2

De Europese trojka moet volwassen worden

PARIJS – Begin 2010 landde een groep mannen (en een paar vrouwen) in donkere pakken op het vliegveld van Athene. Ze behoorden tot een mondiale instelling, het Internationale Monetaire Fonds, en twee regionale instellingen, de Europese Commissie en de Europese Centrale Bank. Hun missie was het onderhandelen over de voorwaarden voor een financiële reddingsoperatie voor Griekenland. Een paar maanden later zou wat bekend zou komen te staan als de “trojka” naar Ierland, vervolgens naar Portugal, en nog later naar Cyprus worden gestuurd.

Deze missie moest wel brede gevolgen hebben. De trojka regelde uiteindelijk de grootste financiële reddingsoperaties ooit: de leningen aan Griekenland van het IMF en zijn Europese partners zullen naar verwachting €240 mrd bedragen, ofwel 130% van het Griekse bruto binnenlands product in 2013 – veel meer, in zowel absolute als relatieve termen, dan wat enig land ooit eerder heeft gekregen. Ook de leningen aan Ierland (€85 mrd) en Portugal (€78 mrd) zijn aanzienlijk groter dan de kredieten die het IMF doorgaans verstrekt.

Bovendien is de samenwerking tussen de drie instellingen ongekend. In 1997-1998, ten tijde van de Aziatische crisis, verwierp de G-7 ronduit het voorstel van Japan om een Aziatisch Monetair Fonds in te richten. Nu heeft het IMF zelfs een minderheidsrol als kredietverstrekker geaccepteerd, terwijl het grootste deel van de hulp afkomstig is van het Europese Stabiliteits Mechanisme (ESM), een nieuwe instelling, die wordt beschouwd als de kiem voor een Europees Monetair Fonds.

Er is vaak betoogd dat de omvang van de hulppakketten getuigt van de invloed van Europa binnen het IMF. Dat zou kunnen, maar de pakketten zijn in de eerste en voornaamste plaats een gevolg van de problemen waarmee de Europeanen te kampen hadden (en nog steeds hebben).