11

Trumps cadeau aan Europa

OXFORD – Op een recente conferentie in Frankrijk verraste een aantal Europeanen hun Amerikaanse gasten met het betoog dat de Amerikaanse president Trump wel eens goed zou kunnen zijn voor Europa. Nu Trump het afgelopen weekeinde te gast was op de G20-top in Hamburg, is het de moeite waard om te bekijken of ze gelijk hebben.

Volgens de meeste commentatoren is het presidentschap van Trump tot nu toe vreselijk voor Europa. Hij lijkt de Europese Unie te minachten. Zijn verhouding met de Duitse bondskanselier Angela Merkel is koel in vergelijking met zijn vriendschap met de autoritaire Turkse president Recep Tayyip Erdoğan of zijn bewondering voor de Russische president Vladimir Poetin.

Bovendien juicht Trump het aanstaande vertrek van Groot-Brittannië uit de EU toe; toen hij de Britse premier Theresa May voor het eerst ontmoette, zou hij haar enthousiast hebben gevraagd: “Wie is de volgende?” Tenslotte heeft Trump pas in een laat stadium Artikel 5 van het NAVO-verdrag herbevestigd (waarin bepalingen staan over de wederzijdse verdediging), heeft hij de VS teruggetrokken uit het Parijse klimaatverdrag (dat in Europa heel populair is) en heeft hij de Amerikaanse financiering van de Verenigde Naties (die krachtige steun krijgen in Europa) op een lager pitje gezet.

Het is dus weinig verrassend dat Trump persoonlijk heel impopulair is in Europa. Uit een recente Pew poll blijkt dat slechts 22% van de Britten, 14% van de Fransen en 11% van de Duitsers vertrouwen in hem heeft. Maar juist deze impopulariteit – die méér anti-Trump dan anti-Amerikaans van karakter is – heeft ertoe bijgedragen de Europese waarden te versterken.

Eerder dit jaar was er de angst dat het stijgende tij van het nationalistische populisme dat Trump zijn presidentschap heeft opgeleverd en de Britten ertoe heeft gebracht vóór de Brexit te stemmen, over heel Europa heen zou kunnen spoelen en zelfs de extreem-rechtse Marine Le Pen in het Élysée zou kunnen helpen. In plaats daarvan lijkt de populistische golf zijn top te hebben bereikt met de verkiezing van Trump. Sindsdien zijn de populisten in Oostenrijk en Nederland verslagen, hebben de Franse de centristische nieuwkomer Emmanuel Macron tot president gemaakt, en is May, de kampioen van een “harde” Brexit, bij de algemene verkiezingen van afgelopen maand haar parlementaire meerderheid kwijtgeraakt.

Europa wordt nog steeds geconfronteerd met de trage groei, hoge werkloosheid en politieke onenigheid die het continent hebben geplaagd in de tien jaar na de mondiale financiële crisis van 2008. Maar wie de Duitse verkiezingen in september ook zal winnen zal geen extreme nationalist maar een gematigd iemand zijn, die het belang begrijpt van samenwerking met Macron om de Frans-Duitse motor van de Europese vooruitgang weer aan de praat te krijgen.

De Brexit-onderhandelingen beloven ingewikkeld en conflictueus te worden. Voor de “zachte Brexiteers,” die de Britse toegang tot de gemeenschappelijke Europese markt overeind willen houden, is het een probleem dat de Brexit vooral de zorgen over de immigratie weerspiegelt, en niet die over de details van de regels van de gemeenschappelijke markt. Toch weigert Europa goederen en diensten zich vrijelijk te laten bewegen zonder vrij verkeer van mensen. Er wonen momenteel zo'n drie miljoen Europeanen in Groot-Brittannië, en er woont een miljoen Britten in Europa.

Een mogelijk compromis zou kunnen worden gevonden in het creëren van een nieuwe Euro-Britse entiteit, die de rechten van elkaars burgers zou garanderen en een paar beperkingen van de immigratie en van bepaalde goederen zou toestaan. Je kunt je deze entiteit voorstellen in termen van concentrische cirkels, waarbij de binnenste cirkel van de EU wordt gekarakteriseerd door het vrije verkeer van goederen, diensten en personen, en in de buitenste cirkel beperkingen zouden worden toegestaan.

Of zulke compromissen mogelijk zullen zijn, hangt af van de Europese flexibiliteit. In het verleden hebben Europeanen gesproken over het toestaan van “verschillende snelheden” om het impliciete doel van een “steeds nauwere unie” te bereiken. Het federale doel zou moeten worden vervangen, en er zou een metafoor van verschillende niveaus in de plaats moeten komen van die van verschillende snelheden.

Veel Europese elites zijn al flexibeler geworden ten aanzien van Europa's toekomst, en zijn van het doel om een Europese entiteit na te streven overgestapt op iets wat sui generis is. Zij wijzen erop dat er al drie verschillende niveaus van participatie bestaan in Europa: de douane-unie, de euro en het Schengen-akkoord (over de afschaffing van de binnengrenzen). Defensie zou een vierde niveau kunnen zijn.

In het verleden is de vooruitgang inzake de Europese samenwerking op defensiegebied niet alleen belemmerd door zorgen over de soevereiniteit, maar ook door de veiligheidsgaranties die door de Verenigde Staten werden geboden. Nu Trump twijfels oproept over de Amerikaanse betrouwbaarheid, is de veiligheidskwestie op de voorgrond getreden.

Pogingen om een gezamenlijk Europees defensiestelsel te bouwen zijn al begonnen, maar het proces is traag. Behalve de Britten hebben alleen de Fransen de mogelijkheid om er een groot expeditieleger op uit te sturen. Duitsland wordt er door zijn geschiedenis van weerhouden om meer te doen. En Groot-Brittannië is altijd zeer terughoudend geweest om iets te doen wat met de NAVO zou kunnen concurreren. Maar deze opstellingen beginnen te veranderen.

Opnieuw zou het beeld van de concentrische cirkels kunnen helpen. In de aanloop naar de Irak-oorlog in het eerste decennium van deze eeuw, betoogden sommigen dat – in termen van veiligheid – de Amerikanen van Mars komen en de Europeanen van Venus. Maar de wereld is veranderd en Europa staat nu voor een serie externe dreigingen. De Russische aanvallen op Georgië en Oekraïne hebben de Europeanen herinnerd aan de gevaren die zij te duchten hebben van hun grote buurstaat. Voor het afschrikken van Rusland zal nog steeds een sterke NAVO nodig zijn.

Een andere serie dreigingen zou van het geweld op de Balkan kunnen komen. Sommige waarnemers geloven dat in Macedonië onlangs ternauwernood een burgeroorlog is afgewend. Een Europese vredesmacht zou een grote bijdrage kunnen leveren aan de stabiliteit in de regio.

Een derde serie gevaren voor Europa stamt uit Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Libië verkeert in chaos en is het vertrekpunt van veel gevaarlijke bootreizen van wanhopige migranten over de Middellandse Zee. Je kunt je ook de noodzaak indenken van het beschermen van burgers of het redden van gegijzelden in de regio. Op dit punt zou de Franse expeditiemacht, wellicht gekoppeld aan de Britse, kunnen helpen veiligheid te bieden. Zelfs als de Britten niet deelnemen, kunnen andere Europeanen helpen, zoals Duitsland nu doet bij de terrorismebestrijding in Mali.

Europe is nog ver verwijderd van een gezamenlijke defensiestructuur, maar de behoefte daaraan neemt toe. En ironisch genoeg kan de impopulaire Trump daarbij wel eens eerder een ruggesteun blijken dan een hinderpaal.

Vertaling: Menno Grootveld