31

Innovatiecrisis of financiële crisis?

CAMBRIDGE – Terwijl het ene jaar van kwakkelende groei op het andere volgt, richt het debat zich in toenemende mate op de verwachtingen voor de komende decennia. Vormde de wereldwijde financiële crisis een kortstondige grimmige periode waarin het groeitempo terugviel naar dat van de ontwikkelde wereld, of bracht de crisis een diepere, langdurige malaise aan het licht?

Een vrij radicale opvatting op dit gebied heeft de laatste tijd bijval gekregen van internetondernemer Peter Thiel en politiek activist en voormalig wereldkampioen schaken Garry Kasparov. Binnenkort brengen zij een boek uit waarin zij aanvoeren dat het inzakken van de groei in de ontwikkelde landen niet alleen aan de financiële crisis te wijten is: de terugval vindt volgens hen zijn oorsprong in een trendmatige stagnatie in technologische ontwikkeling en innovatie. Zonder dat er ingrijpende wijzigingen in het innovatiebeleid plaatsvinden, zien zij dan ook geen bestendig herstel van de productiviteitsgroei.

De econoom Robert Gordon gaat zelfs nog verder. Hij betoogt dat de periode van snelle technologische vooruitgang die op de industriële revolutie volgde mogelijk een uitzonderlijke periode van 250 jaar vormt tijdens de toestand van stagnatie die de menselijke geschiedenis kenmerkt. Vergeleken met eerdere technologische innovaties - zoals elektriciteit, stromend water, de verbrandingsmotor en andere doorbraken die inmiddels al meer dan een eeuw oud zijn - verbleekt volgens hem het belang van de hedendaagse innovaties.

Onlangs voerde ik over deze vermeende technologische stagnatie een debat op de universiteit van Oxford samen met Thiel, Kasparov en encryptiepionier Mark Shuttleworth. Kasparov vroeg zich tijdens dit debat terecht af wat producten zoals de iPhone 5 nu echt aan onze mogelijkheden hebben toegevoegd en hij wees erop dat de meeste wetenschappelijke kennis achter de moderne computertechnologie al in de jaren zeventig bestond. Thiel stelde dat de inspanningen om de recessie met ruim monetair beleid en zeer agressieve stimulerende begrotingsmaatregelen te lijf te gaan op de verkeerde kwaal gericht zijn en mogelijk veel schade kunnen aanrichten.