2

De Greenspan-verleiding

WASHINGTON, DC – De opstellers van de grondwet van de Verenigde Staten stonden voor een fundamentele keuze: moesten ze de macht in handen leggen van één man, of een politiek systeem bedenken waarin de beleidsvorming via meer schijven verliep? De Amerikaanse president Barack Obama heeft te maken met een soortgelijke keuze, nu hij zich afvraagt wie Ben Bernanke moet opvolgen als voorzitter van de Raad van Gouverneurs van de Federal Reserve (de Fed, het federale stelsel van Amerikaanse centrale banken).

De erfenis van Bernanke is bepaald niet éénduidig, maar het meest aantrekkelijke kenmerk ervan is de ethos van collegialiteit en gedeelde verantwoordelijkheid die hij bij de Fed bevorderde. Een belangrijk doel van zijn opvolger zou moeten zijn deze aanpak als een nieuwe institutionele traditie te bevestigen.

Toch blijkt zowel uit de geschiedenis als uit onlangs door de regering-Obama opgelaten proefballonnetjes een sterke voorkeur voor een almachtige Fed-voorzitter. De bestuursraad van de Federal Reserve bestaat uit zeven gouverneurs, maar het grootste deel van zijn geschiedenis heeft deze raad geopereerd in de schaduw van de voorzitter, waarvan er drie (Marriner Eccles, William McChesney Martin, en, het meest recentelijk, Alan Greenspan) bijna twintig jaar in functie waren.

Het monetair beleid wordt in beginsel bepaald door het Federal Open Market Committee (FOMC), dat twaalf stemgerechtigde leden telt: de zeven Fed-gouverneurs, de voorzitter van de New York Fed, en vier voorzitters van de andere elf regionale Federal Reserve-banken (die jaarlijks roteren). In de praktijk domineerden Greenspan en veel van zijn voorgangers de FOMC echter.