LONDEN – Mahatma Gandhi heeft waarschijnlijk nooit gezegd: ʻDe grootsheid van een natie kan worden afgemeten aan hoe ze haar zwakste lid behandelt.ʼ Maar dat maakt deze uitspraak niet minder waar. En vandaag de dag loopt het Verenigd Koninkrijk het risico een onvoldoende te krijgen.
Volgens de Joseph Rowntree Foundation leven 14,5 miljoen mensen, 22 procent van de 65 miljoen inwoners van het Verenigd Koninkrijk, onder de armoedegrens (die wordt gedefinieerd als minder dan 60 procent van het mediane inkomen). Van de 42 miljoen mensen van de beroepsbevolking zijn er zoʼn 5 tot 6 miljoen, oftewel ongeveer 12 procent, werkloos of werkzoekend (wat inhoudt dat ze minder werken dan ze zouden willen). Ongeveer acht miljoen burgers in de werkende leeftijd, ofwel 20 procent van het totaal, komen in aanmerking voor wat de Britten een ʻuitkeringʼ noemen, waarbij hun inkomen geheel of gedeeltelijk door de staat wordt betaald.
Deze cijfers zijn bij benadering, en sommige details worden betwist. Maar het algemene beeld is dat, zelfs als COVID-19 buiten beschouwing wordt gelaten, het kapitalistische systeem van het Verenigd Koninkrijk normaal gesproken niet in staat is ongeveer een vijfde deel van de beroepsbevolking van het land te voorzien van een inkomen waarvan je rond kunt komen.
Dit is een enorme verandering ten opzichte van eind jaren veertig, toen Groot-Brittannië zijn vermaarde verzorgingsstaat vestigde. De filosofie die daaraan ten grondslag lag, en die in het Beveridge Report van 1942 tot uiting kwam, hield in dat de staat volledige werkgelegenheid zou garanderen, dat werk voldoende inkomen voor een fatsoenlijk leven zou verschaffen en dat het socialezekerheidsstelsel zich zou bekommeren om ʻonderbrekingenʼ van de arbeid als gevolg van werkloosheid, ziekte en moederschap.
Tegen de jaren zestig waren die onderbrekingen veel frequenter geworden, niet omdat de werkloosheid was toegenomen, maar omdat het aantal aanvragen voor zogenoemde nationale bijstand (uitkeringen die niet door een verzekering werden gedekt) sneller was gestegen dan de omvang van de beroepsbevolking. De aanvankelijke groei was grotendeels het gevolg van een toename van het aantal alleenstaande moeders en een bijkomend recht op arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Latere stijgingen van het aantal aanvragers, onder meer begin jaren tachtig, waren wél het gevolg van een toename van de werkloosheid en onzekere arbeidsomstandigheden.
De huidige situatie, waarbij ongeveer 20 procent van de beroepsbevolking ʻvan de staat leeft,ʼ bestaat sinds de jaren negentig. Het groeiende aantal aanvragers heeft onvermijdelijk geleid tot de verspreiding van inkomensafhankelijke en voorwaardelijke uitkeringen, die, samen met de noodzaak om een steeds gefragmenteerder systeem te vereenvoudigen, heeft geresulteerd in de invoering van het huidige Universal Credit-stelsel, waarvan de lange uitrol al in 2011 is begonnen. De nieuwe regeling balde zes uitkeringen voor werkenden en niet-werkenden samen tot één enkele maandelijkse betaling.
Project Syndicate is conducting a short reader survey. As a valued reader, your feedback is greatly appreciated.
Take Survey
Maar de belangrijkste stap was al eerder gezet, in 1995, toen de toenmalige Conservatieve regering van het Verenigd Koninkrijk de werkloosheidsuitkering verving door een Jobseeker’s Allowance. In tegenstelling tot het tijdperk van de Keynesiaanse garantie van volledige werkgelegenheid, kregen aanvragers een uitkering in ruil voor het ondernemen van een verplichte ʻzoektocht naar werk,ʼ gedefinieerd als ʻarbeidsactiviteit.ʼ Iedere aanvrager moest bewijzen dat hij of zij 35 uur per week – het equivalent van een voltijdse baan – besteedde aan het zoeken naar werk. Indien zij niet de vereiste ʻarbeidsactiviteitʼ konden aantonen, zou hun uitkering, of ʻloon,ʼ worden ingehouden of gekort.
