4

Het geheime wapen van de Turkse democratie

OXFORD – De recente mislukte couppoging in Turkije onderstreept de voortdurende kwetsbaarheid van het land voor een militaire machtsovername. Maar zij heeft ook een nieuw – en zeer krachtig – voordeel aan het licht gebracht, dat de buurlanden van Turkije ook moeten proberen te cultiveren: een sterke middenklasse die bereid en in staat is in het geweer te komen tegen extremistische dreigingen. De vraag die nu voorligt voor Turkije is of president Recep Tayyip Erdoğan dit voordeel zal weten uit te buiten. Voor het bredere Midden-Oosten luidt de vraag hoe een middenklasse moet worden opgebouwd die de stabiliteit kan waarborgen.

Toen drommen burgers in het midden van de nacht in Istanboel de straat op gingen, in een poging de militaire coupplegers de weg te versperren, was dat een krachtige tentoonspreiding van collectieve volkswil – die de belangstelling van iedere politieke leider zou moeten wekken, vooral van degenen die proberen hun landen te ontwikkelen. De analyses van de coup benadrukten de rivaliteiten binnen de Turkse elite, en wezen op de tekortkomingen van Erdoğan (wat er zeker veel zijn). Maar er is weinig gezegd over de structurele verschuivingen in de Turkse politieke economie waardoor de middenklassen van het land, die de electorale basis van Erdoğans Rechtvaardigheids- en Ontwikkelingspartij (AKP) vormen, macht hebben verkregen.

Erdogan

Whither Turkey?

Sinan Ülgen engages the views of Carl Bildt, Dani Rodrik, Marietje Schaake, and others on the future of one of the world’s most strategically important countries in the aftermath of July’s failed coup.

De afgelopen twee decennia heeft Turkije opmerkelijke economische vooruitgang geboekt, en zichzelf getransformeerd van de zieke man van Europa in een van de meest vitale Europese economieën en een nieuw middelpunt in het Midden-Oosten. Cruciaal voor deze ontwikkeling zijn de investeringen in infrastructuur geweest, naast de steun voor middelgrote bedrijven, de expansie van de regionale handel en de ontwikkeling van de toeristische sector.

Als gevolg van deze inspanningen is het Turkse inkomen per hoofd van de bevolking in nog geen tien jaar verdrievoudigd, terwijl het armoedepercentage ruimschoots is gehalveerd, volgens schattingen van de Wereldbank. Dit heeft een geweldige economische mobiliteit onder de Turkse beroepsbevolking op het platteland, kleine ondernemers en arbeiders met een laag inkomen teweeg gebracht, waardoor grote hoeveelheden mensen van de marges van de samenleving naar de mainstream zijn getrokken. Zelfs het buitenlands beleid werd waar mogelijk op één lijn gebracht met de economische belangen van de opkomende middenklasse (ook al weerspiegelt de interventie in Syrië een verandering van de prioriteiten in dat buitenlands beleid).

Voor de nieuwe Turkse middenklasse had het overleven van de democratie niet belangrijker kunnen zijn – en de recente gebeurtenissen hebben aangetoond dat zij bereid is daarvoor te vechten. Wat in Turkije is gebeurd weerspiegelt niet alleen een machtsstrijd tussen Erdoğan en zijn uitdagers; het onderstreept ook de vastberadenheid van de middenklasse ervoor te waken dat Turkije terugkeert naar een politiek systeem dat zijn economische en politieke fortuin schaadt.

Dit alles duidt erop dat Erdoğan en zijn aanhangers, in reactie op de couppoging, verder moeten denken dan het straffen van de militaire factie die de couppoging heeft uitgevoerd, hoewel dat uiteraard van cruciaal belang is. Zij moeten zich ook richten op het versterken van de belangen van de middenklasse die het voor de regering heeft opgenomen.

In deze zin zal de werkelijke dreiging voor Turkije de komende maanden en jaren niet zozeer van het leger of buitenlandse samenzweerders komen. Bezwijken voor de verleiding om de macht in handen van de president te consolideren, ogenschijnlijk om het gezag van zijn regering te beschermen, kan de “checks and balances” in het systeem beperken en de ruimte voor de politieke oppositie kleiner maken, inclusief die binnen zijn eigen partij. Dat zou het hele systeem ondermijnen waarvoor de middenklasse heeft gevochten.

Erdoğan hoeft uiteraard zijn politieke basis niet te consolideren, bijvoorbeeld door de banden met zijn loyale aanhangers aan te halen. En het zuiveren van de militaire en civiele bureaucratie van mogelijke coup-aanhangers zou ongetwijfeld de loyalisten van zijn partij plezieren. Maar hij moet ook de politieke breuk zien te lijmen en een nieuwe consensus smeden die de economische welvaart ondersteunt.

Misschien het allerbelangrijkst is dat de AKP het gevaarlijke afbrokkelen van het Turkse model van regionale economische integratie een halt toeroept. Dat model was gebaseerd op een beleid van “nul problemen met de buurlanden,” dat oorspronkelijk was bedacht door premier Ahmed Davutoğlu , maar de afgelopen jaren is teruggerold. Turkije heeft de banden doorgesneden met vrijwel al zijn onmiddellijke buurlanden in het Midden-Oosten. De recente verzuring van de diplomatieke banden met Rusland heeft de Turkse positie verder verzwakt. Tijdens dit proces is de Turkse status als modeldemocratie-Islamitische stijl geleidelijk aan verslechterd en heeft de politieke polarisatie zich verdiept, temidden van toenemende bedreigingen van de stabiliteit van het land.

Niets van dit alles is goed voor de economie, waarvan de Turkse middenklasse – en op zijn beurt het electorale succes van de AKP – afhankelijk is. Dit biedt redenen om te hopen dat de mislukte coup, door de rol van de middenklasse als bolwerk tegen de militaire rebellen te benadrukken, de regering van Erdoğan ertoe zal aanzetten de Turkse politieke impasse op te lossen en de toekomstige groei te waarborgen. De Turkse middenklasse zal geen partij steunen die er niet in slaagt haar belangen te behartigen en voor economische voorspoed te zorgen. Maar een AKP die terugkeert naar haar oorspronkelijke visie van het mogelijk maken van economische mobiliteit – dat is een ander verhaal.

Nu Erdoğan probeert het presidentschap met meer bevoegdheden uit te rusten, zou hij er goed aan doen te denken aan de omstandigheden die hebben geleid tot de opkomst en uiteindelijke ondergang van het Ottomaanse Rijk. Net als de opkomst van de AKP was die van het Rijk gebaseerd op de steun van een geëmancipeerde plattelands-burgerij, met name in het Anatolische hartland. Maar na het consolideren van hun macht in Constantinopel zijn de Ottomaanse heersers snel overgegaan op het inrichten van een sultanaat dat in tegenspraak was met zijn progressieve wortels – waardoor zijn macht van binnen uit werd ondermijnd. Naarmate de centralisatie van de macht zich voltrok, werden de Ottomaanse heersers op ongemakkelijke wijze steeds afhankelijker van de notabelen in eigen land en de imperiale machten in Europa.

Support Project Syndicate’s mission

Project Syndicate needs your help to provide readers everywhere equal access to the ideas and debates shaping their lives.

Learn more

Als Erdoğans AKP een soortgelijk lot wil vermijden, moet de partij een einde maken aan haar mars naar een hedendaags sultanaat. Een welvarende en inclusieve democratie is de enige uitweg voor Turkije, en zou een model doen herleven waaraan de landen van het bredere Midden-Oosten wanhopig behoefte hebben.

Vertaling: Menno Grootveld