14

Een nieuwe twee ‘China’s’- kwestie

NEW YORK – Iedereen van boven de zestig die de wereldpolitiek volgt denkt bij de term ‘Twee China’s’ aan de strijd om diplomatieke erkenning van na 1949 tussen het (‘Rode’) China op het vasteland, en Taiwan, ofwel, formeler, tussen De Volksrepubliek China en de Chinese Republiek. Tegen de vroege jaren zeventig had bijna elk land zich neergelegd bij de eis van de Volksrepubliek dat het erkend zou worden als de enige legitieme soevereine regering van China. Het vasteland was simpelweg te groot, en economisch en strategisch te belangrijk om van te vervreemden.

Momenteel komt er een nieuwe, maar heel andere ‘Twee China’s’- kwestie naar voren. Deze concentreert zich erop of China het best begrepen kan worden als een, ondanks enige moeilijkheden op de korte termijn, sterk land met een veelbelovende toekomst, of als een land dat ernstige structurele problemen en onzekere vooruitzichten op de lange termijn te wachten staat. Om kort te gaan vallen er nu twee zeer verschillende China’s te ontwaren; welke van de twee zal zegevieren?

Tot onlangs was er weinig reden een vraag als deze op te werpen. De Chinese economie groeide meer dan dertig jaar lang met een ongelooflijke jaarlijkse ratio van 10% of meer. China nam de plek van Japan als een na grootste economie ter wereld in. Honderden miljoenen Chinezen betraden de middenklasse. En het Chinese model van autoritaire efficiency werd aantrekkelijk voor veel andere ontwikkelingslanden, zeker in de nasleep van de mondiale financiële crisis van 2008, die begon in de Verenigde Staten en daarmee het liberale kapitalisme op geschoeid Amerikaanse leest in diskrediet bracht.

Maar nu kunnen we niet meer om de vraag over de toekomst van China heen. Officieel is de economische groei vertraagd tot in de buurt van 7%; maar velen geloven dat het echte getal onder de 5% ligt. Deze vertraging zou niet als een verrassing moeten komen; alle ontwikkelende economieën ervaren iets soortgelijks wanneer ze groeien en volwassen worden. Desalniettemin hebben de snelheid en mate van verandering de autoriteiten verrast, en de angst van officiële kant gevoed dat de groei beneden het peil uit zal komen dat is benodigd om het land volgens plan te moderniseren.