De filosofie achter deze parodie op de arbeidsovereenkomst werd duidelijk uiteengezet door Neil Couling, een hoge ambtenaar bij het Britse ministerie van Werk en Pensioenen (DWP), in zijn getuigenis voor de House of Lords Select Committee on Economic Affairs in maart 2021. ʻHet systeem vereist dat 2,5 miljoen mensen zich bezighouden met het zoeken naar werk als voorwaarde om een uitkering te ontvangen,ʼ zei Couling. ʻZe moet op zoek naar een baan als ze een baan willen hebben.ʼ
ʻDoor opzettelijk een arbeidsovereenkomst te weerspiegelen,ʼ aldus het DWP, ʻmaakt deze verplichting de aanvrager duidelijk dat bijstand niet anders is dan werk zelf.ʼ Dit betekent dat ʻnet zoals werkenden verplichtingen hebben jegens hun werkgever, uitkeringsgerechtigden ook een verantwoordelijkheid hebben jegens de belastingbetaler.ʼ
Uitspraken als deze laten zien dat krankzinnigheid – het onvermogen om fantasie van werkelijkheid te onderscheiden – het systeem heeft overgenomen. Het is waar dat je een baan moet zoeken om er een te kunnen krijgen. Maar je zult er geen vinden, ook niet als je overuren maakt, als er geen banen beschikbaar zijn. De fantasie achter het stelsel (die ook ten grondslag ligt aan de neoklassieke economie) is de veronderstelling van volledige werkgelegenheid, waarbij werkloosheid eenvoudigweg een gevolg is van de voorkeur van gezonde werknemers voor vrije tijd.
Evenzo gaat het Britse uitkeringsstelsel er krankzinnig genoeg van uit dat alle uitkeringsgerechtigden digitaal geletterd zijn. De ontroerende filmI, Daniel Blake, over een werkloze timmerman die recent een hartaanval heeft gehad, portretteert Blakeʼs steeds wanhopiger pogingen om online een uitkering aan te vragen. Hoewel zijn cardioloog heeft gezegd dat hij ongeschikt is om te werken, zeggen de autoriteiten dat hij niet genoeg ʻpuntenʼ heeft om in aanmerking te komen voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Blake moet dus een uitkering voor werkzoekenden aanvragen, wat betekent dat hij gedwongen wordt een cv-workshop te volgen en gecoacht wordt om te solliciteren naar banen waarvoor hij medisch gezien ongeschikt is.
Blake, die digitaal analfabeet is, gaat naar een openbare bibliotheek om daar de computer te gebruiken. Als de bibliothecaris hem zegt ʻmet de muis over het scherm te gaan,ʼ pakt hij de muis en beweegt die over het scherm.
Vervolgens schrijft hij met de hand een cv en geeft die aan verschillende werkgevers, die hem vertellen dat er geen werk te vinden is. Maar de ambtenaren van het Arbeidsbureau zijn niet onder de indruk. ʻDit is niet goed genoeg, meneer Blake – hoe weet ik dat u daadwerkelijk contact heeft gehad met al deze werkgevers?ʼ zegt er een. ʻBewijs het maar.ʼ Dit is pure Kafka, het algoritmisch doormalen van een zinloze machine.
Er schuilt natuurlijk een methode in deze waanzin: Universal Credit kan worden gezien als een doelbewust instrument om een momenteel overbodig segment van de beroepsbevolking om te vormen tot het type laaggeschoolde werknemers die de arbeidsmarkt vereist. Maar de ziekte wordt verkeerd gediagnosticeerd: het probleem is het fundamentele gebrek aan werk, niet een overaanbod van de verkeerde soort arbeid.
De enige uitweg uit een dergelijk systeem is de fantasie te vervangen door de realiteit. Als de particuliere sector in het Verenigd Koninkrijk in normale tijden niet in staat is om iedereen die wil en kan werken een behoorlijk betaalde baan te bezorgen, moet de staat ingrijpen met een baangarantie voor de publieke sector. Dat zou onmiddellijk het aantal uitkeringsaanvragers die ʻop zoek zijn naar werkʼ halveren en, door het elimineren van Marxʼ ʻreserveleger van werklozen,ʼ de neerwaartse druk op de lonen vervangen door opwaartse druk.
Werk dat door de gemeenschap ter beschikking is gesteld, hoe zwaar het ook is, geeft meer voldoening dan een ziel-vernietigende ploetertocht van bedrijf naar bedrijf op zoek naar niet-bestaande banen. Werk is de ultieme uitweg uit de armoede, maar het nutteloze soort werk dat door het Britse uitkeringscontract wordt geëist, veroordeelt een groot deel van de zwaksten van de samenleving tot een uitzichtloze reis.
After years of disappointing productivity growth, the COVID-19 pandemic has shaken something loose, with surveys of business executives showing most reporting increased investments in technology. The danger now is that the pandemic-era acceleration of automation and digitalization impedes growth in labor income and consumption.
argue that crisis-induced supply-side improvement could be jeopardized by demand-side risks.
