AFP/Getty Images

De VS dreigen de handelsoorlog met China te verliezen

NEW YORK – Wat aanvankelijk louter een handelsconflict was – waarbij de Amerikaanse president Donald Trump importtarieven invoerde voor staal en aluminium – blijkt zich in rap tempo te ontwikkelen tot een regelrechte handelsoorlog met China. Als de overeenkomst die tussen Europa en de VS is getroffen standhoudt, zullen de VS vooral met China de degens kruisen, en niet zozeer met de hele wereld (het handelsconflict met Canada en Mexico zal uiteraard blijven smeulen, omdat de VS eisen stellen die geen van beide landen kan of zou mogen accepteren).

Wat kunnen we, afgezien van de ware, maar inmiddels afgezaagde constatering dat iedereen zal verliezen, zeggen over de mogelijke gevolgen van Trumps handelsoorlog? In de eerste plaats dat de macro-economische omstandigheden altijd prevaleren: als de binnenlandse investeringen van de Verenigde Staten de besparingen blijven overtreffen, zal het land kapitaal moeten importeren en een groot handelstekort opbouwen. Erger nog, door de belastingverlagingen die eind vorig jaar zijn doorgevoerd, zal het Amerikaanse begrotingstekort – dat volgens recente schattingen in 2020 ruim $1 bln zal bedragen – nieuwe records bereiken, wat betekent dat het vrijwel zeker is dat het handelstekort zal toenemen, ongeacht de uitkomst van de handelsoorlog. Dat zal alleen voorkomen worden als Trump de VS naar een recessie leidt, waarbij de inkomens zo snel zullen dalen dat de investeringen en de importen kelderen.

De “beste” uitkomst van Trumps benepen gerichtheid op het handelstekort met China zou de verbetering van de bilaterale handelsbalans zijn, gecompenseerd door een even grote stijging van het handelstekort met een ander land of een paar andere landen. De VS zouden meer aardgas aan China kunnen verkopen en minder Chinese wasmachines kunnen invoeren; maar dan zal er minder aardgas aan andere landen worden verkocht, en zullen er wasmachines of andere producten worden gekocht in Thailand of welk ander land dan ook dat aan de toorn van Trump heeft weten te ontsnappen. Maar omdat de VS dan op de markt zouden hebben ingegrepen, zou het land meer moeten betalen voor zijn importen en minder ontvangen voor zijn exporten dan anders het geval zouden zijn geweest. Kortom: de beste uitkomst betekent dat de VS slechter af zouden zijn dan ze vandaag de dag zijn.

De VS hebben beslist een probleem, maar niet met China. Dit probleem speelt in eigen land: Amerika heeft te weinig gespaard. Trump is, net als veel van zijn landgenoten, enorm kortzichtig. Als hij ook maar iets van economie zou snappen en een langetermijnvisie zou hebben, zou hij zijn best hebben gedaan om de nationale besparingen te verhogen. Dat zou het multilaterale handelstekort hebben gereduceerd.

Er zijn een paar voor de hand liggende snelle “oplossingen”: China zou meer Amerikaanse olie kunnen kopen en die dan weer kunnen doorverkopen aan andere landen. Dit zou geen noemenswaardig verschil maken, buiten – wellicht – een kleine stijging van de transactiekosten. Maar Trump zou kunnen rondbazuinen dat hij de bilaterale handelsbalans in evenwicht heeft gebracht.

In feite zal het moeilijk blijken om dit op een betekenisvolle manier te bewerkstelligen. Als de vraag naar Chinese goederen stijgt, zal de wisselkoers van de renminbi dalen – zelfs zonder dat er sprake zal zijn van overheidsingrijpen. Dit zal voor een deel het effect van de Amerikaanse tarieven neutraliseren; tegelijkertijd zal het de Chinese concurrentiekracht ten opzichte van andere landen vergroten, zelfs als China geen andere instrumenten zal gebruiken waar het de beschikking over heeft, zoals loon- en prijscontroles, of sterk de nadruk zal leggen op productiviteitsverhogingen. De totale handelsbalans van China wordt net als die van de VS bepaald door macro-economische factoren.

Subscribe now

Long reads, book reviews, exclusive interviews, full access to the Big Picture, unlimited archive access, and our annual Year Ahead magazine.

