10

Innovatie en het verzet daartegen

CAMBRIDGE – Technologische innovatie wordt dikwijls de hemel in geprezen vanwege haar kracht om grote uitdagingen op het gebied van de ontwikkeling te overwinnen, de economische groei aan te jagen en samenlevingen vooruit te helpen. Toch worden innovaties vaak geconfronteerd met hoge barrières bij hun tenuitvoerlegging, waarbij overheden de nieuwe technologieën soms regelrecht in de ban doen – zelfs de technologieën die voor verreikende voordelen kunnen zorgen.

Neem de drukpers. De nieuwe technologie was een godsgeschenk voor de wereldreligies, die plotseling de beschikking kregen over een zeer efficiënte manier van het reproduceren en verspreiden van heilige teksten. Toch heeft het Ottomaanse Rijk het drukken van de Koran bijna vierhonderd jaar lang verboden. In 1515 zou Sultan Selim I hebben gezegd dat “op het zich bezighouden met de wetenschap van het drukken de doodstraf staat.”

Erdogan

Whither Turkey?

Sinan Ülgen engages the views of Carl Bildt, Dani Rodrik, Marietje Schaake, and others on the future of one of the world’s most strategically important countries in the aftermath of July’s failed coup.

Waarom zou je je tegen zo'n weldadige technologie verzetten? Zoals ik betoog in mijn boek Innovation and Its Enemies: Why People Resist New Technologies, is het antwoord niet eenvoudigweg dat mensen bang zijn voor het onbekende. De weerstand tegen technologische vooruitgang is doorgaans geworteld in de angst dat ontwrichting van de status quo kan leiden tot verlies van werkgelegenheid, inkomen, macht en identiteit. Overheden komen uiteindelijk vaak tot de conclusie dat het makkelijker is een nieuwe technologie te verbieden dan zich eraan aan te passen.

Door het drukken van de Koran te verbieden hebben de Ottomaanse leiders het werkgelegenheidsverlies voor klerken en kalligrafen weten uit te stellen (het waren overigens vooral vrouwen die in hoog aanzien stonden wegens hun beheersing van die kunst). Maar de bescherming van de werkgelegenheid was niet hun voornaamste motief; vanaf 1727 stonden ze immers toe dat niet-religieuze teksten werden gedrukt, ondanks de protesten van de kalligrafen, die op het edict reageerden door hun inktstellen en penselen in doodskisten te plaatsen en naar de Hoge Porte in Istanboel te marcheren.

Religieuze kennis was een andere zaak. Dat was zowel de lijm die de samenleving bij elkaar hield als een pijler van de politieke macht, dus het behoud van het monopolie over de verspreiding van deze kennis was cruciaal voor het behoud van het gezag van de Ottomaanse leiders. Ze waren bang dat hen hetzelfde lot beschoren zou zijn als de katholieke paus, die aanzienlijk veel gezag had verloren tijdens de protestantse Reformatie, toen de drukpers een sleutelrol speelde in de verspreiding van nieuwe ideeën onder de gelovigen.

Uiteraard begint het opwerpen van barrières voor technologische innovatie niet altijd bij de regering. Degenen met een belang bij het behoud van de status quo kunnen druk uitoefenen op hun regering om een verbod uit te vaardigen. Dat kunnen ze doen door te protesteren, zoals de Ottomaanse kalligrafen deden, en zoals de Ierse tegenstanders van genetisch gemodificeerde aardappelen in 2002 deden door in Dublin te betogen om hun verzet tegen de “dood van goed voedsel” kenbaar te maken.

Tegenstanders van nieuwe technologieën kunnen zich ook bedienen van laster, desinformatie en zelfs demonisering – een aanpak die in het verleden zeker succes heeft gehad. In 1674 kwamen Britse vrouwen met een petitie tegen koffie, waarvan werd beweerd dat die steriliteit zou veroorzaken en dus louter zou mogen worden geconsumeerd door mensen van zestig jaar en ouder – destijds een zeer kleine markt. Het jaar daarop gaf koning Charles II bevel de koffiehuizen te sluiten, ook al werd hij waarschijnlijk eerder gemotiveerd door de wens het marktaandeel van lokale dranken te beschermen, zoals alcoholhoudende dranken en de in die tijd zojuist geïntroduceerde thee, dan door de geruchten over onvruchtbaarheid.