US President Joe Biden's administration has doubled down on the claim that China is mounting a genocide against the Uighur people in the Xinjiang region. But it has offered no proof, and unless it can, the State Department should withdraw the charge and support a UN-based investigation of the situation in Xinjiang.
urge the US to withdraw a grave and unsubstantiated charge leveled at the end of the Trump administration.
Robert J. Barro
warns that the anchor of long-term inflation expectations is being pulled up, advises the US on how to deal with China, and critiques Joe Biden’s proposed infrastructure package.
LONDEN – Mahatma Gandhi heeft waarschijnlijk nooit gezegd: ʻDe grootsheid van een natie kan worden afgemeten aan hoe ze haar zwakste lid behandelt.ʼ Maar dat maakt deze uitspraak niet minder waar. En vandaag de dag loopt het Verenigd Koninkrijk het risico een onvoldoende te krijgen.
Volgens de Joseph Rowntree Foundation leven 14,5 miljoen mensen, 22 procent van de 65 miljoen inwoners van het Verenigd Koninkrijk, onder de armoedegrens (die wordt gedefinieerd als minder dan 60 procent van het mediane inkomen). Van de 42 miljoen mensen van de beroepsbevolking zijn er zoʼn 5 tot 6 miljoen, oftewel ongeveer 12 procent, werkloos of werkzoekend (wat inhoudt dat ze minder werken dan ze zouden willen). Ongeveer acht miljoen burgers in de werkende leeftijd, ofwel 20 procent van het totaal, komen in aanmerking voor wat de Britten een ʻuitkeringʼ noemen, waarbij hun inkomen geheel of gedeeltelijk door de staat wordt betaald.
Deze cijfers zijn bij benadering, en sommige details worden betwist. Maar het algemene beeld is dat, zelfs als COVID-19 buiten beschouwing wordt gelaten, het kapitalistische systeem van het Verenigd Koninkrijk normaal gesproken niet in staat is ongeveer een vijfde deel van de beroepsbevolking van het land te voorzien van een inkomen waarvan je rond kunt komen.
Dit is een enorme verandering ten opzichte van eind jaren veertig, toen Groot-Brittannië zijn vermaarde verzorgingsstaat vestigde. De filosofie die daaraan ten grondslag lag, en die in het Beveridge Report van 1942 tot uiting kwam, hield in dat de staat volledige werkgelegenheid zou garanderen, dat werk voldoende inkomen voor een fatsoenlijk leven zou verschaffen en dat het socialezekerheidsstelsel zich zou bekommeren om ʻonderbrekingenʼ van de arbeid als gevolg van werkloosheid, ziekte en moederschap.
Tegen de jaren zestig waren die onderbrekingen veel frequenter geworden, niet omdat de werkloosheid was toegenomen, maar omdat het aantal aanvragen voor zogenoemde nationale bijstand (uitkeringen die niet door een verzekering werden gedekt) sneller was gestegen dan de omvang van de beroepsbevolking. De aanvankelijke groei was grotendeels het gevolg van een toename van het aantal alleenstaande moeders en een bijkomend recht op arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Latere stijgingen van het aantal aanvragers, onder meer begin jaren tachtig, waren wél het gevolg van een toename van de werkloosheid en onzekere arbeidsomstandigheden.
De huidige situatie, waarbij ongeveer 20 procent van de beroepsbevolking ʻvan de staat leeft,ʼ bestaat sinds de jaren negentig. Het groeiende aantal aanvragers heeft onvermijdelijk geleid tot de verspreiding van inkomensafhankelijke en voorwaardelijke uitkeringen, die, samen met de noodzaak om een steeds gefragmenteerder systeem te vereenvoudigen, heeft geresulteerd in de invoering van het huidige Universal Credit-stelsel, waarvan de lange uitrol al in 2011 is begonnen. De nieuwe regeling balde zes uitkeringen voor werkenden en niet-werkenden samen tot één enkele maandelijkse betaling.
Project Syndicate is conducting a short reader survey. As a valued reader, your feedback is greatly appreciated.
Take Survey
Maar de belangrijkste stap was al eerder gezet, in 1995, toen de toenmalige Conservatieve regering van het Verenigd Koninkrijk de werkloosheidsuitkering verving door een Jobseeker’s Allowance. In tegenstelling tot het tijdperk van de Keynesiaanse garantie van volledige werkgelegenheid, kregen aanvragers een uitkering in ruil voor het ondernemen van een verplichte ʻzoektocht naar werk,ʼ gedefinieerd als ʻarbeidsactiviteit.ʼ Iedere aanvrager moest bewijzen dat hij of zij 35 uur per week – het equivalent van een voltijdse baan – besteedde aan het zoeken naar werk. Indien zij niet de vereiste ʻarbeidsactiviteitʼ konden aantonen, zou hun uitkering, of ʻloon,ʼ worden ingehouden of gekort.
