2

Het zakenleven is groener dan Trump denkt

LONDEN – De relatie tussen zaken, politiek, en het milieu staat op het punt om een stuk gecompliceerder te worden. Nu de regering van president van de VS Donald Trump dreigt om vitale milieubescherming te ontmantelen, waarvan onderdelen al decennia bestaan, erkennen captains of industry steeds meer de noodzaak tot duurzaam milieubeleid – en handelen hier naar.

Trump, die klimaatverandering ooit een Chinese hoax noemde om de Amerikaanse economie te verzwakken, heeft al de Stream Protection Rule ingetrokken, die kolenproducenten verbiedt om afval in waterwegen te dumpen. Volgende op het hakblok is wellicht het Clean Power Plan, dat koolstofuitstoot uit elektriciteitscentrales beperkt – verreweg de grootste bron van CO2-uitstoot van het land – met als doel om de koolstofvervuiling uit de energiesector in 2030 verlaagd te hebben tot 32% beneden het niveau van 2005. De regering-Trump heeft zelfs gedreigd zich terug te trekken uit het klimaatverdrag van Parijs, waar regeringen over de hele wereld zich in 2015 aan engageerden.

Tien jaar geleden hadden deze zelfde captains of industry dit soort regressief milieubeleid – dat kosten kan drukken en zakenkansen kan vergroten door beperkingen op het gedrag van bedrijven te verlichten – grotendeels verwelkomd. Maar nu blijven ze terughoudend, zelfs terwijl de markt positief reageert op de ‘zakenvriendelijke’ beloften van Trump, die niet alleen deregulering en belastingverlagingen behelzen, maar ook een infrastructuurplan van een biljoen dollar dat de heropleving van kolen omvat.

Ze hebben in het bijzonder ernstige bedenkingen over een mogelijke terugtrekking uit het klimaatverdrag van Parijs. Welke voordelen ook getrokken kunnen worden uit een economie met weinig regels, deze zouden de schade van het intrekken van milieutoezeggingen die worden gezien als cruciaal voor Amerikaans zakensucces niet compenseren.

Sommigen hebben zich al over de kwestie uitgesproken. Sinds de verkiezing van Trump hebben bijna 900 bedrijven en investeerders, waarvan velen Amerikaans, een open brief ondertekend, ‘Business Backs Low Carbon’, die een beroep doet op de regering om de VS niet terug te trekken uit het akkoord van Parijs. Deze bedrijven, waaronder grote multinationals, geloven dat het falen om een economie met weinig koolstof op te bouwen de Amerikaanse welvaart op het spel zal zetten.

Er bestaat overtuigend recent onderzoek om deze visie te ondersteunen. Afgelopen maand liet een studie door Energy Innovation zien dat de afschaffing van het Clean Power Plan de VS tegen 2050 600 miljard dollar zou kunnen kosten en 120.000 voortijdige sterfgevallen zou veroorzaken.

In tegenstelling hiertoe zouden inspanningen om een meer duurzame economie op te bouwen verreikende voordelen brengen. Een rapport uit december 2016 door het Risky Business Project, geleid door Amerikaanse CEO’s en voormalige gemeentelijke en federale leiders laat zien dat de besparingen in brandstofkosten uit een reductie van 80% in koolstofuitstoot in 2050 de vereiste kapitaalinvestering met 150 miljard dollar zou kunnen overstijgen.

Afgelopen januari schatte de Business & Sustainable Development Commission, die ik voorzit, in zijn centrale rapport dat bedrijven wereldwijd 12 biljoen dollar in inkomsten en spaargelden zouden kunnen vrijmaken door duurzame zakenmodellen door te voeren. Dit soort modellen kunnen tegen 2030 ook tot 380 miljoen banen creëren in economische sleutelsectoren, waaronder voedsel en landbouw, energie, transport, gezondheid, en gemeentelijk bestuur. In de energiesector alleen al wordt de waarde van de kansen op 4,3 biljoen dollar geschat.

Bedrijfsstrategieën vallen steeds meer met deze bevindingen samen. Vlak nadat orkaan Katrina in 2005 de Gulf Coast van de VS verwoestte en hiermee een grote regionale consumentenbasis voor Walmart trof leverde toenmalig CEO Lee Scott een veelzeggende speech af aan alle werknemers van het bedrijf, getiteld ‘Leiderschap in de 21e eeuw’. Scott zette significante milieudoelen, als onderdeel van een bredere visie om Walmart een meer verantwoordelijke burger binnen het bedrijfsleven te maken.

Op dit moment is Walmart leidend in het gebruik van commerciële on-site zonne- en hernieuwbare energie. (De doelstelling van het bedrijf, gezet door Scott, is om uiteindelijk totaal op hernieuwbare energie over te gaan.) Door het vergroten van de efficiency van zijn Amerikaanse wagenpark voorkwam Walmart de uitstoot van bijna 650.000 ton CO2 tussen 2005 en 2015, en bespaarde alleen al in 2016 bijna een miljard dollar.

Een ander Amerikaans bedrijf, Mars, Inc., is een gelijke weg ingeslagen. Als ondertekenaar van de Business Backs Low Carbon-brief werkt Mars eraan om zijn uitstoot van broeikasgassen in 2040 geheel geëlimineerd te hebben, door een grotere efficiency en investeringen in hernieuwbare energieprojecten zoals windturbines. De CEO van het bedrijf, Grant Reid, is ook lid van de Business & Sustainable Development Commission.

Maar alhoewel leiderschap in het zakenleven en collectieve actie zeer nodig zijn om een duurzame en inclusieve economie te creëren (een centrale boodschap van het rapport van onze commissie) kan de private sector het niet alleen. De overheid moet een actieve partner zijn en duurzame activiteiten helpen op te schalen door marktcondities te creëren die een ‘race naar boven’ aandrijven en de financiën vrijmaken die nodig zijn om Amerika concurrerend en innovatief te houden.

Het is dus niet afdoende om slechts oppositie te voeren tegen het schadelijke milieubeleid van Trump; bedrijven moeten zijn regering aan hun kant zien te krijgen, zodat de autoriteiten in de VS een situatie creëren die duurzame praktijken en groene innovatie aanmoedigt. Zo een situatie zou het belasten van koolstof kunnen omvatten, wat een groeiend aantal bedrijven intern najaagt, en belastingvoordelen in ruil voor koolstof-efficiency.

Trumps eigen bedrijven hebben geprofiteerd van zulke overheidsinterventies. Zoals de New York Times onlangs onthulde haalde Trump in 2012 bijna een miljoen dollar in energie-efficiency stimuli en leningen met lage rente van New York State binnen.

Een mobilisatie van steun van CEO’s op onpartijdige basis zou de sleutel kunnen zijn om de benodigde actie aan te zwengelen. Voor de klimaatconferentie in Parijs wisten politici dat milieuactivisten een overeenkomst wilden om klimaatverandering in te dammen; wat ze er echter uiteindelijk bediscussieerbaar toe dreef om in actie te komen was dat ze er achter kwamen dat CEO’s en raden van commissarissen er hetzelfde over dachten.

Leiders uit het zakenleven moeten Trump duidelijk maken dat ze geen cheerleaders voor kolen, vervuiling, en opwarming van de aarde zullen zijn. Ze zijn vastbesloten voorvechters van een verlicht milieuactivisme dat in het belang is van al hun belanghebbenden – klanten, aandeelhouders, werknemers, en de gemeenschappen waarin ze opereren.

Vertaling Melle Trap