13

Trumps oorlogsbeleid in Syrië

LONDEN – Het is duidelijk dat het laatste woord nog niet is gezegd over de aanval met chemische wapens op Khan Sheikhoun in de Syrische provincie Idlib, op 4 april, waarbij 85 mensen omkwamen en naar schatting 555 personen gewond raakten. Maar er moeten drie punten – over de verantwoordelijkheid voor de aanval, de Amerikaanse militaire reactie erop, en de gevolgen van deze episode voor het verloop van de burgeroorlog in Syrië – worden gemaakt.

In de eerste plaats liegen alle regeringen, niet uit principe, maar wél als het ze uitkomt en ze ermee weg denken te kunnen komen. Dit moet de basis zijn van iedere poging om de waarheid boven water te krijgen over wat er is gebeurd. Een goed uitgangspunt is dat democratische overheden minder vaak liegen dan autoritaire regimes, omdat het minder waarschijnlijk is dat ze ermee weg kunnen komen. Dus moet je de voorkeur geven aan het verhaal van de Russische president Vladimir Poetin boven dat van de Syrische president Bashar al-Assad, en aan dat van de Amerikaanse president Donald Trump boven dat van Poetin.

Volgens Assad was het bloedbad een “verzinsel.” Poetin geeft daarentegen toe dat het bloedbad heeft plaatsgevonden, maar beweert dat de voorraad chemische wapens zich in rebellengebied bevond, en ófwel met opzet was ingezet om het regime in diskrediet te brengen, ófwel per ongeluk door regeringsbombardementen was geraakt. Tenslotte wijst de regering-Trump op beslissend bewijsmateriaal dat de aanval was gepland en uitgevoerd door de regering-Assad. Alle drie roepen ze op tot een “objectief” onderzoek naar de omstandigheden rond de “gebeurtenis,” maar ze zijn het er niet over eens wat als “objectief” kan gelden.

Hoewel het bewijsmateriaal van Trump niet is onthuld, denk ik dat er waarschijnlijk wel een aanval met saringas heeft plaatsgevonden, en dat daartoe opdracht is gegeven door het Assad-regime. Maar er is ruimte voor twijfel. Ervan uitgaande dat Assad niet volledig irrationeel is, wegen de betrekkelijk geringe militaire voordelen van het vergassen van sommige rebellen (maar ook burgers) niet op tegen het waarschijnlijke effect daarvan op de internationale publieke opinie, het in verlegenheid brengen van zijn Russische bondgenoten, en het gevaar van het uitlokken van een Amerikaanse reactie. Bovendien waren de Verenigde Staten (en Groot-Brittannië), om de invasie van Irak in 2003 te rechtvaardigen, met net zulke “definitieve” bewijzen gekomen dat Saddam Hoessein massavernietigingswapens had, en die bleken uiteindelijk vals te zijn. De groei van de “veiligheidsstaat” heeft het democratische regeringen makkelijker gemaakt weg te komen met leugens.

Het tweede punt is dat Trump zijn psychologische instabiliteit heeft laten zien. Zijn doel als president, zo heeft hij bij voortduring beweerd, is het repareren van de Amerikaanse economie, en niet het optreden als politieman van de wereld. Hij heeft Obama herhaaldelijk gewaarschuwd niet in een “schietoorlog” in Syrië verzeild te raken. Toch heeft hij precies dát bewerkstelligd door 59 Tomahawk-raketten op een Syrische luchtmachtbasis af te vuren, drie dagen na het bloedbad in Khan Sheikhoun. Hij kan zijn dat hij inderdaad emotioneel is geraakt door het zien van de beelden van dode en stervende kinderen op televisie, zoals alom is bericht; maar zichtbare bewijzen voor Assads bloedige praktijken waren al veel langer voorhanden.

Of zijn reactie inderdaad emotioneel was, geboren uit frustratie over het mislukken van zijn binnenlandse beleidsinitiatieven, bedoeld om Noord-Korea schrik aan te jagen, of een mengeling van deze drie, zij past bij wat psycholoog en Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman “System 1-thinking” heeft genoemd: de neiging om impulsief te reageren op complexe problemen, waar juist zorgvuldiger overleg (System 2 thinking) nodig is.

Trumps impulsiviteit is reden voor nachtmerries, niet alleen omdat die eigenschap hem exploiteerbaar maakt voor degenen met doelbewustere agenda's, maar ook omdat hij zoveel dodelijk speelgoed tot zijn beschikking heeft. Contrasteer zijn System 1-reactie op de sarinaanval eens met de zeer weloverwogen reactie in oktober 1962 van president John F. Kennedy en zijn adviseurs op de plaatsing van kernraketten op Cuba door Nikita Chroestjov.

Het derde punt is dat de verklaring in Moskou van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Rex Tillerson dat de “heerschappij van de familie-Assad ten einde komt” onzin is. Van de 16 miljoen Syriërs die in Syrië zijn achtergebleven, leeft 65,5% op grondgebied dat in handen is van de regering. Tenzij Tillerson een geheim plan achter de hand heeft om Assad via een moordaanslag of een coup opzij te zetten, komt het vasthouden aan zijn vertrek als voorwaarde voor een politieke regeling in Syrië neer op een verlenging van de burgeroorlog: meer gewapende steun voor de oppositie betekent meer Russische steun voor het regime.

Hoe dan ook is het Amerikaanse beleid, voor zover je daar althans van kunt spreken, eenvoudigweg een oorlogsbeleid, zonder tijdslimiet en met onberekenbare gevolgen. Zoals het International Institute for Strategic Studies het bijdehand zei na de Tomahawk-aanval: “Als het erop lijkt dat Trump op weg is een geëigend beleidsevenwicht te bereiken, zullen zijn impulsiviteit, onwetendheid over internationale zaken, onsystematische natuur, aangeboren tegendraadsheid en ‘transactionele’ houding waarschijnlijk de ontwikkeling van een kenmerkende ‘Trump doctrine’ verhinderen.”

Een behoedzaam buitenlands beleid is iets heel anders dan een “proportioneel” antwoord op een specifieke gebeurtenis, omdat dit het benoemen van de doeleinden inhoudt die door de gekozen middelen zouden moeten worden gediend. Met andere woorden: voor buitenlands beleid is strategisch denken vereist. Trump heeft niet laten zien daarover te beschikken; in feite dreigt zijn beleidsimpulsiviteit in Syrië een nog dieper gat te zullen graven, waarin de VS, Groot-Brittannië en Rusland gezogen zullen worden.

In 1903 schreef een student aan de Universiteit van Cambridge, een zekere John Maynard Keynes, een essay over de conservatieve filosoof Edmund Burke, waarin een parel van wijsheid voor onze tijd schuilt. “Naast het risico dat kleeft aan iedere gewelddadige manier van vooruitgang,” betoogt Keynes, “is er deze verdere overweging die niet vaak genoeg benadrukt kan worden: het is niet genoeg dat de toestand die we willen bevorderen beter moet zijn dan de toestand die eraan voorafging; die toestand moet ook beter genoeg zijn om de nare kanten van de overgang te compenseren.”

Vertaling: Menno Grootveld