12

Een noodlottige vergissing

PARIJS – Controverses zijn van essentieel belang voor de wetenschappelijke vooruitgang. Daarom maakt het neersabelen van de methodologische zwaktes en een coderingsfout in een verhandeling van de economen Carmen Reinhart en Kenneth Rogoff deel uit van de gebruikelijke gang van zaken op academisch gebied. Maar de berichtgeving over deze controverse in de nieuwsmedia en de blogosfeer was verbazingwekkend intensief en simplistisch.

“Groei in a Time of Debt” (“Groei in een tijd van schulden”), de korte verhandeling uit 2010, waarin Reinhardt en Rogoff beweerden dat staatsschulden een bijzonder nadelige uitwerking op de economische groei hebben als ze de grens van 90% van het bruto binnenlands product (bbp) overschrijden, is nooit een gevierd stukje economisch onderzoek geweest. Als een ruwe empirische karakterisering van gestileerde feiten werd het door de academische gemeenschap met de nodige scepsis ontvangen, en beide auteurs hadden eerder naam gemaakt met veel beter gewaardeerde bijdragen. Google Scholar, de academische zoekmachine, meldt ruim drieduizend academische verwijzingen naar de meest geciteerde verhandeling van Rogoff, vergeleken met nog geen vijfhonderd voor “Growth in a Time of Debt.”

Wat normaal gesproken een onderwerp zou zijn gebleven voor een gesprek van koetjes en kalfjes na een of ander seminar, is echter uitgegroeid tot een discussieonderwerp voor journalisten, commentatoren en beleidsmakers. Voor hen allemaal is het belangrijkste dat het treurige lot van de verhandeling van Reinhart en Rogoff het betoog van de pleitbezorgers van bezuinigingen ondermijnt.

Een paar maanden geleden had hoofdeconoom Olivier Blanchard van het Internationale Monetaire Fonds zijn collega’s en de beleidsmakers in de ontwikkelde landen al bekritiseerd wegens het systematisch onderschatten van de recessie-veroorzakende gevolgen van bezuinigingsprogramma’s. Het debacle rond de verhandeling van Reinhart en Rogoff wordt alom beschouwd als een nieuw, fataal voorbeeld van de wankele intellectuele basis van het bezuinigingsbeleid.