2

De democratie moet voorrang krijgen op winstbejag

BOSTON – Deze maand zullen we de kans krijgen een koers uit te stippelen naar een sterkere, veiligere mondiale samenleving, waarin de macht aan velen toebehoort en niet aan weinigen, en waarin degenen die zich niets aantrekken van het milieu, de mensenrechten en de volksgezondheid ter verantwoording zullen worden geroepen. Ik heb het niet over de Amerikaanse presidentsverkiezingen.

Natuurlijk zullen de Amerikaanse verkiezingen enorme gevolgen hebben; maar de eindeloze analyses van opiniepeilers en deskundigen hebben twee grensverleggende gebeurtenissen aan het oog onttrokken, die op 7 november zijn begonnen: bijeenkomsten van de partijen die betrokken zijn bij het World Health Organization Framework Convention on Tobacco Control (FCTC) en de United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC).

Oppervlakkig gezien ontbeert het internationaal recht het drama van de presidentsverkiezingen, en het kan ongetwijfeld stoffig of zelfs irrelevant overkomen. Maar als je een beetje dieper graaft, stuit je op een bijna Shakespeariaanse strijd tussen democratie en ongebreidelde hebzucht. Op beide conferenties zal de internationale gemeenschap deze maand besluiten nemen die de uitkomst van deze strijd zullen beïnvloeden, en een begin kunnen maken met het oplossen van de meest nijpende mondiale problemen van nu.

Zowel het FCTC als de UNFCCC maakt het regeringen mogelijk paal en perk te stellen aan de onbeperkte macht van mondiale ondernemingen, de grondoorzaak van vele andere problemen, uiteenlopend van de economische ongelijkheid tot sociale onrechtvaardigheid en niet goed functionerende democratische systemen. Mondiale ondernemingen zijn gigantisch. En hun invloed raakt aan bijna alle aspecten van onze levens. Om de reikwijdte van hun macht te begrijpen, hoef je alleen maar te kijken naar de miljarden dollars die zij aan verkiezingen uitgeven; naar hun gelobby om de bescherming van werknemers en het milieu buiten handelsverdragen als de Trans-Pacific Partnership (TPP) en de Transatlantic Trade and Investment Partnership (TTIP) te houden; en naar de meedogenloze pogingen van bedrijven die handelen in fossiele brandstoffen om het beleid op het gebied van de klimaatverandering te laten ontsporen.