US President Donald Trump gives his first State of the Union address Samuel Corum/Anadolu Agency/Getty Images

Donald Trump speelt om te verliezen

BERKELY – Amerika heeft beslist een ander soort president dan waar het aan gewend is. Wat Donald Trump onderscheidt van zijn voorgangers is niet louter zijn temperament en algemene onwetendheid, maar ook zijn aanpak van de beleidsvorming.

The Year Ahead 2018

The world’s leading thinkers and policymakers examine what’s come apart in the past year, and anticipate what will define the year ahead.

Order now

Kijk in de eerste plaats eens naar Bill Clinton, die in 1992, net als Trump, werd verkozen zonder dat hij een meerderheid van alle kiezers achter zich had weten te verenigen. Eenmaal president probeerde Clinton links voor zich in te nemen met begrotingsimpulsen en wetsontwerpen over de volksgezondheid (allebei zonder succes). Maar hij nam ook het centrum op de korrel met zijn plan om de groei te bevorderen door het begrotingstekort omlaag te brengen. Hij trachtte centrum-rechts te paaien door de North American Free Trade Agreement (het Noord-Amerikaanse Vrijhandelsverdag, kortweg NAFTA) te sluiten, dat onder zijn Republikeinse voorgangers was bedacht; en door een belangrijk wetsontwerp over de misdaad te tekenen. En hij herbenoemde de conservatief Alan Greenspan als voorzitter van de US Federal Reserve, het federale stelsel van Amerikaanse centrale banken (kortweg Fed).

Clinton hoopte drie dingen te bereiken met zijn 'triangulatie'-strategie: beleid uit te voeren dat de problemen van het land op effectieve wijze zou aanpakken; de kiezers die hem niet hadden gesteund ervan te overtuigen dat hij ook oog had voor hun belangen; en het intact houden van zijn eigen electorale basis.

In 2008 werd de voormalige president Barack Obama wél gekozen met een meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Maar net als Clinton matigde hij zijn toon toen hij eenmaal president was. Hij bespeelde het centrum met technocratische reddingsoperaties voor de financiële sector en stimuleringsplannen voor de economie. En hij drukte er een op de markt georiënteerd wetsontwerp over de gezondheidszorg doorheen, dat was gemodelleerd naar wetgeving die Mitt Romney had ingevoerd toen hij de Republikeinse gouverneur van Massachusetts was.

Obama maakte ook rechtstreekse ouvertures naar rechts met zijn (onsuccesvolle) poging om een 'grote deal' te sluiten over het terugdringen van het begrotingstekort en de sociale uitgaven. Zijn markt-georiënteerde plan om door middel van emissierechten de uitstoot van broeikasgassen te beperken was vrijwel identiek aan dat van zijn Republikeinse uitdager bij de presidentsverkiezingen van 2008, senator John McCain uit Arizona. En hij herbenoemde Ben Bernanke, die oorspronkelijk door de Republikeinse president George W. Bush was voorgedragen, als voorzitter van de Fed.

Obama wilde noch het 'rode' (Republikeinse) noch het 'blauwe' (Democratische) Amerika vertegenwoordigen, maar het 'paarse' Amerika. Hij streefde voorzichtig en technocratisch beleid na, waarmee hij hoopte Republikeinse steun te verwerven. En toen zijn eigen aanhangers bezwaar maakten, herinnerde hij ze eraan dat nationale eenheid en wederzijds respect, en niet bekrompen partijbelang, uiteindelijk de morele boog van het universum in de richting van gerechtigheid zouden buigen.

Trump daarentegen veroverde het presidentschap, terwijl hij het qua stemmenaantal moest afleggen tegen Hillary Clinton. Toch verzekerde hij zich toen hij eenmaal in het Witte Huis zat prompt van de steun van rechtse witte nationalisten door zijn voorgestelde inreisverbod voor moslims door te zetten. Hij probeerde de Affordable Care Act (Obamacare) uit 2010 te schrappen, zonder een plan te hebben voor wat ervoor in de plaats moest komen. Hij maakte zich opnieuw populair bij nationalistisch rechts door het politiegeweld tegen Afrikaans-Amerikanen te bagatelliseren, en door witte racisten te omschrijven als “heel fijne mensen.” En hij besloot zijn eerste jaar als president met de ondertekening van wetgeving die de belastingen voor de rijken verlaagt, maar de rest van het land weinig te bieden heeft.

