skills, and US Leadership in the Twenty-First Century(Het werk dat ons te wachten staat: Machines, vaardigheden en Amerikaans leiderschap in de 21e eeuw), een nieuw rapport dat is uitgegeven door de Council on Foreign Relations (Raad voor Buitenlandse Betrekkingen). Net als veel andere recente rapporten over dit onderwerp gaat ook dit rapport uit van onberedeneerde – en grotendeels ongegronde – veronderstellingen en komt het tot de aandacht afleidende conclusies.

Er wordt ons bijvoorbeeld voorgehouden dat de technologische ontwikkelingen zullen bepalen waar nog werk kan worden gevonden. Omdat de meeste banen helemaal of deels geautomatiseerd zullen worden, is verzet zinloos en aanpassing (“verzachting”) de enige optie. Bovendien moet de technologische innovatie enthousiast worden omarmd, omdat de “beste en slimste” werknemers anders naar buitenlandse concurrenten zullen vluchten.

What do you think?

Help us improve On Point by taking this short survey.

Take survey

Er wordt ons ook verteld dat als de Verenigde Staten eenzijdig het tempo van de automatisering zouden vertragen, zij hun dominante positie op het wereldtoneel zouden kwijtraken. Op grond van de veronderstelling dat China een strategische vijand van de VS is, zou het strikt noodzakelijk zijn dat het Amerikaanse volk de technologische innovatie omarmt om de race om het leiderschap van de wereld te kunnen winnen.

En tenslotte wordt ons verteld dat werk de bron is van iemands identiteit. Dus in plaats van het loskoppelen van de economische zekerheid van de werkgelegenheid is de uitdaging erin gelegen traditionele, maar meer flexibele vormen van betaalde arbeid veilig te stellen. Een universeel basisinkomen moet dus worden afgewezen, als gevolg van zijn “enorme kosten en de potentiële demotiverende werking die ervan uitgaat op de arbeidsmentaliteit.”

Als je vasthoudt aan deze basisregels kan het enige antwoord op de opmars van de robots een actief arbeidsmarktbeleid zijn, gericht op het voorbereiden van de werknemers op een race met machines. De uitdaging van een schamele arbeidsmarkt moet het hoofd worden geboden door mensen schameler werk te geven.

Te loven valt dat het CFR-rapport nagenoeg erkent dat er een relatie bestaat tussen de conjuncturele werkloosheid en het op de langere termijn spelende probleem van de technologische werkloosheid. De auteurs hebben gelijk als ze een beleid van “volledige werkgelegenheid” noodzakelijk (zij het niet toereikend) achten om het publiek de automatisering te laten aanvaarden. En zij merken zelfs op dat de Amerikaanse economie gedurende slechts 30% van de periode sinds 1980 volledige werkgelegenheid heeft gekend, tegen 70% van de periode tussen eind jaren veertig en 1980. De auteurs schrijven: “Op ieder willekeurig moment zullen waarschijnlijk miljoenen mensen onvrijwillig zonder werk zitten en naar een baan uitkijken, en in tijden van recessie en economische inzinking zullen die cijfers oplopen.”

En toch stelt het rapport, teneinde dit probleem te “verzachten,” mé_ér van dezelfde beleidsmaatregelen voor die ons hebben gebracht waar we nu zijn. Dientengevolge moet het beleid worden gebruikt om de werkgelegenheid uit te breiden – ook al is het daar bij voortduring niet in geslaagd. En: “Het Congres en de regering-Trump moeten het begrotingsbeleid ook zorgvuldig inzetten om sterke groei en werkgelegenheid te behouden” – ook al “zal het verslechterende federale begrotingstekort … [de inspanningen in deze richting] helaas verder belemmeren.”

Daarmee zullen we het moeten doen als we het macro-economisch beleid willen gebruiken om het “werkgelegenheidsprobleem” het hoofd te bieden. Zo blijven we zitten met de gebruikelijke micro-economische maatregelen als we mensen willen voorbereiden op algoritmische werkgelegenheid – dat wil zeggen: het gebruik van big data om mensen te koppelen aan de banen die zij nodig zullen hebben om consument te blijven. Opnieuw wordt tegen ons gezegd dat toekomstige deelnemers aan de arbeidsmarkt moeten worden uitgerust met op werk gericht onderwijs en “draagbare” sociale voorzieningen, om ze te helpen van de ene geautomatiseerde arbeidsplaats naar de andere over te springen.

Op het terrein van het onderwijs roept het rapport werkgevers en universiteiten op om samen te werken teneinde talent-“pijpleidingen” te ontwikkelen. Het onderstreept bijvoorbeeld de programma's van Miami Dade College op het gebied van “animatie en game-ontwikkeling, in samenwerking met bedrijven als de Pixar Animation Studios en Google.” Op dezelfde manier heeft Toyota “zijn eigen geavanceerde programma's gelanceerd, die studenten de weg wijzen die een carrière bij het bedrijf nastreven.”

En om de arbeidsmobiliteit te garanderen, kent het rapport een prominente plaats toe aan de zogenoemde “flexicurity” (een samentrekking van “flexibility” en “security”), in de vorm van draagbare sociale voorzieningen (“transitiehulp voor werknemers”). Op typische wijze probeert het niet de sociale voorzieningen los te koppelen van het werk zelf, maar eerder van “enkelvoudige werkgevers en voltijdswerk.”

Uiteindelijk staat er in het rapport nergens of flexibele vormen van werk in de zogenoemde “gig economy” nu representatief zijn voor de Keynesiaanse tekortschietende vraag, vrijwillige keuzes voor deeltijdwerk en zelfstandigheid, of de onvrijwillige effecten van automatisering. En hoewel de auteurs toegeven dat mondialisering en technologisch dynamisme een groot deel van de Amerikaanse bevolking op achterstand hebben gezet op het gebied van vermogen, inkomen en eigenwaarde, is hun remedie de verdubbeling van de huidige pogingen om de “achtergeblevenen” een inhaalslag te laten maken.

Ik zou uit dezelfde feiten een andere conclusie trekken. Als het doel is alle schepen zo veel mogelijk te laten drijven en op één niveau te krijgen, is een vertraging van de mondialisering en automatisering onontkoombaar. Iedere burger heeft het recht niet te ver achterop te raken. Het overeind houden van dat recht mag niet worden opgeofferd in naam van grotendeels onzinnige berekeningen over de gevolgen van het vertragen van de automatisering voor het Amerikaanse leiderschap in de wereld.

Vertaling: Menno Grootveld

http://prosyn.org/v8BV6EP/nl;

Handpicked to read next

Cookies and Privacy

We use cookies to improve your experience on our website. To find out more, read our updated cookie policy and privacy policy.