De filosofie achter deze parodie op de arbeidsovereenkomst werd duidelijk uiteengezet door Neil Couling, een hoge ambtenaar bij het Britse ministerie van Werk en Pensioenen (DWP), in zijn getuigenis voor de House of Lords Select Committee on Economic Affairs in maart 2021. ʻHet systeem vereist dat 2,5 miljoen mensen zich bezighouden met het zoeken naar werk als voorwaarde om een uitkering te ontvangen,ʼ zei Couling. ʻZe moet op zoek naar een baan als ze een baan willen hebben.ʼ
ʻDoor opzettelijk een arbeidsovereenkomst te weerspiegelen,ʼ aldus het DWP, ʻmaakt deze verplichting de aanvrager duidelijk dat bijstand niet anders is dan werk zelf.ʼ Dit betekent dat ʻnet zoals werkenden verplichtingen hebben jegens hun werkgever, uitkeringsgerechtigden ook een verantwoordelijkheid hebben jegens de belastingbetaler.ʼ
Uitspraken als deze laten zien dat krankzinnigheid – het onvermogen om fantasie van werkelijkheid te onderscheiden – het systeem heeft overgenomen. Het is waar dat je een baan moet zoeken om er een te kunnen krijgen. Maar je zult er geen vinden, ook niet als je overuren maakt, als er geen banen beschikbaar zijn. De fantasie achter het stelsel (die ook ten grondslag ligt aan de neoklassieke economie) is de veronderstelling van volledige werkgelegenheid, waarbij werkloosheid eenvoudigweg een gevolg is van de voorkeur van gezonde werknemers voor vrije tijd.
Evenzo gaat het Britse uitkeringsstelsel er krankzinnig genoeg van uit dat alle uitkeringsgerechtigden digitaal geletterd zijn. De ontroerende filmI, Daniel Blake, over een werkloze timmerman die recent een hartaanval heeft gehad, portretteert Blakeʼs steeds wanhopiger pogingen om online een uitkering aan te vragen. Hoewel zijn cardioloog heeft gezegd dat hij ongeschikt is om te werken, zeggen de autoriteiten dat hij niet genoeg ʻpuntenʼ heeft om in aanmerking te komen voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Blake moet dus een uitkering voor werkzoekenden aanvragen, wat betekent dat hij gedwongen wordt een cv-workshop te volgen en gecoacht wordt om te solliciteren naar banen waarvoor hij medisch gezien ongeschikt is.
Blake, die digitaal analfabeet is, gaat naar een openbare bibliotheek om daar de computer te gebruiken. Als de bibliothecaris hem zegt ʻmet de muis over het scherm te gaan,ʼ pakt hij de muis en beweegt die over het scherm.
Vervolgens schrijft hij met de hand een cv en geeft die aan verschillende werkgevers, die hem vertellen dat er geen werk te vinden is. Maar de ambtenaren van het Arbeidsbureau zijn niet onder de indruk. ʻDit is niet goed genoeg, meneer Blake – hoe weet ik dat u daadwerkelijk contact heeft gehad met al deze werkgevers?ʼ zegt er een. ʻBewijs het maar.ʼ Dit is pure Kafka, het algoritmisch doormalen van een zinloze machine.
Er schuilt natuurlijk een methode in deze waanzin: Universal Credit kan worden gezien als een doelbewust instrument om een momenteel overbodig segment van de beroepsbevolking om te vormen tot het type laaggeschoolde werknemers die de arbeidsmarkt vereist. Maar de ziekte wordt verkeerd gediagnosticeerd: het probleem is het fundamentele gebrek aan werk, niet een overaanbod van de verkeerde soort arbeid.
De enige uitweg uit een dergelijk systeem is de fantasie te vervangen door de realiteit. Als de particuliere sector in het Verenigd Koninkrijk in normale tijden niet in staat is om iedereen die wil en kan werken een behoorlijk betaalde baan te bezorgen, moet de staat ingrijpen met een baangarantie voor de publieke sector. Dat zou onmiddellijk het aantal uitkeringsaanvragers die ʻop zoek zijn naar werkʼ halveren en, door het elimineren van Marxʼ ʻreserveleger van werklozen,ʼ de neerwaartse druk op de lonen vervangen door opwaartse druk.
Werk dat door de gemeenschap ter beschikking is gesteld, hoe zwaar het ook is, geeft meer voldoening dan een ziel-vernietigende ploetertocht van bedrijf naar bedrijf op zoek naar niet-bestaande banen. Werk is de ultieme uitweg uit de armoede, maar het nutteloze soort werk dat door het Britse uitkeringscontract wordt geëist, veroordeelt een groot deel van de zwaksten van de samenleving tot een uitzichtloze reis.
Vertaling: Menno Grootveld