Dit is geen normaal beleid. Trump heeft duidelijk geen interesse in het verenigen van het land of in het doorvoeren van beleid dat echt zal werken. Hij heeft de meerderheid van de Amerikanen die tegen hem zijn geen enkele reden gegeven om van gedachten te veranderen, noch heeft hij zijn achterban geraadpleegd over de behoefte aan duurzaam beleid in plaats van vluchtige overwinningen. Het belangrijkste is dat hij niets heeft gedaan dat hem zal helpen herkozen te worden.

Uiteraard geldt nu hetzelfde voor vele Republikeinen. Hier in Californië zijn we het afgelopen jaar getrakteerd op een opmerkelijk spektakel, waarbij de Republikeinse delegatie van de staat in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden niet eens de moeite nam om op te komen voor een belastingpakket dat voordelig zou zijn voor hun kiezers. Het was alsof ze het al uit hun hoofd hadden gezet dat ze nog herkozen zouden worden, en alsof ze allemaal al uitkeken naar het moment waarop ze het Congres zouden verlaten om aan de slag te gaan als goedbetaalde lobbyïsten.

Volgens de regering-Trump is haar volgende prioriteit de infrastructuur. Dat klinkt als iets waarmee Trump links zou kunnen aanspreken, door een plan te bedenken met egalitaire distributie-effecten en op harde feiten gebaseerde voorwaarden om de economische groei te stimuleren.

Maar we mogen niet op zo'n uitkomst rekenen. De regering-Trump lijkt niet te beschikken over een coherent ontwerpproces. Er zijn geen hoorzittingen geweest noch white papers verschenen om de kosten en baten van diverse infrastructuur-voorstellen tegen elkaar af te wegen. Ook hebben er nog geen discussies plaatsgevonden met leden van het Congres om een ruwe consensus te bereiken waarop wetgeving kan worden gebaseerd. Net als bij het inreisverbod voor moslims of de poging om Obamacare in te trekken, is er geen sprake geweest van publiek overleg. Al wat we hebben zijn de tweets van de president.

In 1776 betoogde Adam Smith dat, in een systeem gebaseerd op 'natuurlijke vrijheid,' de drie taken van de overheid het bieden van een nationale defensie, het garanderen van de publieke veiligheid en het afdwingen van eigendomsrechten en contracten, en het bouwen van infrastructuur is. Volgens Smith heeft de overheid de plicht om 'bepaalde publieke werken en bepaalde publieke instellingen [op te trekken en te onderhouden], waarvan het nooit in het belang van enig individu, of een klein aantal individuen, kan zijn om die op te trekken en te onderhouden.'

Volgens Smith was de reden dat overheden de taak van het bouwen van infrastructuur moeten oppakken duidelijk: 'de winst kan nooit de onkosten van enig individu of klein aantal individuen compenseren, terwijl de aanleg van die infrastructuur vaak veel kan betekenen voor de samenleving.' Vandaag de dag weten we dat ook publieke goederen winstgevend gemaakt kunnen worden, zij het louter door monopolies te gunnen, wat de samenleving op hoge kosten jaagt.

Helaas lijkt de staf van Trump het memo van Smith over een goed bestuur niet gelezen te hebben. De regering zal waarschijnlijk een infrastructuurprogramma voorstellen, gebaseerd op overheidssubsidies voor particuliere investeerders, die vervolgens projecteren kunnen kiezen waarvan zij kunnen profiteren door monopolistische prijzen in rekening te brengen. Het plan zal goed worden ontvangen door Fox News, en misschien zelfs door deskundigen van The New York Times, die wellicht met hun hand over hun kin zullen strijken en zullen klagen dat de Democraten de uitgestrekte hand van Trump op het gebied van de infrastructuur afwijzen.

Maar anders dan Clinton en Obama zal Trump dan opnieuw hebben aangetoond dat hij niet van plan is de president te zijn van de meeste, laat staan alle, Amerikanen. In plaats van de kans te grijpen die hem door een debat over de infrastructuur wordt geboden om de zaak van de nationale eenheid te bevorderen, zal hij de VS verder op het pad naar een kleptocratie duwen.

Vertaling: Menno Grootveld

http://prosyn.org/kd5BnF7/nl;

Handpicked to read next