Learn More

Als China actiever tussenbeide komt en agressievere vergeldingsmaatregelen neemt, zou de verandering van de Amerikaans-Chinese handelsbalans zelfs nog kleiner kunnen zijn. De relatieve pijn die beide landen elkaar zouden toebrengen is moeilijk vast te stellen. China heeft meer controle over zijn economie en heeft een verschuiving teweeg willen brengen in de richting van een groeimodel, gebaseerd op de binnenlandse vraag in plaats van op de investeringen en exporten. De VS helpen China eenvoudigweg te doen wat het land al heeft getracht te doen. Anderzijds komen de Amerikaanse acties op een moment dat China probeert grip te krijgen op zijn overtollige kredieten en overtollige capaciteit; in sommige sectoren zullen de VS deze taak op z'n minst lastiger maken.

Zo veel is duidelijk: als het Trumps doel is China ervan te weerhouden zijn “Made in China 2025”-beleid na te streven – dat in 2015 werd aangenomen ter bevordering van het doel om binnen veertig jaar de inkomenskloof tussen China en de ontwikkelde landen te verkleinen – zal hij vrijwel zeker falen. Integendeel: de acties van Trump zullen de vastberadenheid van de Chinese leiders alleen maar versterken om de innovatie te bevorderen en technologische suprematie te verkrijgen, wanneer zij beseffen dat zij zich niet op anderen kunnen verlaten, en dat de VS actief vijandig zijn.

Als een land een (handels-)oorlog begint, moet het er zeker van zijn dat goede generaals – met duidelijk omschreven doeleinden, een levensvatbare strategie en steun onder het volk – de leiding hebben. Het is op dit punt dat de verschillen tussen China en de VS zo groot blijken. Geen land zou een minder gekwalificeerd economisch team kunnen hebben dan dat van Trump, en een meerderheid van de Amerikanen staat niet achter een handelsoorlog.

De publieke steun zal nog verder afbrokkelen als de Amerikanen beseffen dat ze door deze oorlog dubbel verlies lijden: banen zullen niet alleen door de Chinese vergeldingsmaatregelen verdwijnen, maar ook omdat de Amerikaanse tarieven tot hogere prijzen voor de Amerikaanse exporten zullen leiden, waardoor deze minder concurrerend worden, en de prijzen van de goederen die de Amerikanen kopen zullen stijgen. Dit kan ervoor zorgen dat de wisselkoers van de dollar daalt, waardoor de inflatie in de VS nog meer wordt aangewakkerd – wat tot nog meer oppositie zal leiden. De Fed (de Amerikaanse centrale bank) zal dan waarschijnlijk de rente verhogen, wat zal leiden tot lagere investeringen en groei, en een hogere werkloosheid.

Trump heeft laten zien hoe hij reageert als zijn leugens worden blootgelegd of als zijn beleid faalt: dan verdubbelt hij de inzet. China heeft hem herhaaldelijk manieren aangeboden om zijn gezicht te redden, het slagveld te verlaten en de overwinning uit te roepen. Maar hij weigert daar iets mee te doen. Wellicht kan hoop worden ontleend aan drie van zijn overige karaktertrekken: zijn voorkeur voor schijn boven inhoud, zijn onvoorspelbaarheid en zijn liefde voor “grote mannen”-politiek. Misschien kan hij in een groots opgezette bijeenkomst met de Chinese president Xi Jinping verklaren dat het probleem is opgelost, met een paar kleine aanpassingen van de tarieven hier en daar, en een nieuwe openstelling van zijn interne markt die China toch al van plan was aan te kondigen, zodat iedereen tevreden naar huis kan gaan.

In dit scenario zal Trump op imperfecte wijze een probleem dat hij zelf heeft gecreëerd hebben “opgelost.” Maar de wereld zal na zijn dwaze handelsoorlog toch écht anders zijn: onzekerder, met minder vertrouwen in het internationaal recht, en met hardere grenzen. Trump heeft de wereld op de langere termijn in slechte zin doen veranderen. Zelfs met de best mogelijke uitkomst is Trump de enige winnaar, wiens veel te grote ego nog wat meer zal zijn opgeblazen.

Vertaling: Menno Grootveld

http://prosyn.org/MSrDf17/nl;

Cookies and Privacy

We use cookies to improve your experience on our website. To find out more, read our updated cookie policy and privacy policy.