11

Het onverslaanbare beest

CAMBRIDGE – Nu de wereld toekijkt hoe de Verenigde Staten worstelen met hun begrotingsperikelen, weerspiegelen de contouren van de strijd een bredere sociale en filosofische verdeeldheid die zich de komende decennia waarschijnlijk in verschillende gedaanten over de hele wereld zal manifesteren. Er is veel gediscussieerd over de vraag hoe de overheidsuitgaven moeten worden teruggedrongen, maar er is te weinig aandacht besteed aan het verhogen van de effectiviteit van die uitgaven. En toch zullen de kosten daarvan, als er geen creatievere oplossingen worden bedacht voor het aanbieden van overheidsdiensten, in de loop der tijd onstuitbaar blijven stijgen.

Iedere dienstverlenend bedrijf staat voor dezelfde uitdagingen. In de jaren zestig schreven de economen William Baumol en William Bowen al over de 'kostenziekte' waarmee deze bedrijven te kampen hebben. Het beroemde voorbeeld dat zij aanhaalden was dat van een Mozart-strijkkwartet, waarvoor in de moderne tijd hetzelfde aantal musici en instrumenten nodig is als in de negentiende eeuw. Op dezelfde manier heeft een docent tegenwoordig dezelfde hoeveelheid tijd nodig voor het beoordelen van een werkstuk van een student als honderd jaar geleden. Goede loodgieters kosten een klein fortuin, omdat de technologie zich op dit punt ook heel traag heeft ontwikkeld.

Waarom vertaalt een lage productiviteitsgroei zich in hogere kosten? Het probleem is dat dienstverlenende bedrijven uiteindelijk om dezelfde werknemers moeten concurreren als bedrijven in sectoren waar de productiviteitsgroei hoog is, zoals de financiële dienstverlening en de informatietechnologie. Ook al is er misschien sprake van enige scheiding tussen de diverse soorten werknemers, er is genoeg 'overlap' die ertoe dwingt dat dienstverlenende bedrijven – althans op de langere termijn – hogere lonen moeten betalen.

De overheid is uiteraard het ultieme dienstverlenende bedrijf. Tot de werknemers van de overheid behoren leraren, politiemensen, vuilnisophalers en militair personeel.