6

Leren van Duitsland

BRUSSEL – Tien jaar geleden werd Duitsland beschouwd als de zieke man van Europa. De economie zat vast in een recessie, terwijl de rest van Europa juist aan het herstellen was; het werkloosheidspercentage was hoger dan het gemiddelde van de eurozone; Duitsland overtrad de Europese begrotingsregels door er buitensporige tekorten op na te houden; en het financiële systeem verkeerde in crisis. Een decennium later wordt Duitsland gezien als een rolmodel voor alle andere landen. Maar is dat ook zo?

Bij het overwegen van de vraag welke lessen over de Duitse ommekeer moeten worden toegepast op andere landen van de eurozone moet je onderscheid maken tussen wat de overheid kan doen en wat de verantwoordelijkheid blijft van het bedrijfsleven, de werknemers en de maatschappij in het algemeen.

Hét terrein waarop de overheid het het duidelijkst voor het zeggen heeft, is dat van de publieke financiën. In 2003 kende Duitsland een begrotingstekort van bijna 4% van het bruto binnenlands product (bbp) – wat misschien niet zo hoog is gemeten naar de normen van vandaag, maar hoger dan het gemiddelde van de Europese Unie destijds. Tegenwoordig heeft Duitsland een begroting die in evenwicht is, terwijl de meeste andere landen van de eurozone tekorten hebben die hoger zijn dan die van Duitsland tien jaar geleden.

De ommekeer in de Duitse overheidsfinanciën was grotendeels te danken aan een verlaging van de bestedingen. In 2003 bedroegen de algemene overheidsuitgaven 48,5% van het bbp, wat boven het gemiddelde van de eurozone lag. Maar de vijf jaar daarna werd er voor vijf procentpunten van het bbp bezuinigd op die uitgaven. Als gevolg daarvan had Duitsland aan de vooravond van de Grote Recessie, die in 2008 begon, een van de laagste uitgavenniveau's van Europa.