In de 19e eeuw zette de Amerikaanse zuivelsector een soortgelijke desinformatiecampagne op over margarine, door te beweren dat die verantwoordelijk was voor steriliteit, groeistoornissen en kaalheid bij mannen. Belachelijk gemaakt als “stierenboter,” beweerden tegenstanders dat margarine “bedorven vlees” bevatte, evenals “dode paarden, dode egels, dode honden, dolle honden en dode schapen.”

In reactie daarop voerde de federale overheid nieuwe maatregelen in tegen margarine, uiteenlopend van voorschriften aangaande de etikettering (zoals bij genetisch gemodificeerd voedsel vandaag de dag), het gebruik van kunstmatige kleurstoffen, en het interstatelijke vervoer ervan. Nieuwe belastingen versterkten de positie van boter nog verder. In 1886 gaf een Congreslid uit Wisconsin expliciet uiting aan zijn “voornemen de productie van de schadelijke stof te vernietigen door het bestaan ervan via belastingheffing onmogelijk te maken.”

Het verzet tegen tractoren begin 20e eeuw nam een iets andere vorm aan. Producenten van en handelaren in trekdieren waren bang voor de mechanisering, die hun manier van leven bedreigde. Maar ze wisten dat ze hun product niet sneller konden verbeteren dan de ingenieurs het hunne, en dat het tegenhouden van de verspreiding van tractoren onmogelijk was. In plaats daarvan probeerden ze de vervanging van landbouwdieren te voorkomen door een campagne te voeren waarin hun deugden werden aangeprezen. De Horse Association of America gaf pamfletten uit waarin werd verklaard dat “een muilezel de enige betrouwbare tractor is die ooit is gebouwd.” De groep wees er ook op dat paarden zichzelf konden reproduceren, terwijl tractoren alleen maar in waarde achteruit gingen.

Mensen wijzen technologische vooruitgang vrijwel nooit uit louter onwetendheid af. Zij strijden er eerder tegen om hun eigen belangen en bronnen van levensonderhoud te beschermen, of dat nu een zuivelboerderij is of het leiden van een regering. Nu we voortdurend proberen nieuwe technologieën toe te passen om het welzijn van mens en milieu te verbeteren, is dit onderscheid cruciaal.

Om te voorkomen dat er barrières tegen de technologische vooruitgang worden opgeworpen, moeten we de negatieve kanten ervan begrijpen en aanpakken. Naarmate machines steeds meer kunnen, vervangen robots een steeds groter aantal werknemers. Het zal niet lang meer duren voordat die robots niet alleen in staat zullen zijn complexere taken uit te voeren, maar ook sneller te leren dan die werknemers kunnen worden getraind. Het idee dat sommige werknemers niet dezelfde weg zullen gaan als de trekdieren is irrationeel.

Support Project Syndicate’s mission

Project Syndicate needs your help to provide readers everywhere equal access to the ideas and debates shaping their lives.

Learn more

Maar als we deze verliezen erkennen en er rechtstreeks de confrontatie mee aangaan, kunnen we een reactie tegen potentieel weldadige technologische innovaties, inclusief de vooruitgang in de robotica, voorkomen. De sleutel moet het zich concentreren op “inclusieve innovatie” zijn, waardoor kan worden verzekerd dat degenen die naar alle waarschijnlijkheid de dupe zullen worden van de vervanging van oude technologieën ruimschoots in de gelegenheid zullen worden gesteld van nieuwe technologieën te profiteren. Alleen op die manier kunnen we het meeste maken van de menselijke creativiteit.

Vertaling: Menno Grootveld